back to school

Alweer tien jaar geleden liep ik rond op de Fotovakschool. Ik had het fotograferen ontdekt en mocht via mijn werk de basisopleiding gaan doen. Daar zou het bij blijven (dacht ik), ik fotografeerde producten en een beetje kennis van zaken is dan best handig. Thuis liep ik met paps uren langs de sloot om beestjes te ‘vangen’ en op mijn werk ‘ving’ ik alles tussen led’s en computer accessoires.

De opleiding was super, veel kijken naar de vorderingen van mijn mede-klasgenoten en het onder de knie krijgen van de M-stand van mijn (geleende) spiegelreflex camera. Niet lang daarna kocht ik met hulp van paps mijn eigen instap spiegelreflex en een passie was geboren. Samen met een aantal klasgenoten gingen we door naar de vakopleiding en daarna volgde de specialisatie, mode en portret. Maikel en ik deelden een voorkeur voor de ietwat ‘bizarre’ foto’s en kleurden het liefst buiten de lijntjes. Vaak maakten we gebruik van de studio op school om onze ideeën uit te voeren, elkaar gebruikend als model, ook vrienden, collega’s en vage kennissen werden de studio ingesleurd. Leuke tijd!

Ik opende naast mijn werk mijn eigen fotostudio en Maikel en ik hielden contact. Af en toe spraken we af voor het aparte werk, zelfs toen ik fysiek tegen de vlakte ging. Een keer per jaar probeerden we toch nog ergens een verlaten fabriek te vinden om onze fotografische dromen levend te houden. De vorige keer was nu echter al een hele tijd geleden, in 2013 hielden we een shoot in de oude sigarettenfabriek, ik inmiddels in rolstoel.

Eind vorig jaar mailde ik de fotovakschool of we een keer gebruik mochten maken van hun studio en dat mocht! Een eigen studio heb ik al tijden niet meer en buiten is voor mij vaak te zwaar, zeker voor wat we in gedachten hadden. En na maanden plannen, afzeggen en opnieuw plannen was het gisteren eindelijk zover. Ik ben bij mijn schoonzus gaan ‘shoppen’ naar mooie jurken (zij maakt het meeste zelf, echt super mooie creaties!) en onze kapster wilde mee voor mijn haar en make up. Daar gingen we, richting Apeldoorn, de bus volgeladen met zooi. Twee meekijkende, beginnend fotografes zouden ook komen, leuk!

Eerst het haar, in de make-up en we konden ‘los’. Het was genieten, we hebben vreselijk gelachen, even terug naar ‘normaal’, even proberen te vergeten dat je ‘ziek’ bent. Heeft dit consequenties voor de volgende dagen, tuurlijk. Vannacht koorts, nu pijn, maar dat heb ik ervoor over. De eerste foto’s zijn binnen en ik vind ze echt geweldig, ik ben bevoorrecht dat ik dit toch nog af en toe kan en mag doen. Nu een keer niet als fotograaf, maar als heus model, fysiek toch iets beter te doen als zelf een hele avond fotograferen. Voor herhaling vatbaar, een super avond en gelukkig hebben we de foto’s!

het trauma der nosologie

Vorige week woensdag was een grote dag, we hadden de verkiezingen, maar die bedoel ik niet. Vorige week was er een symposium voor EDS, de nieuwe ‘nosologie’ werd bekend gemaakt, oftewel de nieuwe indeling met bijbehorende klachten en gen-defecten. Een ingewikkeld verhaal, waar ik verder niet te diep op in ga. Het komt erop neer dat bij de meeste groepen het gen bekend is, behalve bij ‘mijn’ clubje. Type 3 wordt omgedoopt tot h-EDS, staande voor hypermobile-EDS. Het enige type dat nog steeds klinisch gediagnosticeerd wordt, bij voorkeur bij een Klinisch Geneticus.

Er is al jaren discussie over dit type en het HyperMobiliteitSyndroom (HMS), nu omgedoopt tot HSD (Hypermobile Spectrum Disorder). Gelukkig hebben ze nu zwart op wit gezet dat HSD niet minder erg hoeft te zijn dan h-EDS of andersom. Het verschil is eigenlijk niet echt heel duidelijk, de huid en de erfelijkheid telt zwaar voor h-EDS, maar ook bij HSD lijkt een erfelijkheidsfactor te zijn. Kortom, de artsen zijn er nog niet uit.

