gezonde zaak

Nadenkend over mijn goede voornemens vanmorgen onder de douche dacht ik terug aan een traject van jaren geleden. Voor veel van mijn lotgenoten denk ik heel erg herkenbaar, dus ik schrijf er toch maar even over.

Mijn goede voornemen betrof twee dingen tegelijk, de tussen Sinterklaas en Nieuwjaar opgebouwde extra kilootjes er weer af zien te krijgen én de weg daarnaartoe; trainen (en de calorieën weer laten staan). Die laatste optie is dus tot nu toe in de afgelopen jaren redelijk onmogelijk gebleken, maar ik zou ik niet zijn als ik niet een nieuwe poging zou doen. Je weet niet of het verandert is als je het niet probeert toch? Ik blijf dus doorgaan, wie weet lukt het, ooit.

Dat bracht mij dus terug in gedachten naar een aantal jaar geleden, te weten het jaar 2000 (waarvan we toen dachten dat de toekomst écht begon). Ik werkte nog volledig, maar had al wat gedoe achter de rug (was al een keer volledig afgekeurd geweest vanwege mijn rug (en weer goedgekeurd) en mijn fysiek begon steeds meer ‘scheurtjes’ te vertonen).

Er begon een periode van schouderproblematiek. In eerste instantie werd het gegooid op RSI (dat was echt ‘in’ op dat moment), ik werkte met de computer (als grafisch vormgeefster), dus het paste precies in het plaatje. Toen rust niet hielp werd er geopperd mij in een trainingstraject te gooien via de arbodienst, rust roest was het devies, een andere aanpak. Ik wilde alles aangrijpen om weer aan het werk te kunnen en ging met een enorm enthousiasme aan de bak, ik hield van actie en trainen lag wel in mijn straatje. Onder begeleiding van een fysiotherapeute werkte ik hard aan mijn herstel. Ik ging als een trein, iedereen daar was onder de indruk van mijn mentaliteit, ik trainde harder, nog harder en ging verder en verder achteruit. Mijn schouder ging alleen maar meer pijn doen en op het moment dat ik letterlijk van de hometrainer afviel om een bepaalde hartslag te bereiken viel het kwartje bij mijn fysio; dit ging hem niet worden. Het lag niet aan mijn inzet, mijn lijf wilde echt niet genezen op deze manier.

Nieuw plan van aanpak, wilde ik acupunctuur proberen? Ik wilde alles proberen, dus natuurlijk! Om te kijken naar de staat van mijn bindweefsel werd het toen nog onbekende ‘guasha’ ingezet (met een bepaald soort steen werd er over mijn huid geschraapt), het resultaat maakte mijn therapeute aan het schrikken; mijn bindweefsel bleek in zeer slechte staat. Ik zag eruit alsof ik zware brandwonden had; RSI in het zwaarste geval. Weer rust en door met de acupunctuur. Inmiddels bleek ik zwanger en stopte ik met de acupunctuur. Het UWV besloot me tijdens mijn zwangerschap met rust te laten (leverde wel een hilarisch momentje op dat; ze verwachtten iemand met een schouderprobleem en er waggelde een zwangere pinguïn naar binnen (met ook bekkeninstabiliteit inmiddels), werd direct naar huis gestuurd met de boodschap ‘kom maar terug als je bevallen bent’) dus ik zat een paar maanden thuis.

Helemaal opknappen deed mijn schouder niet (afkeuring nummer twee was inmiddels een feit, gevolgd door goedkeuring twee (zoek het maar uit verder)), ik moest wat en ging maar minder uren werken. Ik had alles geprobeerd, behalve de operatie die ze me aanraadden (stuk van het sleutelbeen afhalen om mijn schouder meer ruimte te geven). Achteraf zeer goed dat ik dat niet heb laten doen, de ellende zou alleen maar groter geworden zijn omdat het de mobiliteit nog verder vergroot zou hebben. Wisten we toen maar wat we nu weten!

