roze olifanten

Een lotgenoot van me kreeg het volgende te horen over de omgang met pijn… ‘als je pijn hebt, moet je vooral maar niet aan roze olifantjes denken, zo kun je je lijf trainen om van de pijn af te komen’. Dit mooie antwoord kwam van een pijnarts trouwens. Ik heb al vaker geschreven over pijn, maar ik doe het als rasechte Teletubbie gewoon nog een keer.

Pijnartsen, je zoekt ze op in de hoop dat ze je kunnen helpen. Mij boden verschillende artsen verschillende oplossingen. De eerste die ik tegenkwam liet mij met mijn zeer pijnlijke rug (waarmee ik niet kon zitten, dat was de klacht) meer dan een uur achter in de wachtkamer (zittend in mijn rolstoel). De patiënt na mij was uitgevallen (zo hoorde ik de secretaresse vertellen) en dat gaf haar alle tijd even ‘bij te praten’ met een collega. Mijn vader en ik keken het aan en lieten onze fantasie de vrije loop (arts en collega arts kwamen met enigszins verhit gezicht een aparte kamer uit gelopen terwijl ze hun kleding recht trokken). De wachtkamer liep inmiddels aardig vol en na anderhalf uur wachten mocht ik ietwat (erg) geïrriteerd aantreden bij de arts. Zonder enig onderzoek vooraf wilde ze mijn zenuwen platspuiten, ik heb inmiddels enige ervaring opgedaan met mijn lijf en vond dit geen goed plan. Twee man sterk probeerde mij om te praten (alles stond al klaar voor de procedure), maar ik hield voet bij stuk en ging richting huis. Een ervaring rijker en een illusie (en meer pijn) armer, daar ging ik nooit meer naar toe.

Op naar arts nummer twee, ik deed uitgebreid verslag van mijn eerdere ervaring (zonder de romance erbij te betrekken) en deze arts was blij met mijn vasthoudendheid. Zomaar spuiten zonder scan bij een eds-ser was waanzin. Er moest dus eerst een nieuwe MRI gemaakt worden. Daaruit bleek dat de voorgestelde behandeling in mijn geval mij misschien wel gedeeltelijk van de pijn af zou helpen, maar gezien mijn verleden ook grotere problemen zou toevoegen. Geen optie dus, ik bleef op de zogenaamde roze olifanten medicatie (morfine dus). Gelukkig zag hij heel goed in dat ik zonder medicijnen niet kon functioneren vanwege de pijn.

En dan hebben we nog de psychologische aanpak van pijn, waarover ik met mijn psych de nodige discussies heb gevoerd. Dit is de roze-olifant-vermijdende tactiek. Hij gaat ongeveer zo: chronische pijn is een pijn die veroorzaakt wordt door een verstoring in het zenuwstelsel. De oorzaak van de pijn is er niet meer, maar de pijn is wel degelijk aanwezig. Die moet je dus leren negeren, uitschakelen in je hoofd. Tot zover zit daar enige logica in, je kunt het brein opleiden en dat leren. Maar… bij ons speelt meer dan enkel chronische pijn, het is een combinatie, er is ook sprake van signaal pijn. En bij signaal pijn moet je juist wel actie ondernemen om erger te voorkomen. Een luxatie geeft bijvoorbeeld signaal pijn en deze mag je weer niet negeren. Dus wat is dan de oplossing? Leren te leven met de chronische pijn, maar je moet het onderscheid leren tussen beide. Negeer niet beide, geloof mij maar, daar is een grens aan. Ik heb dat jaren gedaan, de knop omgezet en dat negeren heeft mij gebracht waar ik nu ben.

De moraal van dit verhaal? De artsen weten pas écht wat het beste is als ze het zelf doormaken, pas dan kunnen ze echt weten hoe het zit met de roze olifant, of je hem wel of niet moet zoeken…

Suits me

Momenteel mijn favoriete serie, ‘Suits’. Ik leef intens mee met de karakters en herken in ieder wel een beetje mezelf. Dat maakt het zo’n leuke serie.

