(h)eerlijke spierpijn

Ik kan het wel van de daken schreeuwen, ik heb spierpijn! En ja, daar word ik ontzettend blij van. Dat moet ik misschien even uitleggen.

Vijf jaar lang ben ik achteruit gegaan, alle vormen van training, zelfs het optillen van mijn been zorgde voor ontstekingen. Aan spierpijn kwam ik niet toe, aan vreselijke gewrichtspijn wel helaas. Slijmbeursontstekingen, peesontstekingen, niets bleef me op dat gebied bespaard. Mijn lijf was en bleef zwaar overbelast.

Nu zijn we vijf jaar verder, vijf jaar van liggen, van veel, heel veel rust. Vijf jaar van Netflixen en lezen, ik kan overal over meepraten, qua series dan. Vijf jaar die in het teken stonden van achteruitgang, van verveling, van frustratie en van acceptatie. Vijf jaar van weinig lopen, niet meer fietsen, niet meer sporten. En nu, nu zijn er mogelijkheden, en het ultieme teken daarvan ervaar ik nu.

Ik heb gisteren gefietst, op de hometrainer, met mijn nieuwe kniebraces, onder strikte begeleiding van mijn fysio. Ze zijn groot, mijn braces, ik voel me net Robocop, maar ze functioneren, ze houden mijn knieën op de plaats. Ik loop veel beter, niet meer vanuit mijn heup. Ik heb wel meer last van mijn voeten; ik corrigeerde mijn platvoeten met mijn knikknieën en dat lukt nu niet meer. Daarom moet ik goede schoenen (aangezien ik toch niet loop heb ik super goedkope Action sneakers, maar die mogen nu ik ‘in training’ ben niet meer). Ach, ik moet nu verplicht schoenen kopen, geen straf voor deze vrouw.

Maar goed, ik dwaal af, ik heb dus gefietst en het ging goed! Tuurlijk fiets ik niet hard en niet zwaar en niet lang, maar ik fiets weer en ik heb er spierpijn van. Het voelt heerlijk, het voelt goed, mijn spieren zijn weer aan het werk en de pijn is de goede pijn. Bestaat dat dan, ja dus.

Betekent dit dat ik niet meer lig? Nee, na mijn training ben ik op, stuk en lig ik nog steeds. Betekent dit dat ik geen andere pijn meer heb? Helaas, ook dat niet, de pijn blijft, de morfine ook, maar daar heb ik mee leren leven. Wat betekent dit dan wel? Dit is hoop, dit is voorzichtig, heel voorzichtig, stapje voor stapje proberen op te krabbelen. Dit betekent dat mijn lijf toch een klein beetje op krabbelt. Is er hoop op weer werken? Stomme vraag, maar zo denken veel mensen! Je kunt meer, dus kun je dat ook wel. Maar nee, ik ben en blijf een super kneus (net als een gewone, maar dan met cape (las ik ergens in een andere context)). Het geeft niet, dat hoofdstuk heb ik afgesloten, ik maak mij nuttig op een ander front.

Vanavond ga ik proberen een klein stukje buiten te fietsen, op de e-bike. Ik dacht dat ook dat een afgesloten hoofdstuk was, maar ik mag dat boek voorzichtig open doen. Niet te veel, dat zal nooit meer lukken, maar een klein stukje. Iedere meter is er één en iedere meter is een stukje zelfstandigheid terug. Dát betekent deze spierpijn, hoop, (h)eerlijke spierpijn dus!

kwartet!

Mag ik van jou uit de serie hulpmiddelen de ligorthese? Bedankt, kwartet…

Je zou ermee kunnen kwartetten, misschien best een idee, kneuzenkwartet. De series zouden kunnen bestaan uit: hulpmiddelen (onder te verdelen in sub-series), bureaucratische groeperingen, zorginstanties, artsen, hulpverleners, aandoeningen (wederom in sub-series), syndromen, trauma’s. Ach, ik roep maar iets, maar het zou maar zo kunnen.