Weer een stukje wat duidelijk maakt hoe belangrijk het is dat EDS op de kaart komt. Mijn leven is een aaneenschakeling van dit soort vergissingen en onwetendheid. Daar is niks aan te doen, maar ik zou graag anderen hiervoor behoeden. Daarvoor is het nodig deze verhalen te delen (denk ik). Voor mij zit hier geen oud zeer (eh mentaal dan), dat ben ik voorbij, maar wel een aandachtspunt voor mijn (nieuwbakken) lotgenoten.

Wat het trainen betreft, ik heb vaak mijn neus gestoten, maar ik blijf het wel proberen. Ik ben voorzichtig (meestal), ik probeer mijn grens in het oog te houden, maar opgeven zit nu eenmaal niet in mijn systeem. Ik probeer en ik val, ik sta weer op en begin opnieuw. Langzaam maar zeker leer ik meer over mijn grenzen, leer ik mijn valkuilen een beetje beschermen (takjes erin breken de val). Ooit gaat het vooruit (positief blijven helpt echt) en anders maar niet…

le soleil, c’est fantastique!

Waarom zo’n eind rijden, voor de zon dus! Ja, ik weet het, in Nederland is het ook bloedheet, maar 35 graden hier of daar is een wereld van verschil. Wat mijn lijf nodig heeft is stabiel weer, niet te koud en zeker niet te vochtig. Wat dat betreft zit ik hier echt goed, stabiel, droog (kurkdroog) en een graad of dertig gemiddeld, heerlijk!

Dit is mijn land, de huisjes, de taal (ik versta er geen moer van als ze in rap frans tegen me aan lullen, maar het klinkt toch mooi) , het weer… Jammer dat de rest van mijn bestaan niet mee hiernaartoe kan of wil (iets met werk en huizen en vrienden enzo), ach misschien is de charme ook wel weg als je er woont. We dromen al jaren van een bed & breakfast in zo’n prachtig oud huis in een wei vol bloemen, oude muurtjes (ik wilde de stenen ervoor al in de bus mikken), begroeid met klimop en leuke gasten (anders pleur ik ze eruit). Ik zie ons al zitten ooit, manlief en ik, samen stokoud op een bankje onder zo’n olijfboom. Altijd blijven dromen toch?

Inmiddels wordt het hier op de camping leger en leger; de grote trek is begonnen, de scholen in veel delen van ons land ook. Opa en Oma van hiertegenover (echt de opa en oma van de camping, praatje met iedereen) zijn ook vanmorgen weggegaan. Het is nu echt rustig, plaats zat. Het zwembad was vanmorgen bijna leeg. Manlief en zoonlief hebben maar een rondje meegedaan met het aquajoggen. Ik moet zeggen chapeau voor het evenemententeam hier, ook al loopt het seizoen echt ten einde, ze blijven enthousiast.

Gisteren hielden we rustdag (lees zwembadhangen en verder eh niks dus), alleen gisteravond even naar de zonsondergang kijken op de brug (en fotograferen natuurlijk!). vandaag naar Cavaillon, niks oud, mooi, pittoresk, de Decathlon (toch ander assortiment he) en de Mac Donalds (ook ander assortiment). Het was een ‘kleintje’ (we zijn inmiddels verwend met die in Arnhem), maar ze hadden alles én meer (petjes). Ik heb me een mega comfortabele (zeer oncharmante) trainingsbroek aangeschaft (zo lekker zacht, net als de shirts, alleen daarom al zou ik ze kopen!), deze koukleum heeft het ‘s avonds niet warm (verassing) en ik was al maanden op zoek. Bezoekje aan de hyper intermaché (je hebt altijd baas boven baas), dit is echt zeg maar alles wat je kunt verzinnen in één. We koken braaf zelf, nadeel met mij op vakantie is dat Tinus Kneus de pap op heeft tegen etenstijd en dus niet meer gezellig in een restaurant kan zitten. Nu zijn we gelukkig nooit grote ‘uit eters’ geweest, dus het wordt me niet kwalijk genomen.