Waarom haal ik dit aan, er is iets dat me stoort. En het heeft alles te maken met de onduidelijkheid rond mijn aandoening en de diagnose stelling. De KG (Klinisch Geneticus) is de aangewezen specialist om de diagnose te stellen, maar ook een reumatoloog kan dit doen. De KG kijkt terug in de familieboom en telt daar de criteria bij op (o.a de Breighton score voor hypermobiliteit). Hét gen dat verantwoordelijk is nog niet gevonden (in sommige gevallen wel, maar ook daar is discussie over) en dus is het een diagnose gebaseerd op wat men opmerkt.

De verschillende specialisten zijn het niet altijd met elkaar eens; zo is er het punt van meedoen van de huid. De een vindt dat deze zwaar meetelt, de ander vindt van niet (hierover komen op 15 maart weer nieuwe criteria). De ene specialist zal een persoon de diagnose EDS wel geven, de ander niet. Deze onzekerheid bestaat al zolang ik meedraai in de diagnostische molen.

Wat heeft dit met mijn intro te maken? Zal ik uitleggen, een tijdje geleden volgde ik een discussie, lotgenoten die elkaar aan (of af) vielen over het wel of niet hebben van de diagnose. Ik heb de diagnose via een reumatoloog, niet via een KG en dat vinden sommige lotgenoten niet ‘echt’, ik voel me dan dus net Mike, onze fraudeur in Suits. Ga dan naar de KG! Nee, ik heb mijn diagnose, hij past op alles waar ik tegenaan loop, hij past slechts niet volgens sommige anderen. En na alle ellende die ik heb meegemaakt bij artsen in aanloop naar deze diagnose is mijn vertrouwen ernstig geschaad. Wat als de bewuste KG weer zou gaan mauwen over mijn niet voldoende meedoende huid, in zijn ogen? Ik lees de angst onder lotgenoten nu de boel weer op het schop lijkt te gaan, ben ik dan mijn diagnose weer kwijt? De behandeling van HMS en EDS hypermobiliteit zijn hetzelfde, maar hoe mensen tegen je aankijken is dat zeker niet.

Onzekerheid die maakt dat je je zelfs onder lotgenoten de mindere voelt, ik heb het ook gevoeld. Hoe belangrijk is het dat we juist als lotgenoten samen sterk staan, zonder dat onderscheid. Hoe maf is het dat wij dolgelukkig zijn een diagnose als EDS te krijgen omdat we dan pas serieus genomen worden?

Waarom worden beide diagnoses met dezelfde consequenties bij verkeerde behandeling zo verschillend benaderd door die specialisten en daarmee ook door onze hulpverleners? En waarom laten wij sommige mensen die dezelfde weg bewandelen als wij zelf zich voelen als ‘Mike’, als een fraudeur? Ik weet wel waarom, omdat we niet meer durven vertrouwen en dat is een van de redenen dat we moeten vechten voor bekendheid en meer onderzoek. Ik heb EDS, ik had jaren HMS en ik ben dezelfde ik, met dezelfde klachten.

Ik hoop dat de uitslag van de nieuwe criteria duidelijkheid gaat bieden, maar eerlijk gezegd vrees ik dat het nog steeds niet afgelopen is met het onbegrip, please, prove me wrong!

Health 2 work

Ik ben al tijden op zoek naar een goede oplossing voor hoe mijn telefoon/tablet/laptop te kunnen gebruiken als ik lig. Momenteel houd ik met mijn linker hand de telefoon vast en typ ik met rechts met een pennetje, maar dit vraagt teveel van mijn polsen en ellebogen. Na alle reacties op de uitzending van Hart van Nederland (die ik echt super waardeer!) zijn nu mijn polsen overbelast, daar moet iets aan gebeuren.

En zo kwam het dat vandaag mijn lieve ergotherapeute op de stoep stond samen met een ‘meedenker’ in de vorm van een alleraardigste meneer om na te denken over oplossingen. Daar hou ik van, oplossingen! In eerste instantie wilden we een soort klem aan de zijkant van het bed vastmaken met daaraan een houder voor de telefoon, maar uiteindelijk blijkt er een standaard te zijn waarmee ik én liggend mijn armen kan ontlasten en achterover in mijn elro mijn laptop (of telefoon) kan gebruiken. Dit zou natuurlijk super zijn!