Ik ga het hebben over de serie hulpmiddelen en dan kaart één; de ligorthese. Nooit had ik gedacht hier ooit mee in aanraking te komen. Ik ben best lui aangelegd (ik denk een soort van ingebouwde zelfbescherming), maar dan liever op een moment dat ik zelf kan uitkiezen, grotendeels liggen had ik niet op mijn lijstje staan (al weet je dat nooit zeker zegt mijn spirituele kant). Maar goed, ik kan het dan wel niet bewust zo uitgekozen hebben, het is nu eenmaal een feit en dan kun je daar maar beter het beste van maken

Een paar maanden geleden werd ik mij bewust van de voordelen van de ligorthese. Ik zie de vraagtekens boven je hoofd hangen, wat is het, wat doet het? Welnu, de ligorthese bestaat uit een soort matje met een klitteband aantrekkingsstofje, daarop een traagschuim matrasje (soort van mini-topper) en daarop komen ‘bouwstenen’ in de vorm van kussens en kunststof steunen (zie foto). Daartussen lig je soort van ingeklemd.

Het idee is dat je echt ontspannen kunt liggen, zonder doorligplekken. Ik heb de orthese bovenop een anti decubitus matras (anti doorlig) liggen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er best aan heb moeten wennen, mijn gewrichten werden in een stand gedrukt die ik niet gewend was en met name mijn knieën hadden daar wat issues mee. Inmiddels heb ik daar geen last meer van en kan ik zeggen dat het qua benen erg goed gaat. Enige wat ik heb is dat ik het bijzonder warm krijg in de orthese. ‘Doe dat dekbed er dan af’, hoor ik je bijna zeggen, maar dan heb ik het koud. Ik ben een apart vruchtje.

Bij mij broeit het badstof en alhoewel iedereen mij verzekert dat dat bij badstof juist niet kan, gebeurt het toch. Mijn onderrug wordt bloedheet en de boel voelt vochtig en broeierig dus. Ik ga dat deel dan ook vervangen door mijn eigen, zeer prettige katoenen hoes. Ik koop gewoon een grote (de hoes gaat over de kunststof steunen) en moeders maakt daar een voor mij passend en werkend geheel van(dat hoop ik althans…).

Het hoofdkussen is geweldig, de kleine kussens multifunctioneel (je kunt er ook ‘s avonds mee naar bed (en ja er is ook plaats voor manlief 😉)), de steunen even wennen (kwestie van leren in- en uitklauteren zonder de grootste te verplaatsen) dus ja, ik vind het wel een uitvinding voor de minder mobiele, veelal liggende kneus.

Ga als dit vele liggen bij jou ook speelt eens in gesprek met je ergo therapeut, die kan je helpen met eventuele vergoedingen (want zoals bij veel medische noodzakelijkheid, het is niet bepaald een goedkope oplossing). Vraag je wel goed af of je het echt nodig hebt, je bent er niet zo even snel uit (dus zorg voor de nodige ‘refreshments’ in je buurt (ik heb standaard water en chocola bij de hand (tja, ik blijf een vrouw he, die eigenschap is er nu eenmaal)), maar heb je hem nodig, dan ook doen, het is een absolute meerwaarde (voor mij in elk geval).

Dit was deel één van het kneuzenkwartet; hulpmiddelen, wordt vervolgd…

balans

Het lijkt wel een soap, je zou er eentje van kunnen maken. Mijn zoektocht naar balans, niet te verwarren met de zoektocht naar grenzen. Die lijkt erop maar is toch niet hetzelfde. Ze zijn beide delicaat, op het randje en vooral verrekte lastig.

Ik schreef er al eerder voorzichtig over, onze grote reis die later dit jaar plaats gaat vinden. In het kader van ‘in zo goed mogelijke conditie op reis’ probeer ik op te krabbelen. Dat de reis zwaar gaat worden is nog een understatement, maar ik ga me daar zo goed mogelijk doorheen proberen te slaan. Ik wil, nee, ik moet (van mezelf) er alles aan doen me hier zo goed mogelijk op voor te bereiden en dan bedoel ik de fysieke voorbereiding.

Ik ben dus weer in training, heel voorzichtig en met heel veel mate en beperkingen. Maar daarnaast slaat mijn hoofd, zeker als het zonnetje schijnt, in overdrive. Ik wil nog net niet naar Rotterdam om mee te gaan rennen. Niet dat ik ver zou komen hoor, ik red de ’50 meter sprint voor kneuzen’ nog niet eens, maar in mijn hoofd ren ik de volle 42 kilometer met verve. Ik zou hem niet winnen, zo realistisch ben ik nog wel, maar ach mijn hoofd heeft zich nog steeds niet helemaal aangepast aan mijn werkelijke fysieke staat.