De avond is plat in Alex en een potje Catannen, een wijntje (zo daar slaap je goed op als je het combineert met morfine), stokbroodje, het goede Franse leven zeg maar. We houden de excursies maar in de buurt, het rijden toch beperken, er is zat te zien hier. De heren houden zich lekker bezig, ze badmintonnen (met de boom, shuttle eruit gooien), spelen petanque (het spel met de ballen) en voetballen (ruimte genoeg nu, al staat de tent van de buren soms nog iets te dichtbij voor de bal) en de kneus gooit ook een balletje op zo nu en dan.

La vie est belle!

vakantie_3

over pieken en dalen

Je hebt ze, die dagen dat de pieken hoog zijn en gevolgd worden door dalen, dat je niet goed weet wat nu overheerst, dat je heen en weer geslingerd wordt tussen verwarring en blijdschap. Je raadt het al, vandaag is zon dag…

Vanmorgen kwam ik na rustig gedoucht te hebben (snel en ik gaan niet samen) beneden waar zoonlief al ongeduldig op me stond te wachten, of ik hem even weg kon brengen en wel nu meteen eigenlijk. Beschuitje naar binnen en hop in de bus, sleutel erin en starten maar. Eh, niet starten, ik hoor enig gemurmel en that’s it, bus geeft geen gehoor verder. Mmmm, wat nu? Manlief is werken, mijn hulp in onzekere technische tijden op vakantie, paps en mams niet thuis… Garage bellen dan maar, ik zeg hij doet humhum en dan niks, wacht, ik laat het horen, en inderdaad, er kwam een enkel hummetje en dat was het dan. Kom maar naar Uden, even startkabels eraan en komen, maar dan blijkt hoe verrekte lastig het is als je als kneus niet zo ver kunt rijden. Dat kan ik dus niet, zeker niet alleen heen en weer (en ik krijg er wel het heen en weer van).

Broerlief gebeld, kwam direct, eerste hulp bij kneuzen en autopech. Maar helaas, inmiddels gaf ons bussie een melding die erop neer kwam dat ik eraf moest blijven en 112-voor-auto’s moest bellen (in het Duits nog wel). Heb ik een dure Mercedes, loopt ie niet, net als ik, dat was niet de bedoeling. Nu wacht ik dus braaf op het telefoontje van de garage, wat te doen als uw Mercedes u in de steek laat? Mijn plannen (eindelijk weer eens fotograferen) liepen net zo goed als m’n bus, niet dus.

Thuis (weer binnen) hoor ik de postbode, zou het? Jawel, de langverwachte brief van het UWV, de uitslag van mijn herkeuring, hét moment is daar. Ietwat zenuwachtig, vol verwachting klopt ons hart, rappappa…. Jawel, u heeft per 12 juli een IVA uitkering! Eindelijk rust in mijn koppie op dat gebied, wat een enorme opluchting is dat! Het is dubbel, ergens ben je onwijs blij, geen keuringen meer, het is klaar, je bent bestempeld tot serieus nooit meer geacht te kunnen werken. Ik ben nu echt officieel een hopeloos geval (op dit front dan). Ik ben blij, opgelucht, maar realiseer me ook dat dit best weer confronterend is. Ik ben klaar met werken, nu echt, voor altijd, de kans op herstel is minimaal, minder dan minimaal.

