Dwarse scheet

Ik kon het weer niet laten, ik klikte weer op de reakties bij een Facebook bericht, dom, dom, dom! Toch geeft het me de inspiratie er iets over te schrijven.

Het bericht in kwestie was van ‘Linda nieuws’ (meestal niet veel nieuws trouwens) en ging over een experiment met betaald verlof bij menstruatieklachten. Uiteraard gaan de vrouwlui dan volledig los en maken elkaar verbaal af vanachter hun toetsenbord. Dat de vrouwen die maandelijks een aantal dagen niet kunnen werken door moeder natuur aanstellers zijn, dat ze zich ziek melden bij iedere scheet die dwars zit. Hieruit blijkt dat deze vrouwen naast een totaal gebrek aan inlevingsvermogen ook lijden aan het makkelijk menstruatie syndroom, wacht maar, moeder natuur neemt je nog wel te grazen, ergens tegen de veertig of vijftig, wanneer de overgang je te pakken krijgt.

De grote smoelen op het internet gaan compleet voorbij aan vrouwen met zeer pijnlijke of zeer zware menstruaties. Ik schreef al eerder over mijn ‘luier’ dagen, niet te verwarren met ‘luie’ dagen (die heb ik dagelijks en zijn derhalve geen nieuws). De dagen dat ik ‘Opoe’ op bezoek heb, de vlag uit heb hangen en de rode zee probeer te bevaren. De dagen dat ik geen half uur buiten de deur durf, het grootste geschut inzet en me nog op ‘renafstand’ van het toilet moet bevinden. Ik heb geluk, beroepskneuzen hoeven zich niet ziek te melden, maar stel dat ik nog zou werken, hoe moest ik dan van A naar B komen zonder bloedbad?

Ze denken dat ik overdrijf, ik geef toe dat ik dat als vrouw zijnde kan, maar nee, dit is niet overdreven en zeer zeker geen gein. Op zo’n dag heb ik een vaste relatie met de toiletpot of een luierbips, alle andere alternatieven leveren slechts doffe ellende (geloof me ik heb wat pogingen ondernomen de afgelopen jaren).

Het ‘menstruatieverlof’ zou voor sommige vrouwen een uitkomst zijn, een dag of wat geen extra zorgen over hoe het nu weer op te lossen. Het grootste nadeel zit hem in dat gevoelige puntje, vertrouwen in het vrouwelijke deel van de mensheid. Stel dat iemand er misbruik van maakt? Het idee dat iemand dat doet zit blijkbaar in het eigen hoofd, zegt dat dan niet meer over deze persoon met dit idee?

Onbeschrijflijk

Ik ben onbeschrijflijk dankbaar voor zoveel dingen; voor de mensen in mijn leven, voor alle aanpassingen die mij gegund zijn, voor het stukje herwonnen vrijheid, voor de vogels in onze tuin (is kater Max ook onbeschrijflijk dankbaar voor al is dat om andere redenen), voor de zon, voor het leven met alle ups en downs. Ja ook voor die laatste, want zonder de downs zouden we ons niet ontwikkelen en altijd blijven hangen op hetzelfde niveau.

Een week of wat geleden kreeg ik een berichtje van Miranda. Ze had mijn naam doorgekregen bij onze gemeente (vind ik nog steeds bijzonder), als tip om te kijken hoe ik de dingen aanpakte qua blog. We hebben een keer thee gedronken en hadden een instant klik. Ik ben twee keer zo oud, maar leeftijd doet niet ter zake zo blijkt. We hebben nog een keer thee gedaan en ik heb haar gefotografeerd.

Miranda heeft te kampen met een fikse gezichtsbeperking en is herstellend van een depressie. Ze heeft een enorme open uitstraling en resoneert zo ongeveer op dezelfde trilling als ik. Lekker zweverig, maar ook dat is een stukje van mij. Ik ben een spiritueel mens, ik geloof in de diepere betekenis van ons bestaan. Ik geloof dat iedereen een bepaalde taak te vervullen heeft en ik ben ervan overtuigd dat dit de reden is van mijn aandoening, van mijn beperkingen. Ik denk ook dat mensen om een reden in je leven verschijnen.