Veel van mijn lotgenoten lopen tegen dit probleem aan, het is een zwaar onderschat iets. Gebruik je telefoon dan iets minder zul je denken maar mijn sociale leven zit in die telefoon. Ik heb door mijn beperkte tijd ‘op’ niet de mogelijkheid even ergens langs te gaan, ik moet alles inplannen om het monstertje overbelasting zover mogelijk van me verwijderd te houden. En ik schrijf mijn blogs op mijn telefoon, kan ik ook mee ophouden, maar dat kan ik jullie niet aandoen toch 😉. Hoe dan ook, ik weiger mijn telefoon op te geven en dus doe ik dat ook niet, dit voelt echt een beetje als alles wat ik heb overdag (in mijn uppie, met mijn telefoon (zielig muziekje eronder), heb je al tranen?).

Naast de aardige ergo meneer bracht mijn ergo mevrouw ook een aantal zeer gewenste verwijzingen; een goedkeuring voor een nieuwe duimsplint en eindelijk na jaren kibbelen, de goedkeuring voor twee kniebraces. Daar ben ik zo blij mee, ik word bij alle soorten beweging tegengehouden door die eigenwijze knik exemplaren en nu hoop ik toch weer een beetje beter te kunnen functioneren. Zelfs gewoon zitten in mijn Quicky lukt niet zonder dat ze de buitenbocht kiezen en de bocht uit vliegen. Eindelijk meten en weten, zo fijn!

Het was dus een dag van medewerking, van meedenken en van oplossingen. En net kreeg ik bericht van mijn nu eigen ergonoom dat ik de, tja hoe heet het, kneuzenstandaard mag uitproberen. Helemaal super, binnenkort mag ik dus proefkonijn zijn. Ik zal hem uitgebreid testen en jullie op de hoogte houden, want ik denk dat dit voor heel veel lotgenoten een uitkomst zou kunnen zijn!

Alis Volat Propriis

Dinsdag heb ik het gedaan, al jaren wilde ik een tatoeage om en nabij mijn pols. De tekst wist ik al, ik twijfelde over de precieze plaats. Alis volat propriis; she flies with her own wings. Mijn vertaling je doet je best met de mogelijkheden die je hebt.

Het was niet mijn eerste, ik heb een jaar of 16 geleden een zonnetje laten tatoeëren op mijn enkel (jawel, een dappere zet voor het verlegen en bleue meiske 😉) en nog een paar jaar later een zogenaamd ‘aarsgewei’; eentje op mijn onderrug dus. Ik was altijd een angsthaas, behoorlijk bang voor naalden, ik heb zelfs mijn navelpiercing destijds onder verdoving laten zetten (wat volgens de piercer maar goed ook was aangezien ik een zeer taaie huid bleek te hebben). Maar goed, ik ben dan wel een angsthaas maar geen watje en het is allemaal goedgekomen. De grootste zorg is of de huid goed reageert, bij mij is het gelukkig bij allemaal goed gegaan, lees de vraag toch best regelmatig op verschillende sites voor eds-sers en geloof dat dat bij de meerderheid wel zo is.

Van de week kreeg ik de onrust in mijn kop, het moest gebeuren en wel nu! Dus maandag toog ik met een van mijn vriendinnen naar de tattoo shop, helaas was ‘nu’ geen optie, maar dinsdag was er plek. Weer naar de tattoo shop, in mijn uppie. Ik voel me dan toch weer een onzeker guppie, ik pas niet echt in de ‘scene’ zeg maar, gevoelsmatig dan. The master himself was aanwezig, ik stond oog in oog met Ben Saunders, twijfelend of ik nu een foto moest maken (bewijsmateriaal), mezelf vervloekend dat ik geen boekje bij me had, maar uiteindelijk besloot ik dat dit nu eenmaal de werkplek van de beste man is, hij ook maar een ‘gewoon’ mens is en ik dus niets vroeg, deed of fotografeerde (domme muts…).