Maar ach, boeien, dat wist ik al, ik ben er van af, de onzekerheid is weg, blijdschap overheerst! Laat ik het vieren, ik moet eruit, ik ben hyperdepieper, waarheen zal ik gaan? Tot waar mijn bus me brengt, thuis dus… Snap je de verwarring, de pieken, de dalen, het besef dat ik mijn vrijheid terug had en nu weer thuis zit. Zó belangrijk is mijn bus, ik hoop dat hij het snel weer doet, want nu ik aan mijn vrijheid geroken heb, kan ik hem lastig weer missen…

spo(r)tify Tinus

Ineens komt het op, als je denkt dat je er nu echt wel overheen bent, dat je het nu echt geaccepteerd hebt, als je denkt dat het je niet meer raakt…

Waar heb je het over? Goede vraag, ik heb het over het gemis van het sporten. Volgens mij gaat het nooit meer over, je denkt dat je eraan went, of misschien hoop je dat je eraan went, maar het went nooit, niet echt in elk geval. Van de week kochten mijn mannen samen een bloedmooie mountainbike op marktplaats en oh wat zou ik dan ook graag weer een rondje fietsen. Daarbij vergeet ik voor het gemak dat ik altijd enorm pijn in mijn reet kreeg van fietsen (heb ooit in een ver verleden in een ‘stoere’ opwelling besloten 100 kilometer te gaan fietsen, daarvoor kwam ik niet verder als een kilometer als tien, dus mijn achterwerk voelde aan als een landschap vol bulten, bont en blauw dus). Ik heb ook een paar jaar aan spinning gedaan, zeemleren lapje in de broek bracht weinig verlichting, fietsen (tenminste sportief fietsen) en ik hadden een soort haat/liefde verhouding, maar ik mis het toch, ook al is het alleen maar omdat ik het niet meer kan.

En dan sta je op op zondagmorgen, muziekje aan (standaard hier, even terug naar onze jeugd, muzikale opvoeding voor zoonlief), ‘spotify Tinus’, zo noemen ze mij omdat ik heel veel titels en bijbehorende artiesten weet (van vroeger he, nu niet meer) en dan wil je dansen, maar je benen willen dat niet. Zie je hardlopers en ook al had ik ook daar een haat/liefde verhouding mee, dat lukt ook niet meer. Hardlopen was ook zo’n dingetje bij mij, ik had er een bloedhekel aan, ik raakte nooit in die ‘flow’ die ze mij beloofd hadden, maar ik heb een stemmetje in mijn achterhoofd dat mij aanspoort tot net zo lang lopen tot je erbij neervalt. Geen gebrek aan doorzettingsvermogen hier, eerder andersom.

Daar loop ik ook tegenaan bij mijn hedendaagse ‘sport’, ik hoepel braaf dagelijks mijn minuutje, in mijn hoofd klinkt dan dat stemmetje, je kunt er best vijftig meer en dan nog vijftig. Daar waar sommigen aangespoord moeten worden, moet ik mijn uiterste best doen het echt bij het minuutje te houden. Oh wat wil ik graag meer, oh wat zou ik graag weer een rondje fietsen (ik heb er de pijn in mijn achterste voor over), hardlopen, spinnen, dansen, een balletje schieten met mijn mannen, gewoon een keer los gaan, me inspannen tot het uiterste, maar helaas… ik mag me inspannen tot het uiterste in het bedwingen van mijn frustraties, ik mag trots op mezelf zijn dat ik daadwerkelijk één minuut hoepel en me níet laat uitdagen door mijn koppie tot meer, want dat zet me weer twee weken terug in het oefenen.

En voor mensen die dan gaan roepen dat sporten gezond voor je is en dat je wat meer doorzettingsvermogen moet hebben, ‘loop’ eens een paar dagen in mijn schoenen, op mijn krakkemikkige benen. Voel zelf de achteruitgang, ik heb mijn lesje geleerd, ik weet inmiddels waar doorzetten mij brengt, ik zet door op een compleet ander front, ik moet doorzetten op het inhouden en heel misschien kan ik dan ooit weer een meter of honderd lopen, een minuut of vijf roeien of een paar minuutjes fietsen en dát zou voor mij een enorme overwinning zijn.