Zo, een kleine update betreffende mijn aandoening, maar dat ter info. Ik wilde het hebben over het ‘trauma’ dat ik heb opgelopen door ongeloof, want dit is een steeds terugkerend iets. Zoonlief heeft ook de wondere wereld der artsen en ziekenhuizen betreden, hij heeft helaas wat dat betreft mijn genen meegekregen. En ik ben sceptisch en bang dat hem dezelfde weg te wachten staat die ik heb gelopen (toen liep ik nog). Onzin, want a) hij heeft mij en b) de medische wereld weet steeds meer. Maar toch, hij beweegt zich in hetzelfde vage gebied der hyperdebiliteit en tja, eigenlijk weten ze daar nog steeds niet van de hoed en de rand.

Er wordt mij vaak gezegd dat ik door mijn ervaringen negatief kijk naar artsen. Ik denk dat negatief niet het goede woord is, ben ik sceptisch? Absoluut! En ja, dat komt door mijn verleden, ik heb teveel jaren moeten vechten tegen ongeloof, ben net iets te vaak als aansteller weggezet, heb teveel hulpverleners versleten die het beste met me voor hadden, maar eigenlijk geen flauw idee hadden waar ze mee bezig waren en waar ze mee te maken hadden. Volgens mijn psycholoog is deze ervaring traumatisch geweest. En ik denk dat ze gelijk heeft.

Het is niet zo dat ik iedere arts wantrouw, maar volledig vertrouwen doe ik ze ook niet. Ik lees alles na en denk vervolgens zelf alvorens ik zelf een beslissing neem. Ik ben bang (let wel, ik zeg ik, ik spreek voor mezelf en niet voor een ander!) dat de nieuwe normen meer (of in ieder geval niet minder) onduidelijkheid scheppen, maar ik hoop met heel mijn hart dat ik het mis heb! Ik hoop vooral dat al mijn lotgenoten (en daarin maak ik geen onderscheid tussen h-EDS en HSD) nu eindelijk de behandeling krijgen die ze nodig hebben. Dat we serieus genomen worden en dat artsen straks een keer echt weten waar ze over praten.

Toch is er nog veel te doen, er moet nog steeds veel meer bekendheid komen voor zowel h-EDS als voor HSD. Op de achtergrond ben ik met een aantal mensen aan het nadenken over manieren daarvoor, maar ik denk dat we allemaal ons steentje kunnen bijdragen. Door voor onszelf op te komen, door in ieder geval zelf te weten en te voelen wat wel en niet goed voor ons is en door zelf onze hulpverleners te ‘trainen’.

We zetten stappen, we leren en ik probeer dit ‘trauma’ achter mij te laten, hoe moeilijk ook. Een trauma is zo geboren, maar het is niet zomaar weer weg…

da’s pech, monteur (op) weg

Tja, daar sta (eh zit) je dan. Gelukkig op een terrasje met lekker lenteweer, maar mijn rug is er wel klaar mee. Alex is kaduuk, hij kreeg kuren, zijn lampjes knipperden vrij enthousiast, maar gingen halverwege in hoog tempo omlaag, dat is vaak geen goed teken.

Even bij het begin beginnen, gisteren werkte ik met een van mijn vriendinnen aan mijn volgende boek (heel groot project). We besloten even te lunchen in het dorp, lekker weer, even eruit. Zo gezegd, zo gedaan, Alex was opgeladen, ik ook redelijk, gezellig! We vertrokken richting centrum en de lampjes daalden van groen naar oranje. Dat is raar, hij kwam net van de lader af, nog nooit gebeurd, oranje werd rood en rood werd donkerrood (dat wil zeggen nog één rood lampje van de drie). Ik ging steeds harder billenknijpen en hoopte dat we het dorp zouden halen.

Terwijl we het terras opreden dacht Alex dat is ver genoeg. Gelukkig waren wij geïnstalleerd met een drankje en de menukaart. Eerst de storingsdienst gebeld, uitgelegd waar we zaten (op het terras, het enige blondje in een elro) en wat het probleem was. Gelukkig was er een monteur in de buurt en die kwam een kleine drie kwartier later. Het probleem was vrij snel duidelijk, de accu’s waren beide aan hun eind gekomen. Daar moesten nieuwen in alvorens ik weer richting huis kon. Er werd gebeld met collega’s en de dichtstbijzijnde bus met volle batterijen bevond zich twintig minuten verderop. De monteur op weg en voor mij begon het wachten.

