Na jaren van achteruitgang besloot ik dat het klaar was. Als ik het zo opschrijf, klinkt het bijna te simpel. En toch is dat precies wat er gebeurde.
Ik nam een besluit. Punt.
Daarna kantelde mijn wereld.
Lag ik het ene moment drieëntwintig uur plat en liep ik het volgende fluitend door het park? Nee. Het ging geleidelijk. Stapje voor stapje. Maar dat besluit was wel het startpunt.
Ik heb van alles geprobeerd. Onder het motto baat het niet dan schaadt het niet, stortte ik mij op het alternatieve pad. Ik volgde cursussen, verdiepte me in de werking van ons brein en probeerde de puntjes te verbinden.
Tot op dat moment was alles wat ik deed vooral theoretisch. Het praktische deel vond ik spannend. Logisch, want iedere vorm van fysiek opstaan had altijd alleen maar meer fysieke ellende veroorzaakt.
Mijn grenzen en ik leefden al jaren op gespannen voet met elkaar. Mijn neiging van nul naar honderd te gaan in één beweging hielp daar niet in mee. Om mijn theoretische kennis in praktijk te brengen moest ik leren de balans te vinden. Mijn motto ‘willen is kunnen’ moest ik loslaten. ‘Kan niet’ liet ik achter op het kerkhof. ‘Wil niet’ kreeg een plekje ernaast.
De eerste échte stapjes zette ik op het veld naast ons huis. Twintig meter, dertig, veertig… en terug naar tien. Vallen en weer opstaan. De spannendste meters waren langs de huizen. Niet omdat dat verder was, maar omdat achter de ramen van de buurt zich ook de potentieel veroordelende blikken van onbegrip bevonden. Ik zeg potentieel, want de échte veroordeling vond plaats in mijn eigen hoofd.
Mijn pad naar vooruitgang had meerdere routes. Iedere stap maakte me sterker, zowel mentaal als fysiek. Ik weet nu wat ik jaren geleden niet wilde weten. Al vond dat willen op onbewust niveau plaats. Blijkbaar had ik eerst het een en ander te leren.
De weg uit dat bed leerde me veel, zoals ook de weg richting dat bed me veel heeft geleerd. Ergens op die route ben ik vriendjes geworden met mezelf. Om mij te vinden, moest ik eerst leren zoeken. Moest ik het lef vinden om de juiste vragen te stellen. Iedere vraag leidde naar een confronterend antwoord. En met ieder van die antwoorden leerde ik meer over wat ík wil. Waar ík in geloof.
Ik leerde mijn grenzen pas echt kennen toen ik met mijn knapzak over dat pad hobbelde. Soms lopend, soms rollend. Soms rustend langs de weg. Voorbij dat kerkhof, de graven liet ik daar.
Mijn reis is net begonnen.
Ik ben nog lang niet klaar!