Ondertussen in het atelier werd ik netjes ontvangen in mijn rolstoel, ik kon gewoon blijven zitten, niks moeilijk gedoe. De kussens werden netjes verpakt in folie, mijn arm werd geschoren en beplakt en de naald deed z’n werk onder leiding van Roman (bijzonder aardige knul die weet wat hij doet). Het échte ongemak zat ‘m in mijn niet-op-de-plaats-blijven-zittende schoudergewricht, maar ik kon af en toe de even terug op de plaats manoeuvre toepassen. Eindelijk staat mijn motto op de goede plek, een mooi staaltje werk en hij geneest gelukkig goed. Bijna geen korstjes en ik voel hem amper, goed werk!

Alis volat propriis; ze vliegt met dappere vleugels. Vleugels die haar toch brengen waar ze hoort te zijn, denk ik. Een lijfspreuk, letterlijk nu, míjn lijfspreuk!

Valentijn

Tja, de grote vraag, ieder jaar wordt het meer een ‘ding’ hier in Nederland. Winkels vol met hartjes, chocola en romantische flauwekul, Valentijn is in ieder geval goed voor de detailhandel. Ach wie hou Ik voor de gek, tuurlijk is het best leuk dat geheimzinnige kaartje, ik voel me een ietwat sneu geval 😉. Manlief doet niet aan Valentijn, commerciële onzin, ik kan duizend hints geven, de rozenblaadjes blijven aan de rozen in de achtertuin.

Aan de andere kant doet manlief genoeg, ik krijg mijn chocola als ik er naar smacht en de dag van de liefde is er gelukkig vaker dan op 14 februari. Valentijn is leuk voor verliefde pubers en laten we realistisch zijn die tijd ben ik reeds gepasseerd (al blijf ik in mijn hart altijd een beetje een opstandige bakvis).

Toch wil ik iets doen met de commerciële gedachte in mijn achterhoofd. Vorig jaar deze tijd kwam mijn tweede dichtbundel uit (en nee het is niet de ene kwijlende tekst na de andere), met teksten over het leven. En om nu toch iets te doen gooi ik mijn bundel in de aanbieding. De rest van de maand voor 15 Euro (inclusief verzendkosten). Het is een prachtig boekje (al zeg ik het zelf). En dit is een eenmalige actie via deze weg, ik ga jullie er verder niet mee lastig vallen 😉 (dus niet weglopen..).

En ik ga er vandaag eentje weggeven, laat even weten wie van jouw vrienden/vriendinnen er eentje verdiend en morgenvroeg loot ik iemand uit.

liefde

Fijne Valentijnsdag 😉! Let love rule, always…

bekendheid

Bekendheid voor EDS, mijn grootste doel dus ik deel zeker mee!

Van de gevolgen die hieronder beschreven staan heb ik er en aantal aan den lijve ondervonden. Ik word al sinds mijn 23ste geplaagd door terugkerende hernia’s (de grootste problemen met mijn lijf zijn ontstaan door een verkeerde revalidatie na een hernia operatie).

De kwetsbare huid was altijd een puntje van discussie voor wat betreft de diagnose. Mijn eerste reumatoloog vond dat ik hier niet aan voldeed, ik had niet direct bij aanraking een blauwe plek (maar heb ze wel veel sneller dan ‘normaal’), mijn huid was niet ver uitrekbaar (sterker nog hij zit eerder vastgeplakt aan de rest) en ik had wel veel en snel littekens maar niet ‘raar’ genoeg. Dit veranderde later, na het weghalen van een fout plekje op mijn huid kreeg ik een uitgerekt litteken en ook op mijn knie verscheen een ‘sigarettenpapier’ litteken. Op puberleeftijd scheurde mijn huid bij het afhalen van het gips, ook niet echt normaal, na deze tekenen werd eindelijk EDS gesteld.

Ook schade aan het zenuwstelsel is een feit, bij overbelasting valt de linkerzijde van mijn gezichtszenuwen uit, ik zweet eenzijdig en mijn temperatuur vliegt uit de bocht.

Gelukkig heb ik geen ernstige problemen met mijn organen, mijn darmen zijn lui en traag, maar ik geloof dat alles verder nog op z’n plek zit. Of mijn longproblemen erbij horen blijft een vraag en mijn hartkloppingen evenzo.