Ik mocht Miranda fotograferen, om iemand neer te kunnen zetten zoals hij of zij is moet je in mijn ogen een bepaalde klik hebben. Ik wil meer laten zien dan een mooi plaatje, ik wil de persoon achter het uiterlijk vastleggen. Niet het masker, maar de ziel. Daarvoor moet je jezelf openstellen, moet je iemands vertrouwen winnen. Daarom zijn kinderen vaak zo’n mooi onderwerp van fotografie, kinderen zijn nog zichzelf, open, geen masker.

Ik ben niet heel snel tevreden over mijn eigen werk, ik zie altijd verbeterpuntjes, maar deze week ben ik blij. Weet ik weer even hoe het voelde, pakte ik even mijn oude leven weer op. Natuurlijk volgde de boete, branden mijn handen, protesteert mijn lijf, maar het was het waard. Even stapte ik over de zijlijn, even stond ik weer midden in het leven en dat gevoel is onbeschrijflijk!

*

Miranda is vandaag begonnen met een blog over haar leven. Ze zet mooie stappen op haar pad en ik raad haar pagina ‘onbeschrijflijk’ aan. Ik volg haar op haar weg, op afstand en van dichtbij, want onze wegen hebben zich niet voor niets gekruist!

*

Zijlijn

Ik heb hier al vaker over geschreven, het gevoel aan de zijlijn van het leven te staan. Gek genoeg kwam het beeld zojuist op mijn netvlies te staan. Een beeld verscheen voor mijn ogen terwijl ik hier lag te luisteren naar een mooi nummer over vrij zijn. Een beeld van het Kruidvat (vraag me niet waarom) in een drukke winkelstraat. Het rode bord, de ingang en ik zat ertegenover, in mijn rolstoel, ik zat erbij en keek ernaar…

Hoe zeer ik ook mijn best doe, hoe ik ook probeer gewoon deel te nemen aan activiteiten, hoeveel ik ook doe, over mijn grenzen dender, nooit hoor ik er meer echt bij. De wereld draait langs me heen, mensen gaan naar hun werk, kinderen naar school, vrienden vieren het leven met dagjes uit, avondjes uit. Uiteindelijk komt het neer op het feit dat mijn fysieke grenzen niet passen bij de wereld en ja, soms heb ik daar moeite mee.

Iedereen kent het, een week of twee eruit door de griep, pijn in je rug, een dag of wat ziektewet. Soms duurt het iets langer, ben je een paar weken of zelfs maanden uitgeschakeld. Even voel je het, voel je dat je opschuift naar de lijn die langs de doordraaiende wereld loopt. Verlang je naar het ‘normale’ leven dat je zo verfoeide toen je er middenin zat. Tot je weer beter bent en je oude leven weer op kunt pakken.

Ik bevind mij inmiddels al acht jaar aan de zijlijn. Er is geen zicht meer op dat ‘normale’ leven. Niet dat een leven als niet langer werkende niet normaal is hoor, maar als je je dagen ook niet in kunt vullen met zinnigheid schuif je over de lijn. Meestal ga ik gewoon mijn gang, ik verveel me zelden. Ik heb genoeg omhanden, als het lijf het toelaat. Maar soms overvalt het gevoel me dat het er allemaal niet toe doet. Dat ik mij soort van gescheiden voel door een ondoorzichtig, maar dunne sluier, dat ik mij aan de andere zijde van de rest bevindt. Vergeten, buiten de tijd gezet.