Geen zorgen, ik lig hier op mijn buitenbed, ben niet aan het strompelen in Rotterdam, maar het geeft een beetje aan hoe het er in mijn hersenpan aan toe gaat. Ik nam mij vanmorgen voor ook thuis weer oefeningen op te pakken. Heel eerlijk gezegd kwam dat ook na een blik in de spiegel, alwaar ik iets teveel mij zag in mijn ogen. Maar ook wat dat betreft komt (volgens mijn vriendinnen) het beeld in mijn hoofd niet altijd overeen met de werkelijkheid. Daar zie ik het juist minder in of meer, ik zie in ieder geval teveel kilo’s.

Het wordt duidelijk tijdens het schrijven, de balans dreigt weer zoek te raken. Ik moet mijn mentale voet boven de rem houden voor ik de balans verlies met alle gevolgen van dien. Raar hoor, dat je hoofd je zo voor de gek kan houden. Dat ik na al die jaren ervaring nog steeds terug dreig te vallen. Maar, en dit is een belangrijke maar, ik pik het op voor ik begin. Ik schrijf dit terwijl de intentie in mijn hoofd opkomt. Ik ben me er nu van bewust en ik hoop dat dat een begin is.

Ik ga het dit keer goed doen, deze keer vind ik de balans, hou ik mijn voet boven de rem en gebruik ik hem ook, hoop ik…

vermist

vermist

En daar gaan we weer, langzaam verdwijnen mijn gedachten in een dikke mist. Ik voel hem aankomen, hij verdrijft alles, is te sterk om te negeren. Nog een minuut of vijf en ik ben volledig overvallen…

Ik baal ervan, moet ieder woord meerdere keren typen, blijf corrigeren en ruzie maken met de auto correctie op mijn telefoon. Ik lijk gewoon niet in staat de juiste toets aan te slaan, pak steeds net de verkeerde. Wil iets schrijven maar door het corrigeren ben ik de logica in de zin alweer kwijt. Ik typ dus de helft om vervolgens een nieuwe zin te kunnen gaan bedenken.

Waarom dan toch schrijven? Omdat ik het wil, ik wil niet verdwijnen in de mist, een mist die zo dik is dat iedere vorm van communicatie onmogelijk wordt, het volgen van een serie of film niet te doen is, zelfs nadenken lukt niet. De watten nemen langzaam de lege ruimte in je hoofd in en verspreiden zich dan. Je vervaagt, je zicht vervaagt, je denken vervaagt.

Hij komt, hij neemt over en laat je achter in het diepe niets, je kunt ertegen vechten, maar je verliest. Je probeert zo lang mogelijk je kop erbij te houden, maar het gaat je niet lukken. Meer fouten, meer ruis, meer vlekken voor je ogen, je vecht, maar zult falen.

Ik ga, ik stop (voor even), ik laat me overvallen, ik geef me even over, eventjes ben ik vermist…

propriowattes?

Proprioceptie, mooi woord is het. Ooit van gehoord? Niet iedereen kent het, het betekent zoiets als weten waar je ledematen zich bevinden in de ruimte en inschatten hoeveel kracht dingen kosten. Niet zo moeilijk, althans zo lijkt het, maar zo simpel ligt het niet, niet bij ons hyperdebieltjes in ieder geval.

Ik had er nooit bij stilgestaan, moest tijdens mijn revalidatie traject een testje doen hoe het met mijn proprioceptie gesteld was. Eerst kijken en dan met mijn ogen dicht bekertjes in elkaar zetten. Ik greep verkeerd. Ook bleek ik niet zonder te kijken te kunnen voelen waar mijn voeten zich bevonden. Ja, aan mijn lijf, maar hoe en in welke richting, no clue. Ik bleek een belabberde proprioceptie te hebben.