Ik heb type 3, het hypermobiele type, ik heb ‘geluk’ in mijn ogen. Bij het vaattype is het veel meer oppassen nog. Mijn lijf is brak en zeer lastig, maar ik kan dat gelukkig goed relativeren. Ik denk dat het het belangrijkst is dat de diagnose op tijd gesteld wordt, zodat je op tijd je grenzen kunt leren kennen, die zijn zo belangrijk. Overbelasting kan grote gevolgen hebben, als je leert leven binnen die grenzen hoeft het niet zo beroerd te lopen. De een is er erger aan toe als de ander, geen eds-ser is hetzelfde, oordeel niet over de ander, maar toon begrip voor hun grenzen en de jouwe.

eds

We blijven vechten voor meer aandacht, meer begrip en hopelijk meer onderzoek!

warrior

Teksten die iets betekenen, daar wil ik iets mee gaan doen. Ik begin bij deze, eentje van mezelf. Ik schrijf in mijn gedichten alles van mij af, gedichten zijn gedachten, zeer persoonlijk, maar vaak ook herkenbaar.

Ik denk dat niet alleen mijn lotgenoten zich hierin herkennen, iedereen ervaart de ‘donkerdere’ kant van het leven. Momenteel bevind ik mij weer eens in de zogenaamde ‘boetedagen’, de opnames voor Hart van Nederland hebben veel van mijn lijf gevraagd. Er wordt mij gezegd mijn grens aan te geven, maar steeds opnieuw blijkt hoe moeilijk dat is. Als ik de schakelaar omzet, zet ik het voelen uit om te kunnen functioneren.

Vroeger deed ik dat standaard, werken was schakekaar om en gaan. Dat ging goed tot het niet meer goed ging en toen ging het mis, flink mis. Toen kostte het me 3 jaar liggen. Nu krabbel ik op en moet ik alles opnieuw uitvinden. Ik moet leren dat ik af en toe best de schakelaar om mag zetten, maar dat ik ook terugschakel en de rust neem die mijn lijf aangeeft nodig te hebben. In dit geval betekent dat dat ik de hele week al op maximale rust zit (lig dus). Liggen met een lijf dat in de duistere modus zit, pijn is de consequentie van mijn actie, eh meer pijn dan ‘normaal’ is dat.

Of je het nu wilt of niet, op een gegeven moment gaat de pijn invloed hebben op je denken, vooral ‘s nachts. Ik baal van mijn lijf, ik wil weer zoveel en kan weer te weinig. Gisteravond bedacht ik me hoeveel kansen ik gemist heb. Hoe graag ik wil dansen, wil hardlopen, schaatsen, korfballen, training wil geven en coachen zonder de beperking van die verrekte rolstoel. Dit is het gevolg van een gesprek met de revalidatie arts van mijn zoon, hij krijgt steeds meer last van sub luxaties en dat beperkt hem. Toch moet hij sporten, dat is goed voor hem. We kregen een uitleg over hoe je met sporten endorfinen opwekt, dat je dat nodig hebt omdat je anders altijd in je hoofd zit. Van dat laatste heb ik ook last, ik kan niet sporten en zit teveel in mijn hoofd. Er zit ook teveel in mijn hoofd. Dat frustreert, dit zijn de dagen dat je het hardst moet vechten tegen jezelf.

De volgende morgen lijkt het gelukkig anders, beter, optimistischer. Dan kan ik weer denken in kansen in plaats van in gemiste kansen. Want hoezeer ik ook baal van deze pijn, van de beperkingen, het heeft mij ook kansen gegeven die ik anders niet gezien zou hebben. Jullie zouden mijn kant van het verhaal nooit gehoord hebben zonder dit. En weet je, dat maakt het toch de moeite waard. Er kunnen nog zoveel mensen roepen dat je de aandacht zoekt voor jezelf, maar die hebben niet mogen ervaren hoe het voelt om je nuttig te voelen door dit te mogen schrijven. Dan zouden ze weten dat dankbaarheid gaat voor ego en dat kansen er niet voor niets zijn.