Het klinkt wat melancholiek, het klinkt ronduit triest en toch word ik soms overvallen door dat gevoel. Ik kijk toe, gezeteld naast het fietsenrek. De mensen lopen langs mij op en kijken over me heen. Op weg naar huis, naar hun werk, nog even een snelle boodschap. Ik word overvallen door een soort bewegingsonscherpte, het leven gaat snel, de wereld draait snel, de tijd vliegt. Terwijl hij soms als in vertraagd langs mij heen draait, de wereld gaat aan mij voorbij, raast langszij, grenzenloos mijn grens voorbij…

Gezondheid

EDS kent veel gezichten en veel verschillende symptomen/klachten. De grote vraag is dan ook vaak ‘hoort dit bij EDS of is er iets anders loos’? Ik heb naast mijn ‘standaard’ gewrichtsklachten vaak last van ontstekingen en behoorlijk wat problemen met mijn darmen. Artsen schuiven dit laatste direct af op mijn opiaten gebruik en gaan volledig voorbij aan het feit dat ik mijn hele leven al kamp met bijzonder luie darmen. Linksom of rechtsom is het een probleem.

Een sprongetje naar een ander onderwerp en toch hetzelfde, geef me een momentje uitleg. Blogger zijn heeft soms zo zijn voordelen. Ik benader af en toe eens mensen als ik iets zie waarvan ik denk daar zouden mijn volgers (ok en ikzelf) echt iets mee kunnen. Zo stuurde ik een paar weken geleden een berichtje aan Annemarie de Vries-Postma. Zij heeft een boek geschreven over gezond eten als je in een rolstoel zit. Ik loop nog wel af en toe, maar lijd toch een behoorlijk inactief leven (ook al is het voor mijn kunnen nog best actief). Ik zie op foto’s hoezeer mijn spierweefsel is afgenomen en vrees dat ik lijd aan het verkeerde soort vet, de inwendige variant.

Ik voelde mezelf nogal brutaal, maar de brutale mens heeft de halve wereld en zo trok ik dus mijn stoutste gympies hiervoor uit de kast. Gelukkig houdt Annemarie van de brutaaltjes en zo mocht ik van de week haar boek in ontvangst nemen van onze postbode. Ik heb al zoveel pogingen ondernomen gezonder te gaan eten, maar wat gezond leek te zijn blijkt minder gezond dan ik dacht. Er is al eerder gebleken dat zuivel, gluten, suiker en ik geen bijzonder goede combinatie zijn en ook dit boek ondersteunt deze visie. Het geeft nieuwe inzichten, maar ook manieren hoe dit dieet beter vol te houden.

Ik stuiter, zoals zo vaak, ik wil dit gaan proberen. Ik haat havermout en toch ga ik het toevoegen aan mijn ontbijt. Wie weet ga ik het ooit echt lekker vinden. Ik ga morgen shoppen langs de buitenrand in de supermarkt (heb ooit een documentaire gezien dat daar zich de gezonde producten bevinden en je de binnenkant moet mijden), het roer gaat weer om, ik ga ervoor, ik hou jullie op de hoogte!

Sprookjestent

Gister was het zover, we hadden kaartjes voor de 3JS. Ik blijf het spannend vinden, tussen de mensen voor het podium. Je bent als roller kleiner, mensen zien je letterlijk over het hoofd.

Gister gingen we naar ‘Doornroosje’, geen theater dit keer maar de clubtour. We gingen ruim op tijd naast de ingang staan, volgens instructie. Het is verstandig je even telefonisch of per mail aan te melden als roller, ze maken hier een aantekening van en je mag zo iets eerder naar binnen zodat je rustig een plekje kunt zoeken. Het werd mij niet heel makkelijk gemaakt, een groepje ‘die hard’ fans blokkeerde de ingang en ging mondjesmaat aan de kant om later bijna op schoot te komen zitten. Ook rollers stellen prijs op een beetje eigen ruimte, zoiets van blijf uit mijn aura. Zo zit je dus vooraan, maar staan ze nog voor je neus.