Gefeliciteerd, u gaat door voor de wasmachine. Deze beroerde stand van zaken blijkt te horen bij mijn aandoening. Het betekent ook dat ik niet voel dat ik de uiterste stand van mijn gewricht bereikt heb en aangezien die stand ook nog eens een graad of tien verder is dan bij de ‘normaal’ gebouwde mens kan dit problemen opleveren. Ook daar heb ik nooit echt bij stilgestaan. Mijn duimen kunnen een hoek halen waar monden van open vallen, eigenlijk nooit last van gehad. Niet qua pijn in elk geval, kracht zetten met een duim die zover doorbuigt is wel onhandig. Qua knieën geeft het meer problemen, buiten dat ze dus de grenzen te buiten gaan, doet het inmiddels ook pijn. Dat is dus de consequentie van het letterlijk de grenzen voorbij gaan. En aangezien ik het niet voel moet ik steeds naar mijn klutsknieën kijken om te zien waar ze zijn, of in ieder geval in welke hoek ze staan. Dat is een baan op zich, het blijft namelijk niet bij de knieën, al mijn gewrichten vliegen wat dat betreft ruim uit de bocht.

Als ik lig moet ik checken of mijn voeten niet gek doen, als ik zit knel ik ongemerkt mijn knietjes tegen elkaar, in een wanhopige poging tot steun. Ziet er geweldig uit overigens, zeer charmant! Tijdens het autorijden valt het pas echt op, met x-benen hou ik alles onder controle, terwijl ik ondertussen mijn schouder bij- en in elkaar plop.

Proprioceptie, of het gebrek eraan, zorgt er ook voor dat we sneller struikelen. We tillen soms onze voeten net niet genoeg op, we kunnen voor de gemeente gaan werken, controle afdeling, iedere fout gelegde stoeptegel geeft extra kans op een struikelpartij. Kijk dan beter uit je doppen, hallo moet al op mijn knieën letten, ik til mijn voet toch op. Glazen die net niet in de kast komen, maar tegen het randje van de kast, borden die toch net niet helemaal op tafel staan, deurposten die altijd te smal.zijn en tafels en bedden die niet zachtzinnig in aanraking komen met een punt op je bovenbeen of tenen.

Je weet toch dat hij er staat?! Eh ja, maar hij liep net een centimeter naar links, ik zweer het! Proprioceptie is een venijnig dingetje, zeker het gebrek eraan. Ook hier moet je mee leren omgaan, het is een puntje van ergernis op de lange lijst van verwante, vervelende eigenschappen van de ‘hypermobiel’. Maar in één ding kan ik je geruststellen, het hoort erbij, je beeld het je niet in en je bent geen miskleun. Voor ons is het altijd oppassen, uitkijken en ja helaas soms struikelen, vallen en weer opstaan.

geaard

Op veel statussen op Facebook staat het volgende: ‘Absoluut dat ik het durf!!!! Jullie vragen zich af waarom sommige homoseksuelen zich verstoppen en slecht leven? Simpelweg omdat mensen ze veroordelen voor hun geaardheid zonder ze echt te kennen… leef en laat leven!!! Wat verandert het aan uw leven als 2 vrouwen of 2 mannen van elkaar houden??NIKS!!! Als je akkoord bent kopieer en plak … Eens kijken wie er ook durft.’

Ik plaats het niet, niet zo. Niet omdat ik niet durf of omdat ik het er niet mee eens ben. Ik plaats het niet zo op mijn status omdat ik het absoluut abnormaal vind dat mensen iemand anders veroordelen of erger vanwege hun geaardheid!

Wie denken deze mensen dat ze zijn om een ander te veroordelen, is niet ieder mens gelijk, ongeacht kleur of voorkeur. Hebben we nu nog niks geleerd als mensheid? Het is in- en in-triest… we zijn mensen, allemaal. Hoe kun je iemand veroordelen op hoe iemand eruit ziet, waar iemand op valt? En kom niet aan met het ‘het hoort niet’ of met ‘tegen natuurlijk’. Verschuil je niet achter excuses. Is het de angst voor het andere? Deze veroordelende mensen maken de wereld niet mooier, maken mijn wereld niet mooier.

Als we iets moeten ‘prediken’ is het liefde, liefde voor het hart in de mens, een hart vol liefde is een mooi hart, een dankbaar hart. En dit hart behoort toe aan de mens die houdt van een ander mens, ongeacht de geaardheid van die ander.

Ben ik dapper als ik dat zeg? Durf ik het te uiten? Ik begrijp niet dat iemand het lef heeft een ander op zoiets te veroordelen, überhaupt iemand te veroordelen, zichzelf beter te vinden.