Deze tekst toont mijn duistere kant, die de zon die eronder ligt bij tijd en wijle overschaduwt. De woorden zijn een deel van mij, maar ook van jullie. Ik schrijf ze, ik deel ze en ik accepteer ze, maar ik weet ook dat de mooie dingen op de loer liggen, net buiten de schaduwzijde. Het zijn écht de kleine dingen die ertoe doen…

eds warrior

diagnose aanstelleritus

Mijn eerste échte diagnose van een specialist was HMS, wat was ik blij! Dat vinden mensen lastig te begrijpen, dat je blij kunt zijn met een diagnose. Het is niet zo dat je graag ‘ziek’ bent, maar de kneuzerigheid is er, dan is het slechts fijn als de heren en dames doktoren ook weten waar het door komt, dat je daadwerkelijk iets mankeert en dat dat ook erkent wordt.

Ik was dus blij, ik struinde het internet af naar informatie over dit syndroom. Tot die dag had niemand mij ooit verteld dat ik hypermobiel was. Hypermobiliteit wil zeggen dat je te ruim in je banden zit, je pezen (die de boel bij elkaar houden) zijn als uitgerekte eleastiekjes. Dat verklaarde ook waarom ik van die rare duimen had. Ooit op een ehbo opleiding zeiden ze: ‘vingers zijn gewrichten die maar een kant op kunnen’. Ikke de mijne laten zien, nee hoor, kunnen echt twee kanten op 😉. Het verklaarde waarom ik zo snel kneuzingen had, waarom ik altijd pijn had. Ik voelde mij niet langer alleen staan, diagnose aanstelleritus was aangepast naar HMS.

Ik werd doorgestuurd naar de revalidatie arts, vol hoop, nu werd het beter. Maar zoals ik al in eerder blog schreef, deze was geen fan van de diagnose HMS. Ik was gewoon een beetje hypermobiel, niets meer en niets minder. Ik moest trainen dan kwam het wel weer goed. Vol overgave stortte ik mij op de therapie, dit was tenslotte mijn uitweg, ik werd weer beter, toch? Wat heb ik mezelf op mijn kop gezeten, ik werd niet beter, ik werd slechter, trainde ik dan niet hard genoeg? Mijn spierspanning werd gemeten, in rust was die veel te hoog. Ik moest leren ontspannen.

Dat bleek lastiger dan gedacht, ik had geen idee hoe dat moest. Achteraf ook logisch, als je banden te ruim zijn moeten je spieren het opvangen. Mijn spierspanning was zo hoog omdat ik dat nodig had om de boel bij elkaar te houden. Bij onze aandoening zijn je spieren altijd aan het werk, enig idee hoeveel energie dat kost? Dat verklaarde dan ook meteen weer waarom ik altijd moe was, altijd het gevoel had al een marathon achter de rug te hebben.

Ontspannen kan ik nog steeds niet, ik krijg het niet voor elkaar, daar wordt nog steeds aan gewerkt. Ondertussen liep ik ondanks mijn verkregen diagnose nog steeds tegen muren op. HMS werd (en wordt) niet serieus genomen. Zelfs mét diagnose voelde ik mij een aansteller, ik heb mij vaak afgevraagd of het niet toch tussen mijn oren zat. Gelukkig had ik daarin mijn huisarts, die geduld heeft en mij meerdere malen wees op het feit dat mijn ‘blessures’ echt zijn. Gevechten met instanties, met mezelf bleven een feit. Diagnose aanstelleritus bleef mij achtervolgen.

Tot ik een verdachte plek weg moest laten halen en mijn huid niet herstelde zoals bij een ‘normaal’ mens, mijn huid liet tekenen zien van een bindweefselprobleem. Eindelijk werd ik serieus genomen, werd de diagnose ‘meest overeenkomend met EDS type 3’ gesteld. Het verschil tussen die drie letters is enorm, maar ook enorm oneerlijk. Ook HMS is een bindweefselprobleem, er is grote onenigheid onder artsen over deze diagnose. De één zegt HMS is EDS, de ander zegt van niet. Beide geven dezelfde problemen, beide verdienen onderzoek en aandacht.