Verder was het een geweldig leuke avond! De JS zijn bij mij gewoon favoriet (ik heb mijn duimen bij me gehouden). Ik mocht mijn camera meenemen (dankzij een topper met connecties) en heb geprobeerd wat mooie plaatjes te schieten. Daarbij merk je ook direct waarom ik niet langer fotografeer; mijn schouder, polsen en vingers vonden het niet zo’n succes. Ik ben zo op papier best brutaal, maar in het echie moet ik iets meer gewoon doen. Ik voel me al snel in de weg lopen en blijf dus vooral op het puntje van mijn stoel zitten in plaats van op te staan voor een goed shot.

In oktober mag ik nog een keer, dus dan maar mijn andere (stoutere) schoenen aantrekken. Stiekem hoop ik dat de fanclub dan lekker thuisblijft of in ieder geval zich niet zo dicht bij mij nestelt.

Gemiste kansen

Zo nu en dan word ik via Facebook met mijn neus op de (gemiste) feiten gedrukt. Vrienden op afstand die mijn dromen najagen en daar succesvol in zijn. Hoe blij ik ook voor ze ben, ik voel toch een steekje in mijn hart. Hoe graag had ik niet hetzelfde gedaan?

Social media heeft plus en minpunten, je ziet alles en dan vooral de positieve hoogtepunten uit het leven van de ander. Bij mezelf voel ik vaak letterlijk een aantal behoorlijke dieptepunten. Gelukkig zijn ze vaak gebouwd op kleine hoogtepunten, maar helaas heeft deze medaille voor ons chronisch zieken een behoorlijke keerzijde.

Ik ben ingestort, vorige week was gewoonweg teveel van het goede. Mijn dysautonomie steekt weer de kop op. Soort van opvliegers zonder dat het opvliegers zijn (in de overgang zijnde voel ik inmiddels het verschil), een ontplofte kop bij het eten is een voorteken. Inmiddels lig ik alweer bijna een week plat. Doe ik niets, eh, niet zoveel. Uhm, ok ik doe wel iets, maar doe het liggend. Schrijven voornamelijk, om een overstromend hoofd te voorkomen. Geeft zo’n zooitje anders.

Ik kijk naar wat anderen bereiken, denk na over acties die ik zo graag zou uitvoeren. Ik zie zoveel kansen, zoveel mogelijkheden, heb zoveel ideeën, maar heb de fysieke mogelijkheid niet ze uit te voeren. En toch zal het lukken, zal ik mijn koppie in alle hoeken en gaten laten kijken, zal ik buiten de hokjes gaan om dat te doen wat ik wil. Ik ben sterker dan de gemiste kansen en zal ze ombuigen. Ik volg mijn eigen weg en zal er komen, op mijn manier. Mét mijn beperkingen, met mijn uitdagingen, dwars erdoor, ervoor, erover, watch me!

Verslaving

Ik heb hier al vaker over geschreven, de verslaving aan pijnstillers. Ik zit te kijken naar collega blogger Ankie op ‘Nieuwsuur’ (dinsdag 2 april j.l. uitgezonden op NPO). Ankie heeft (gelukkig) haar verslaving aan ‘Oxycodon’ overwonnen.

Dat ‘Oxycodon’ (en andere opioïden) verslavend zijn is voor mij altijd duidelijk geweest. Toen ik jaren geleden overstapte van de ontstekkngsremmers (NSAID’s) naar het zwaardere ‘Tramadol’ was ik hier best huiverig voor. Maar wat was de keuze? Ik had pijn, veel pijn, gekmakende pijn. Ik hakte bij tijden het liefst een aantal ledematen van mijn lijf. Het was niet één onderdeel dat mij plaagde, naast de chronische pijn leveren mijn (sub) luxerende gewrichten constant acute pijn op. Ik werd er gestoord van. Mijn reumatoloog opperde een periode zware pijnstillers om de pijncirkel te doorbreken, om te kijken of mijn hersenen soort van ‘gereset’ konden worden qua pijn.