Ik hoop dat ik ooit weer een paar minuutjes mag sporten, tot die tijd sport ik mee in mijn koppie, dans ik in mijn hoofd, lig ik met mijn ogen dicht, de muziek aan en waan ik mij terug in de jaren tachtig; ‘spotify Tinus’ danst de sterren van de hemel!

overgevoelig

Waarom raakt het mij zo dat de wereld zo hard is geworden, dat ondanks het verdwijnen van grenzen er gevoelige grenzen en muren opgetrokken worden. Ik wil mijn energie niet steken in doelloze discussies over zwart en wit en toch irriteert het me mateloos. Ik wil niet uitgemaakt worden voor racist, voor iemand die zou discrimineren, ik ken mezelf en weet dat ik niet zo ben. Ik zie geen zwart of wit, ik zie kleurrijke mensen, ik zie mooie mensen, maar helaas zie ik ook mensen die zich vasthouden aan een denkbeeld dat ik niet hanteer en mij daar wel op afrekenen. Ik zie mensen die iedereen over één kam scheren en daarbij zichzelf boven enige vorm van zelfkennis stellen. Doe je dan niet precies hetzelfde?

Je kunt je vergissen in mensen zeg… Wat deze mensen zich niet realiseren is dat het pijn doet, het doet in mijn ziel evenveel pijn uitgemaakt te worden voor de ‘blanke’ die overheerst als dat het hen doet uitgemaakt te worden voor ‘zwarte’. Ik heb er niet voor gekozen dat mijn voorouders deze fouten hebben gemaakt. Ik kan er slechts lering in trekken en dezelfde fout niet nog een keer maken. Dus probeer ik niet te oordelen of te veroordelen, over niemand, niet over zwart, maar ook niet over wit. Want hoe je het wendt of keert, degene die zo veroordelend spreekt over ‘ons blanken’ doet hetzelfde. En weet je, dat doet mij pijn, ik word dan toch ook beoordeeld en veroordeeld, niet om wie ik ben, maar om wát ik ben, wáár ik ben geboren.

Ik word al genoeg bekeken en beoordeeld, als men een kneus ziet in een rolstoel is een eerste indruk als sneu geval of als zielig al snel geveld (ik behoef geen medelijden), wij kneuzen weten best het een en ander van je ‘anders’ voelen, maar dat is in deze ogen dan weer minder erg. Discriminatie is ook een gevoel, ik ben het niet eens met de hokjesmentaliteit, ik vind mensen ménsen, allemaal individuen die beoordeeld moeten worden op hun eigen persoonlijkheid, doe je iets wat niet door de beugel kan, draag de consequentie, om wát je gedaan hebt, niet om kleur.

Dus maak mij niet uit voor iemand die denkt in het verleden, zie mij als iemand die leeft in het heden en denkt aan de toekomst, de toekomst van ons allen op eenzelfde planeet. Een, naar ik hoop, eerlijke toekomst, waarin iedereen écht gelijk is, maar ik vrees dat ik die niet mee ga maken.

knutselen met kneuzen, part two

Mijn gefreubel en geknutsel neemt grotere vormen aan! Ik ben een standvastig typje; als ik iets wil, dan ga ik ervoor, een pitbull, met tanden en het nodige gegrom als de dingen niet gaan zoals ik wil of hoop dat ze gaan. In mijn oneindige wijsheid bedacht ik mij gisteren (lees 5 dagen voor moederdag) dat ik eigenlijk een lijn met moederdagcadeautjes wilde maken. Ik hou niet van kopiëren, wel van originaliteit, dus hield ik een brainstormsessie in mijn uppie (ik tel voor drie dan hoor, de stemmen in mijn hoofd krijgen dan voor even ruim baan). In mijn hoofd zien de ideeën er werkelijk fantastisch uit, de praktijk is iets anders, zo blijkt later…

