Mens moet wat doen, als ze zit te wachten. Vanmorgen had ik een incidentje met de riem van Lewis en mijn hand. Het regende, de riem was glibberig en ik had een paraplu mee. Dat doe ik anders nooit en met goede reden zo blijkt.
Mijn linkerhand zat om de riem en met rechts hield ik de paraplu in balans op mijn schouder. Gewoon vasthouden kan ik niet met mijn hand, schouder en arm.
So far so good.
Onder een boom stond een man met een klein hondje. Net toen wij in zijn blikveld kwamen tilde hij zijn hondje op. Toen ging het mis. Lewis trok zijn kant op en de riem gleed uit mijn hand. Nou ja, tot het punt waar hij om mijn hand gewikkeld zat.
Eigenlijk voelde ik weinig (behalve frustratie om mijn op dat moment in mijn ogen idiote hond en zijn reactie). Mijn hand was dusdanig koud dat ieder gevoel ontbrak. Ik gooide de plu van me af, probeerde Lewis te grijpen en zocht mijn splint die twee meter verderop belandde. Inmiddels begon mijn hand te kloppen en verscheen er bloed. Lang leve de bloedverdunners.
Gelukkig waren we bijna bij mijn tussenstop, dus koelen, doekje tegen het bloeden en splints af, want vingers werden behoorlijk dik. En blauw. En koud, zo koud.
Afgewacht thuis, want ja, wanneer bel je de huisartsenpost? Uiteindelijk toch maar gedaan. Vooral omdat mijn wijs- en ringvinger elke vorm van buigen en strekken weigeren. Dienstweigeraars, lekker dan.
Dus daar zitten we nu. Zoonlief als chauffeur (het is een keertje andersom) en ik als patiënt. De foto geeft geen breuk aan, maar de banden en/of pezen doen het niet. En dat is een bijzonder iets blijkbaar. Zal ook eens niet…
De plus, ze kennen EDS (en dat is fijn!), ze nemen me serieus (heb al een legertje artsen gezien). De min, wachten, wachten en wachten.
Maar goed, we gaan het zien.
Voor nu een groet van de spoed.