Er volgden meer van dit soort periodes met zware pijnstillers en toen ‘Tramadol’ niet meer werkte stapte ik in overleg met dok over op de ‘Fentanyl’ pleister, aangevuld met het onder vuur liggende ‘Oxycodon’. Ik voel me niet alsof ik op een bed met veertjes lig, ik haat het soort van wazige gevoel dat mijn hersens over lijkt te nemen bij een hogere dosis. Het maakt dat alles trager verloopt en dat is niet het effect dat ik graag wil, integendeel!

Ik ben altijd in gevecht, met mijn haperende, wankele lijf, met de altijd aanwezige pijn (de pijnstillers halen de scherpe kantjes van de pijn, maar verdwijnen doet het nooit) en met het mistige hoofd (dat ik niet wil). Ik voer de dosis pleisters soms op, als ik weer gillend gek word. Gaat het beter, bouw ik weer af. Ik heb de pilletjes erbij, soms neem ik ze een paar weken en soms ook niet. Ik bouw soms af en soms ook op, maar weet uit ervaring waar mijn grens ligt. Ga ik daarover, raak ik mezelf kwijt en dat is geen optie.

Ben ik verslaafd?

In de zin van fysieke afhankelijkheid is dat waarschijnlijk een dikke ja, ik krijg inderdaad afkickverschijnselen als ik een pleister op tijd vergeet te vervangen. Ik minder dus in kleine stapjes en blijf dat altijd proberen. Ik ken in dit opzicht mijn grens. Mentaal is een ander verhaal, de daar verslavende ‘high’ wil ik niet, dat is een groot verschil. Ik ben een weloverwogen, verstandige gebruiker, ja heren hoogleraren en anesthesisten, ze bestaan! Ik krijg bij deze onderzoeken en het groot alarm een licht gevoel van onrust. Scheer niet iedere gebruiker over dezelfde kam. Ik ben een chronisch pijnpatiënt, een langdurige gebruiker, die via de huisarts braaf haar pilletjes en pleisters herhaald krijgt. Zo eentje die volgens protocol überhaupt niet zou moeten gebruiken.

‘Fentanyl’ en ‘Oxycodon’ hebben mijn leven weer leefbaar gemaakt. Ik kies bewust voor het gebruik van deze zware pijnstiller. Ik ben zo niet langer compleet gebonden aan mijn bed. Ik heb een weloverwogen dosis die mij mijn grenzen nog laat voelen (ik voel acute pijn echt gewoon door de pijnstillers heen). Ik zie geen roze olifanten (slechts bij flink ophogen) en hou ze ook graag ver van mijn bed.

Soms is de fysieke verslaving een weloverwogen, mentale keuze…

Gevecht

Via de pagina ‘onzichtbaar ziek’ zag ik twee jaar geleden dit plaatje. Het raakt me, omdat het zo waar is, het gevecht houdt nooit op, zelfs niet op een ‘goede dag’…

Ik schreef dit blog twee jaar geleden, maar blijkbaar is het een blijvend probleem. Je zou denken twee jaar verder, twee jaar wijzer, maar nee. Ik deel het dus in aangepaste versie, die van twee jaar terug aangevuld met de belevenissen van afgelopen week.

Het is weer zover, ik ben in een overmoedige staat van zijn. Ik dender over mijn grenzen als een stoomwals en het gaat best goed, zo redeneer ik zelf. Ik moet eerlijk toegeven dat ik vaak met een ietwat gekleurde bril kijk en dat ik de tekenen verdraai in mijn eigen voordeel (zo zie ik dat op zo’n moment, dat het voordeel uiteindelijk een nadeel blijkt te zijn vergeet ik voor het gemak even). Ik bekijk de wereld vanachter mijn mooie roze (zonne)bril.