Mijn vriendin moest weer op pad en ik zat aan het pad van het pad… bestelde mij nog maar een kopje thee, maakte her en der een praatje met een voorbijganger en wachtte en wachtte en wachtte (wachten duurt best lang voor je gevoel). Met een zere bips van de rieten stoel (mijn achterwerk is een ietwat luxere variant gewend) en een zere rug van het zitten begon ik mij in ietwat vreemde houdingen te wringen. Op dat moment zag ik licht aan de horizon in de vorm van Harm, ‘mijn’ monteur, daar was hij weer met twee nieuwe accu’s op zijn rug. Binnen tien minuten was het klusje geklaard en was ik op weg terug naar huis.

Op zo’n moment dringt pas echt tot je door hoe kwetsbaar je bent, ik loop niet meer eventjes naar de winkel, ik zit vast op het terras. Gelukkig in de zon, maar je kunt het ook anders treffen. Chapeau voor RSR, de storingsdienst kwam me snel redden, ik ben ze dankbaar. Zonder hen ben ik met pech nergens! Dat besef komt best aan, maar toen ik vandaag met Alex naar het stembureau reed in de zon voelde ik vooral dankbaarheid. Na al die maanden binnen lonkt buiten harder dan ooit. Ik ben weer mobiel en ik race weer vrolijk rond!

de stoel of je leven

Vanmorgen las ik een stukje over de overstap van lopen naar in de rolstoel. Het klinkt zo simpel, lopen gaat niet meer zo goed, dus de rolstoel komt in zicht. Theoretisch makkelijk bedacht, praktisch oh zo ingewikkeld.

Ik zal uitleggen waarom. In je hoofd kun je vaak meer dan in de praktijk. Ik kon een jaar of vijf geleden nog best winkelen, vond ik. Dat ik bij iedere winkel moest gaan zitten vergat ik voor het gemak. Daar verzon ik excuses voor; ik moet toch wachten, kan ik net zo goed even gaan zitten. Dat ik dat móest omdat staan na lopen echt niet meer ging negeerde ik. Hetzelfde gold bij pretparken, dierentuinen en rondjes in het park. De looptijd werd steeds minder en de rustpunten steeds meer. Ik liep even ver als mijn Oma van 85, nam het liefst de rollator over, maar nee hoor, lopen kon ik nog prima!

Ergens komt de twijfel in je hoofd, ergens komt het moment dat je stiekem op de computer gaat zoeken naar de lelijkheid van de rolstoel (nu komt de overgangsfase, ze zijn in je ogen nog lomp en lelijk, maar langzaam zie je ze mooier worden). Er zijn nog steeds meer argumenten tegen dan voor, maar je kijkt ernaar. Je ziet ze steeds meer en langzaam maar zeker helt de twijfel over, moet ik niet toch? Je houdt jezelf nog tegen, nee, ik ben veel te ‘goed’ voor die stoel, ik loop toch nog? Ik heb toch zeker een jaar in deze fase gebivakkeerd, ik had die stoel niet nodig (al keek ik stiekem wel naar de mooie, hippe stoel van mijn buurvrouw in het revalidatie centrum), ik liep nog best.

Mijn knieën ontspoorden steeds vaker, mijn heupen draaiden zeer vrouwelijk in de rondte, maar de pijn veroverde langzaam maar zeker de lol in het lopen. Ik kon niet meer, het ging niet meer én ik wilde dit niet meer. Mijn blik ging om, Google liet mij de mooie kanten van het rollen zien en ík ging om. Ik ga nooit in een rolstoel veranderde in misschien toch… ooit. Dat was een keerpunt, ik ging kijken en testen. Met manlief, want ook voor hem was dit een grote stap. Ook hij testte mee, voelde mee en haalde mij over het toch te doen. Gesprekken met ergo, met fysio, met de arts en de gemeente en mijn eerste stoel was in bestelling.