Stel je hart eens open en kijk ermee, kijk eens iets verder dan oppervlakkigheid, kijk naar de liefde tussen mensen. Die is mooi, dat is wat telt. Vergeet de haat, want die maakt lelijk

gevecht

Via de pagina ‘onzichtbaar ziek’ zag ik dit plaatje. Het raakt me, omdat het zo waar is, het gevecht houdt nooit op, zelfs niet op een ‘goede dag’…

17554069_1157208084388991_4397393961490918105_n

Het is weer zover, ik ben in een overmoedige staat van zijn. Ik dender over mijn grenzen als een stoomwals en het gaat best goed, zo redeneer ik zelf. Ik moet eerlijk toegeven dat ik vaak met een ietwat gekleurde bril kijk en dat ik de tekenen verdraai in mijn eigen voordeel (zo zie ik dat op zo’n moment, dat het voordeel uiteindelijk een nadeel blijkt te zijn vergeet ik voor het gemak even). Ik bekijk de wereld vanachter mijn mooie roze (zonne)bril.

De dag na de fotoshoot vorige week was ik een dood vogeltje aldus manlief. Hij heeft gelijk hoor, het vogeltje zong niet haar valse nootjes maar liet het bij een fluisterend tjilpje. De zaterdag ging ietsje beter en voor zondag stond er een verjaardag op de planning. Braces om en gaan, ik heb het volgehouden, een overwinning (zo zie ik dat dus). Maandag moet dan eigenlijk rust zijn, maar dat kwam in mijn planning niet uit. Ik vind het onwijs moeilijk me aan één activiteit te houden, dus nul nee, dat gaat niet, niet nu, niet in deze staat. Ik voel mij best ok (vind ik) en ik ga er weer voor!

Dinsdag moest er van alles af, woensdag ging ik uitrusten in het mooie sauna complex (heerlijk even bijpraten en relaxen met mijn vriendin) en donderdag moest ik nog een shirtje maken voor mijn kleine nichtje (belofte maakt schuld tenslotte). Bezoekje ziekenhuis met zoonlief, een longtest voor ondergetekende, emmerende holtes (een voorbode van het monster genaamd overbelasting), een onderrug die ondanks de nieuwe ligorthese in kliermodus gaat, tekenen aan de wand. En ik? Ik doe alsof mijn neus bloed, tot de zakdoeken niet aan te slepen zijn.

Nee, ik heb ergens onderweg toch het verstand gevonden. Ik herken de tekenen (ok, een beetje aan de late kant maar toch) en neem ze serieus. Ik heb mijn afspraken afgezegd en moet op de rem. Maar het is zo moeilijk! Één ding per dag, kom op, zoveel is het toch niet, misschien twee, maar zo werkt het niet. En zo vecht je, tegen jezelf, tegen je wil, tegen je lijf, elke dag opnieuw.

Ik ben een boek aan het lezen over een kneuzen lotgenoot (andere aandoening en toch een zelfde soort verhaal), een boek van 200 pagina’s en die ontglippen me, letterlijk. Ik kan het boek gewoon niet vasthouden. Ik sla twee bladzijden om en het boek eindigt op mijn neus, omdat mijn handen het begeven, hetzelfde verhaal met mijn telefoon. Het is frustrerend, maar het toont goed het gevecht aan dat ik voer tegen en met mijn lijf.

Het gevecht kost energie, laat het toch los. Nee, ik kan het niet loslaten, als ik los laat is het klaar, dan leg ik me erbij neer en dat zit niet in mijn systeem. Dus ik vecht, vandaag, morgen en overmorgen. Ik vecht voor mijn mogelijkheden, ik vecht voor verbetering en ik vecht voor mijn ik. Ik ben het waard!

 

de mentale kreukelzone

Ze is er weer, mijn favoriete tv persoonlijkheid, Sophie! Nu met mentale kreukels. Vandaag over werk, komt een burn-out door het werk? Ik heb hier een weloverwogen, aan mijn werkelijkheid getoetste mening over, uiteraard…

Ik ben van mening dat je ook zonder werk onwijs veel stress kunt hebben, zelfs als bijna nietsdoende, liggende kneus heb je ermee te maken. Wat zeg ik, misschien nog wel meer dan als werkende deelnemer van de maatschappij. Als eerste gooi ik in de strijd de bureaucratische instanties die je mega veel stress kunnen bezorgen. Gewoon communiceren of zelfs proberen te communiceren kan hiertoe leiden. Frustratie is misschien wel de grootste oorzaak in deze, niet geloofd worden of het aanlopen tegen de bureaucratische grens van de uitvoerder in kwestie (dan komt zijn of haar frustratie daar ook nog eens bovenop).