Ok, ik had zinnen in mijn hoofd (en ook op papier, want anders ben ik ze echt een uur later weer compleet vergeten) en ging vol goede moed achter mijn laptop. De tijd gaat in, zo werkt dat tegenwoordig bij mij, ik heb praktisch slechts 2 uur ‘zittijd’ op een goede dag (en op een slechte worstel ik mij daar dan ook doorheen), eten en autorijden enzo zit daarbij inbegrepen én ik moet deze zittijd een beetje logisch verdelen, wil ik een beetje redelijk uit de zittijdstrijd (nieuw scrabble woord, zitten is en blijft een strijd met mijn rug) komen. Ik staar naar een wit, digitaal vel, ik typ mijn mooie zinnen en dan wacht ik op inspiratie. Die inspiratie komt nooit als ik zit, wel als ik lig, maar ja dan heb ik niet het goede programma paraat (ooit koop ik me een super lichte iMac!), dus staar ik een half uur later nog naar een wit scherm en voel ik de wijzers van de klok achter mijn rug wegtikken.

Over klokken gesproken, mijn super bedachte moederdagcadeautjes omvatten klokjes. Inmiddels had ik een ontwerp gemaakt (het witte scherm kleurde uiteindelijk (net als mijn hoofd) rood en de inspiratie borrelde op). Nu dus klokjes om mijn ontwerp op te maken. Ik naar mijn favoriete groothandel (tja, daar hebben ze precies wat ik nodig heb, eh normaliter), klokjes weg! Ikke vragen, sorry mevrouw, uit het assortiment.. Hoe kan dat nou, zulke beslissingen moeten ze toch echt even met mij overleggen in vervolg hoor. Chips, wat nu? Gelukkig had een lieve ex-ouderraadster er nog een paar die ik mocht hebben. Kon ik mijn idee toch uitvoeren! Ik heb wat lijntjes uitgegooid qua mail (oftewel ik stalk nu mijn ‘groothandel’), want ik wíl klokjes (wie ze heeft en niet gebruikt, ik neem ze graag over)!

Ondertussen op zoek naar andere opties, welbekende en beruchte Ali heeft ze helaas ook niet. Plan B dus, in vervolg moet ik dat toch eerder bedenken, een back up plan (én een back up van mijn data, ook niet mijn sterkste kant, zo maar even doen 😉). Fotolijstjes, ook leuk! Nu dus mijn teksten overbrengen op A) mijn plotter en B) het glas. Bij A) ging het al mis, de prachtige letters werden verslonden door mijn plotter, hij blijkt dol op de letters. Fuck, shit, hel, opnieuw en nog een keer (volhoudertje hè, ik wil dit lettertype en hou niet van de makkelijke weg).

Ok, A) was eindelijk gelukt, op naar B), stap twee, waarom makkelijk als het moeilijk kan, ik ontwerp niet voor makkelijk, zo bleek. Knippen en plakken en weer knippen (mijn Oma zou zeggen: ‘ik zit niet op de kleuterschool’) en uiteindelijk met heel wat gedoe en gepriegel heb ik er eentje klaar. ‘Poeh hé’ (ik citeer Tommy maar weer even), heel mijn zittijd verstreken, maar ach, het resultaat mag er wezen al zeg ik het zelf. Zaterdag 7 mei mag ik proberen mijn boekjes en kaarten (en de laatste klokjes en nieuwe lijstjes!) te slijten, bij de Intratuin in Duiven, dus zoek je iets super origineels (gemaakt met bloed, zweet en ingehouden tranen), kom even bij me langs. Ik ben niet te missen, de kneus achter de kraam, in d’r luie stoel, ik zie jullie graag!

groeten van Alex

Who the f*ck is Alex zul je je afvragen, nieuwe vriend, minnaar misschien? Nee hoor, Alex is wel een vriend, maar een elektrische, en nee niet eentje op batterijen :-). Alex is mijn elro (elektrische rolstoel), mijn buitenhuis steun en toeverlaat, die mij door de wereld helpt verplaatsen op een redelijk comfortabele manier.