Ik heb niet langer diagnose aanstelleritus, ik heb EDS. Dat gun ik mijn lotgenoten ook, bij hypermobiliteit en pijn, laat je onderzoeken. Geef niet op, pas op jezelf, leer je grenzen kennen en zoek hulp. Je bent niet gek, het zit niet tussen je oren, geloof in jezelf!

kwestie van interpretatie

Een enorme stroom aan reacties kwam aan mij voorbij vanmorgen, de meeste gelukkig positief. Ik doel uiteraard op reacties na de uitzending van Hart van Nederland gisteravond.

Strontzenuwachtig was ik, gelukkig had een lotgenootje de link naar de clip al opgesnord voor hij uitgezonden werd, kon ik mij vast een beetje voorbereiden op klein scherm (mijn telefoon, scheelt toch iets met onze eigen tv 😉). Ik denk dat mensen zich niet altijd realiseren hoe vreselijk spannend zoiets is. Ik ben geen camera’s gewend (als fotograaf stond ik er altijd liever achter) en je hebt geen idee wat er over blijft uit dik een uur opnames. Zo’n dag kost je ontzettend veel energie (én hersteltijd) en dat heb ik er echt voor over, anders deed ik het niet, maar het is echt wel ‘retespannend’!

Waar ik het meest bang voor was is het stukje ‘training bij EDS’ en jawel, daar is het enige minpuntje (wat mij betreft). Het venijn zit hem in de staart, het stukje onbegrip is geboren. Dít geeft goed de angst weer van mij en mijn lotgenoten, het is één woordje dat alle trauma’s in vol ornaat boven laat komen. Volledig onbedoeld zitten veel EDS-sers in de hoogste boom met een mega hoge hartslag en een, ‘zullen mensen dit niet verkeerd uitleggen’…

Na drie jaar bijna volledig platliggen zet ik weer (en geloof me, weer staat voor een stuk of 20 mislukte pogingen) mijn eerste voorzichtige stapjes op het gebied van fysiotherapie. Zoals mijn therapeute heel mooi uitlegde, als de spieren nog werken is er kans op ‘verbetering’. Ik was jaren ontrainbaar, niet zelf verzonnen, dit is bij twee verschillende revalidatiecentra vastgesteld. Mijn lijf had rust nodig, moest teruggebracht worden naar de absolute basis, het nulpunt, als ik daar stabiliteit behaalde (dus niet langer achteruit ging) mocht ik weer een poging doen tot opbouw. Dit zéér voorzichtig, dat wil zeggen dat de oefening die je me in het filmpje ziet doen ook écht het enige is dat ik doe, in een week. Drie keer voorzichtig zakken en omhoog, kan ik minder dan mág ik ook minder en daar zit hem bij mij het probleem. Als mijn fysio zou zeggen: ‘deze oefening 10x’, dan zou ik dat doen. Niet omdat het kan, maar omdat ik dat wil.

Niet kunnen en wel willen is onze allergrootste uitdaging, het is dat waardoor we overbelasten en waar dus de problemen beginnen. Het weefsel kan het niet aan en we gaan de beruchte vicieuze cirkel in. Overbelasting, te kort herstel, meer overbelasting, etc. Doe dat te lang en je bent waar ik drie jaar geleden was. Ik ben geenszins van plan weer in die valkuil te belanden, dus móet ik leren ‘trainen’ binnen mijn grenzen en ja dan hoop ik iets van ‘herstel’ terug te pakken. Helemaal herstellen zit er niet in, er zijn dingen kapot die niet te repareren zijn. Voor mij is het doel dat ik stelde een énorm doel, we hebben het over een rondje lopen met de hond en dat eenmaal per dag! Voor een ‘normaal’ mens een eitje, voor mij een serieus trainingsdoel, dat ik probeer te bereiken met als start een lijf dat in huis een beetje loopt en verder 21 uur per dag ligt of in een elro zit.