Frustratie over je beperkingen kan ook de nodige stress opleveren, je wilt veel en kunt weinig, ik denk dat dat ook een van de grotere punten is. Ik denk trouwens dat dat dus de grootste oorzaak van stress is, ons koppie en de grenzen. Ze zeggen soms je mogelijkheden zijn eindeloos, je kunt alles wat je wilt maar was het maar zo’n feest (of eigenlijk is het misschien maar goed ook dat er grenzen zijn, die geven ook een kader aan). Grenzen kunnen veel stress opleveren, maar ook veel stress schelen, het is dubbel zoals zoveel in het leven.

Ik hoorde de term levensstress vallen en ik denk dat dat het goed aangeeft. Ik werk dus niet meer, maar dit heeft mij meer stress opgeleverd dan een deadline op mijn werk ooit heeft gedaan. Mijn stress bestaat uit het aankijken tegen hele dagen die voor mijn gevoel gevuld zouden moeten zijn met ja, iets en ze zijn grotendeels gevuld met een zinloze leegte. Ik heb het moeten loslaten en dat scheelt de helft, maar nog steeds vind ik het moeilijk me neer te leggen bij het doen van slechts één enkele activiteit.

Je kunt dus enorm gestrest raken van een werkweek van zestig uur, maar geloof mij je kunt misschien nog wel meer gestrest raken van een werkweek van nul uur. Van het aankijken tegen week met één activiteit terwijl je zo graag zoveel meer zou willen doen. Ik mag maar een beperkt aantal dingen plannen in die week en kan bijna in paniek raken als ik zie dat ik daarmee gewoonweg niet uitkom. Ik kan niet én knutselen én afspreken met een vriendin of én naar de dokter voor een afspraak én een bakkie thee doen. En als ik dat wel doe dan pak ik dingen af voor de dag erop (en de dag daarop). Zo kan ik maximaal zeven dingen doen in een week en dat is echt heel weinig, er is geen na werktijd en er is ook geen weekend voor meerdere dingen.

Dus is stress werkgerelateerd? Nee, ik denk dat veel chronisch zieken mentaal een vergelijkbare situatie doormaken. Lullig he, ben je fysiek al de pineut, krijg je de mentale kreukels er gratis bij. Gelukkig ken ik inmiddels mijn mentale kreukelzone 😉.

mijn gezondheidsgids

Vanmorgen ben ik geïnterviewd voor mijn gezondheidsgids, ik heb geprobeerd duidelijk te maken hoe mijn leven met EDS eruit ziet (met een ietwat warrig hoofd blijft het lastig, maar ik het mijn best gedaan). Ik hoop hiermee toch weer wat aandacht gegenereerd te hebben voor EDS (overigens ben ik hiervoor benaderd door de VED (Vereniging Ehlers Danlos) en dat doet mij toch goed, het gevoel dat ze het waarderen wat ik doe en dat vind ik echt geweldig!).

https://www.mijngezondheidsgids.nl/gesprek-martine-ehlers-…/

ik ben…

Een perfectionist, dat was ik zeker, piepend en mauwend over iedere millimeter, elke komma. Hoe frustrerend als je hoofd niet goed meer meewerkt en je achteraf ziet daar je steeds meer fouten maakt. Het zet je wel met je voetjes op de vloer, het zet je op je plaats. Ik was soms ronduit irritant in mijn kommaprecisie, ik probeer iets losser te zijn, ik moet wel.

Beperkt in verfraaiing, de tijd er niet voor en vooral de energie niet meer voor. Je neemt me maar zoals ik ben, kwestie van keuzes maken.

En ja, verzwakt door sterk zijn, jaren van inleveren eisen hun tol. Het is een keer op, het houdt een keer op. Ook ik heb mijn zwakke momenten, al hou ik ze liever voor me.

Het mooie is dat al deze punten omgekeerd je kracht zijn, ik ben sterk, door mijn zwaktes, ik ben mooi in al mijn beperkingen, ik ben perfect gebroken. Ik ben ik, goed zoals ik ben!

17504326_1151468678296265_345059157463995967_o