2017 – De dag na de fotoshoot vorige week was ik een dood vogeltje aldus manlief. Hij heeft gelijk hoor, het vogeltje zong niet haar valse nootjes maar liet het bij een fluisterend tjilpje. De zaterdag ging ietsje beter en voor zondag stond er een verjaardag op de planning. Braces om en gaan, ik heb het volgehouden, een overwinning (zo zie ik dat dus). Maandag moet dan eigenlijk rust zijn, maar dat kwam in mijn planning niet uit. Ik vind het onwijs moeilijk me aan één activiteit te houden, dus nul nee, dat gaat niet, niet nu, niet in deze staat. Ik voel mij best ok (vind ik) en ik ga er weer voor!

2019 – Een weekendje Volendam met manlief, een high tea met vriendinlief, ziekenhuisbezoekjes en als kers op de taart naar de Belgische grens voor een paar dagen overleg van de stichting. Aangevuld met de verjaardag van mijn nichtje en de gezamenlijke verjaardagen van schoonzus, zwager en neven. Zeven verjaardagen in twee dagen als het ware. Een drukke, pittige week, maar alle dingen zijn belangrijk op zijn eigen manier, dus stoom ik door en over mijn wankele grens.

Zie de overeenkomsten tussen de twee, ze zijn ook zichtbaar in de gevolgen. Emmerende holtes (een voorbode van het monster genaamd overbelasting), een onderrug die ondanks de ligorthese in kliermodus gaat, brandende schouders en een uitputtende vermoeidheid, tekenen aan de wand. En ik? Ik doe alsof mijn neus bloed, tot de zakdoeken niet aan te slepen zijn.

Nee, ik heb ergens onderweg toch het verstand gevonden. Ik herken de tekenen (ok, een beetje aan de late kant maar toch) en neem ze serieus. Ik heb mijn afspraken afgezegd en moet op de rem. Maar het is zo moeilijk! Één ding per dag, kom op, zoveel is het toch niet, misschien twee, maar zo werkt het niet. En zo vecht je, tegen jezelf, tegen je wil, tegen je lijf, elke dag opnieuw.

Ik ben een boek aan het lezen over een kneuzen lotgenoot (andere aandoening en toch een zelfde soort verhaal), een boek van 200 pagina’s en die ontglippen me, letterlijk. Ik kan het boek gewoon niet vasthouden. Ik sla twee bladzijden om en het boek eindigt op mijn neus, omdat mijn handen het begeven, hetzelfde verhaal met mijn telefoon. Het is frustrerend, maar het toont goed het gevecht aan dat ik voer tegen en met mijn lijf.

Het gevecht kost energie, laat het toch los. Nee, ik kan het niet loslaten, als ik los laat is het klaar, dan leg ik me erbij neer en dat zit niet in mijn systeem. Dus ik vecht, vandaag, morgen en overmorgen. Ik vecht voor mijn mogelijkheden, ik vecht voor verbetering en ik vecht voor mijn ik. Ik ben het waard!

Onderweg

Deze week staat in het teken van reizen. Niet naar verre bestemmingen, maar reizen in ons kikkerlandje.

Zondag maakten manlief en ik een tripje naar Volendam. Ik was er nog nooit geweest en het leek me fantastisch, zeker in fotografisch opzicht. We namen de toeristische route, over de dijk bij Enkhuizen, tussenstop Bataviastad, Edam, Volendam centrum. Niet te missen, busladingen vol selfiesticks wijzen de weg. Vlaggetjes met volgende schaapjes, foto’s nemend in iemands tuintje, bizar! De Volendamse dijk leek wel een mierennest. Niet mijn ding, ik zag vooral toeristische billen. We hebben nog wat rondgestruind tussen de rustige straatjes (wel leuk) en zijn daarna op zoek gegaan naar ons hotel.