Een doel is mijn schouders kunnen bewegen, zonder dat ze bij elke beweging uit de kom schieten. Vergelijk het maar met een bankhanger die de marathon wil gaan lopen, met in het achterhoofd de wetenschap dat heel veel meer er voor mij gewoon niet in zit. Dat ik ontzettend blij ben met élke minuut meer zit tijd. Dus wat voor mij dit herstel is is niet te vergelijken met een ander. Daarbij is ook iedere EDS-ser anders, onderling moeilijk vergelijkbaar. Wij zijn een uitdaging voor de therapeut en ik ben blij dat de mijne dit aandurft, ik ben een lastige klant.

Dus mensen, oordeel niet op basis van dit ene kleine woordje in het commentaar, het was onhandig (hierbij de reactie van de redactie op een mail van een lotgenootje), maar het is een kwestie van interpretatie; ons ‘herstel’ is niet te vergelijken met dat van een normaal, gezond persoon en EDS is een chronische aandoening, met pieken en dalen, écht herstel zit er voor de meesten van ons gewoon niet in helaas.

Dat gezegd hebbende ben ik dolblij met de aandacht die het opgeleverd heeft, elk stukje aandacht is belangrijk denk ik en ik blijf me daarvoor inzetten. Het grootste deel van mijn dag besteed ik hieraan, het geld dat mijn boekje oplevert gaat naar ‘mijn’ promotie voor EDS en ik zal jullie daar middels mijn blog ook van op de hoogte houden. Ik heb grote plannen, ik ben en blijf een vrouw met een missie!

Hart van Nederland

Vandaag was de grote dag, opnames voor Hart van Nederland. Televisie is hét medium om aandacht te vragen voor onze aandoening én voor het leven met een beperking (dit alles gecombineerd met het uitkomen van mijn boek natuurlijk) en ik ben dan ook dolblij dat zij er aandacht aan willen besteden!

Even terug naar het begin; bij het uitkomen van mijn boek heb ik een hele lading mails de deur uit gedaan, ik wilde in de bladen en op tv, niet geschoten altijd mis en ik hou van aanpakken. Binnen een uur had ik een reactie, een vraag naar mijn telefoonnummer door Hart van Nederland! Mijn hartslag schoot geheel volgens sinustachycardisch voorschrift richting de 200 slagen per minuut en ik durfde de telefoon niet uit het oog te verliezen. Telkens als hij overging ‘sprintte’ ik naar het toestel maar ze belden niet helaas.

Een paar weken later ging ik in protest tegen Facebook. Ik mocht niet betaald adverteren voor mijn boek met de cover. Reden.. de foto was te bloot, mijn mooie ietwat fragiele blote rug met sattijnen band werd in verband gebracht met pornografische uitingen. Belachelijk vond ik het, dus ik klom in de pen, een protest actie die ontzettend vaak gedeeld is via verschillende kanalen. Wederom was ik een dankbaar mens! Wat heeft dit met vandaag te maken, nou door deze actie kwam ik in contact met een aantal lotgenoten en eentje daarvan heeft mijn verhaal opgepakt en gestuurd naar jawel, Hart van Nederland! Weer de vraag naar mijn telefoonnummer en binnen twee uur ging hij daadwerkelijk en had ik iemand van de redactie aan de lijn.

Het verhaal doorgesproken, de opties besproken, mijn pasverworven fysiotherapeute compleet overrompeld en besproken (dit was allemaal dinsdag) en vandaag (vrijdag dus) was het al zover. Zo werkt dat met nieuws 😉. Vanmiddag kwamen de cameravrouw (stoer beroep!) en verslaggever bij mij thuis. Ik was bloedje nerveus, maar het viel erg mee, het was een ontspannen sfeer en ik ben niet stotterend afgegaan. Ik hoop dat het een mooi item wordt, heb er alle vertrouwen in. Met grote dank aan Margrit, mijn fysio, ik overviel haar behoorlijk, maar ze heeft het super gedaan!

Het was me het dagje wel, ik ben kei kapot, mijn benen zijn pap, mijn hersens mistig, maar ik ben weer een beetje dichterbij het doel; EDS op de kaart. De kneus komt op tv! Als het een beetje meezit (we zijn afhankelijk van het nieuws) is dit weekend de uitzending. Kijken jullie mee?