Alex is een topper, hij is goed geveerd en kan kantelen, zodat ik nu bijvoorbeeld de wedstrijden van zoonlief niet alleen kan volgen, maar ook nog kan volgen zonder mezelf volledig uit de kreukels te moeten halen na afloop. Helaas zijn de uitwedstrijden niet bereikbaar met mijn Alex. Hij wíl wel mee, hij zeurt me de oren van de kop, maar hij kan niet mee. Al eens geprobeerd zo’n gevaarte in een Peugeotje 107 te proppen? Past niet (zelfs niet als ik de raampjes openzet), linksom niet, rechtsom ook niet en op de kop… niet dus. Dus Alex heeft hulp nodig, Alex heeft een bus nodig om hem (en mij en mijn mannen natuurlijk) op de plaatsen te krijgen waar hij mij graag wil rondrijden. En nee, dat gaat niet om slechts de ‘egoïstische’ uitstapjes (we zouden best weer een keertje gewoon naar de dierentuin gaan of een pretpark), maar ook om bijvoorbeeld een bezoekje ziekenhuis (tja, die staan toch best regelmatig op het programma).

Ik moest laatst naar Nijmegen, bezoekje orthopeed, Alex kon niet mee, dus mijn ‘oude’ stoel vergezelde mij. Prima voor een half uurtje, maar de beste man liep een beetje uit; 1,5 uur later zat ik er nog. Of zat, ik zat al wiebelend op twee billen roze olifanten te tellen (zonder extra pilletjes trek ik dat dus niet), sarcastische opmerkingen makend en andere patiënten afluisterend (best gehorig die kamers en ik moet toch wat doen als multi-taskend vrouwmens). Stil zitten is dan echt onmogelijk en als ik weer thuis ben is de rest van de dag afgeschreven. Als Alex me had kunnen vergezellen was ik hier iets beter uitgekomen. Alex kan de druk van mijn instabiele bekken en de wervels afhalen.
Nog een voorbeeld van een noodzakelijk kwaad, onze Oma mocht een prachtige leeftijd bereiken, maar ooit is het afgelopen, zo werkt dat met het leven. En dan is daar een afscheid, waar ik natuurlijk ook naartoe wil. Alex moest thuisblijven, er stonden mij zeven uren zitten te wachten, een echte uitdaging. Nu zul je zeggen, daar is de kneuzentaxi toch voor uitgevonden? Klopt, prachtige uitvinding, je hebt ze in meerdere soorten (en maten ook); de regio, voor (ja echt) binnen de regio, de Valys (voor verder weg) en de zorgtaxi (via de zorgverzekering). Je wordt keurig op plaats van bestemming gebracht, maar moet wel een half uur vóór klaarzitten en je kunt ook weer tot een half uur erna opgehaald worden. En bent afhankelijk van waar er nog meer mensen opgehaald moeten worden of weggebracht.

De begrafenis was in delen; eerst kerk, dan begraafplaats, dat is lastig te regelen, de taxi wacht niet op je tussendoor. Wij kneuzen moeten heel goed kunnen plannen. Alles van te voren, weinig spontane acties. En het openbaar vervoer dan, gapende gaten tussen station en trein, stationshulp (van te voren aan te vragen), vervoer van en naar station en dat voor een uitstapje, keertje winkelen, bioscoop, hoe met vrienden, onzekerheid in mijn toch al chaotische hoofd, nee dus.

Alex heeft een bus nodig, om mij te kunnen vervoeren, ik sta (eh nou lig) vol in het leven, of beter gezegd, ik wil daar staan, maar er is nog één obstakel te overwinnen. Dat stomme geld, een noodzakelijk kwaad, ah joh, paar uurtjes extra werken? Eh ja, dat ‘werkt’ dus niet meer zo, was het maar waar! Zoveel ingeleverd, deze horde moet te nemen zijn toch?

Dus Alex zegt: help, doneer, koop een boekje, een setje kaarten, hoeft heel niet veel te zijn, maar vele kleine beetjes maken een bus, voor Alex en voor Martine, zelfstandigheid, vrijheid!

Met de groeten van Alex!