De volgende ochtend togen we naar ‘de Zaanse schans’. Het weer was bar en boos, een pittig windje liet de fietsers schuin over de weg gaan. Donkere wolken met af en toe een straaltje zon. Ik hou van blauwe luchten, maar fotografisch is dit zoveel beter! Ik hield dus vooral mijn smartphone tegen het raam. ‘De Zaanse schans’ vond ik leuk, net het ‘Openlucht Museum’ in het echie. Molens en huisjes en wind, veel wind. Toen we rond waren kwam de regen, we waren precies op tijd. Daarna naar Marken, ook leuk, toerist in eigen land. De vuurtoren was een stap te ver met dit weer, maar rondje huisjes kijken beviel prima. Mijn lijf was het zat, op weg naar huis.

Dinsdag even bijpraten met mijn vriendin en een bezoekje trombosedienst, woensdag voorbereiden op vandaag, wamt ik ben weer op reis. Nu in mijn uppie met de kneuzentaxi. Vergadering Facing EDS, er moeten spijkers met koppen geslagen worden, aan de bak dus! Ach ook Brabant is mooi en wie weet heb ik tussendoor wat tijd mooie plaatjes te schieten, ik ben een geoefend meerijdend fotograaf.

Hierbij wat smartphone plaatjes, een stukje laag Holland.

Raar maar waar

Ik kwam deze uitspraak van ‘Rumag’ tegen in mijn herinneringen op Facebook. Voor veel mensen een grappige uitspraak en niet meer dan dat. Voor veel van mijn lotgenoten en zeker ook voor mijzelf een uitspraak in de categorie ‘raar maar waar’.

Ik kan mijn armen redelijk gebruiken zolang ik ze maar niet op hoef te tillen. Zo kan ik als ik mijn armen steun op mijn schoot en mijn telefoon steun op mijn benen best een blog typen en wat neuzen op internet. Lastiger wordt de laptop, dan mis is al snel steun. Nog lastiger is het kammen van mijn haar, mijn haar wassen of (eentje uit de categorie bijna onmogelijk) mijn haar in een paardenstaart doen. Dat laatste doe ik dus maar niet (het hebben van Spock oren van formaat weerhoudt mij hier eerlijkheidshalve ook van).

Het is lastig, mijn ‘Inner Leco’ wil ook weleens iets leuks qua kapsel. Het komt dus weleens voor dat ik vol goede moed voor de badkamerspiegel sta, met warrige bos ontploft stro. Je haar paars verven en terug blonderen is niet de beste manier van haarverzorging en douchen én föhnen is teveel van het goede. Mijn haar droogt dus meestal liggend en daarmee creëer je geen Leco-waardig haar. Voor de badkamerspiegel dus, de stijltang aangesloten binnen handbereik. Borstel op links, stijltang op rechts, telefoon met instructies in het midden, balancerend op de wastafel (het basisstation van de stijltang neemt het kastje al in beslag).

Ik borstel en draai (zonder krulborstel want die zat bij poging één al vastgedraaid in mijn blonde lokken) maar het gaat eerder springen dan krullen. Mijn haar springt beduidend hoger dan ikzelf ook, springt er toch nog iets in mij. Waarom geen krultang vraag je je misschien af, nou die vindt altijd mijn oor, dat dan rood is zonder spannende verhalen. Ook de auto-kruller is geen succes. Het komt erop neer dat ik mijn armen niet lang genoeg omhoog kan houden, mijn handen en polsen niet in de gevraagde richting willen bewegen en ik gewoonweg bloedje onhandig ben, in dit opzicht in elk geval.

Daar zit ik dan (ook staan is een uitdaging in dit opzicht), ingestort op het toilet. Dankzij de haarlak, een beetje corrigerend water en een vrij makkelijk, korter geknipt laagjes kapsel, kan ik er enigszins mee door. Aan de voorkant, want de achterzijde laat ik voor wat het is, plat. Ik moet na dit avontuur toch weer liggen alvorens ik de deur uit kan voor een boodschap of twee. Je moet er wat voor over hebben zo’n net niet Leco look 😉…