Ok, ik keek nog een beetje teveel naar mooi in plaats van praktisch, maar het is een proces. In de loop van het jaar werden dingen aangepast, een ander zitkussen, een andere rug, ik werd één met mijn stoel, mijn stoel werd een onderdeel van mij. En wat was ik er gelukkig mee! De eerste keer is eng, heel eng! Hoe reageert je omgeving? Ik had ze voorbereid, het hele proces heb ik gedeeld via Facebook en gelukkig nam iedereen het goed op. Het is geen zoektocht naar aandacht, het is het meeleven met jou in een zeer kwetsbaar proces. Als mensen dat niet inzien horen ze niet in je leven, punt!

Inmiddels is mijn mooie Quicky op de reservebank beland en heeft Alex hem ingehaald. Je kunt het mentaal beter aan als het gefaseerd gaat, ik was toen niet toe aan gemotoriseerd vervoer en nu wil ik niet meer zonder, het went. Ik loop nog steeds, het zijn kleine stukjes, maar inmiddels hoop en denk ik andersom. Ik wil graag met mijn braces weer iets meer kunnen lopen. Of het me gaat lukken, geen idee, ik doe mijn best, we shall see. Als je me de ene dag ziet lopen, zegt dat niets over de volgende. En zo werkt dat ook voor veel van mijn lotgenoten, soms loopt het en soms ook niet, letterlijk.

Uiteindelijk komt het weer neer op de angst voor het oordeel, het is vaak de angst die je tegenhoudt. Luister naar jezelf, voel, je weet diep van binnen wanneer de tijd daar is. Probeer het eens, ik geef toe, de tijd die ze je geven in een lompe leenstoel is vreselijk, maar het is wel een leerstoel 😉, als je die overleeft hebt is de overschakeling naar je echte, eigen stoel een makkie. Een rolstoel is niet het eind van de wereld, het kan goed het begin zijn, je wereld wordt eindelijk weer iets groter!

de oorlog in mijn lijf

Hoe kun je nu het beste beschrijven hoe je je voelt, hoe beschrijf je het gevoel dat je lijf je in de steek laat. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Het is een constant gevecht, je geest tegen je lijf, je lijf tegen je geest. Geen echt begin en ook geen eind. Slechts een staat van zijn…

De oorlog in mijn lijf, het klinkt heftig en dat is het ook. Mijn lijf is altijd in een soort van stress modus, vluchten of vechten zeggen ze dan. Spieren zijn altijd gespannen, als je ze loslaat gaan ze hun eigen weg. Mijn knieën wandelen naar de buitenkant (eigenwijs als ze zijn) terwijl mijn enkels liever naar binnen gaan. Het resultaat is dat ik mijn benen altijd tegen elkaar klem, wandelen doen ze maar in hun eigen tijd.

Dat klemmen kost kracht (eigenlijk zou je verwachten dat ik mega spierkracht zou hebben, maar ook daar heeft mijn natuur een stokje voor gestoken), kracht kost energie en energie, dat heb ik nie(t). Dat neemt trouwens serieuze vormen aan. Vanmorgen moest ik mijn rolstoel zes keer opnieuw opmeten omdat ik de maten vergat zo gauw ik me omdraaide om ze op te schrijven. Er vallen gaten in mijn hersenen en die worden opgevuld met een wazig niets (ik staar dan ook mistroostig in een wazige wereld van niets voor mij uit).

Dit alles is de boete van het uurtje trainen, het heeft meer impact dan ik dacht. Terwijl ik dit schrijf moet ik iedere zin teruglezen (en om te lezen wat ik ook alweer schreef en om de autocorrectie in de gaten te houden, want die maakt een sprookje van mijn verhaal met eigen inbreng). Vergeef me mijn fouten, deze mierenneuker (ik was altijd een vreselijke pietlut) is met pensioen, soort van. Mijn kop krijgt het niet meer rondgebreid, maar ik doe mijn best. Zie je, zelfs mijn hoofd is in oorlog met mij.

Ik heb grenzen overschreden en onder de consequenties geleden. Helaas waren de consequenties van blijvende aard. Daarom blijf ik dit zeggen, hyperdebiele jongelui, pas op jezelf, doe niet wat ik deed, leer van de oorlog in mij. Blijf binnen je grens, soms is het beter te leren van de fouten van een ander.

Ik wil nog even iets anders aanstippen in dit blog; er is mij ter ore gekomen dat een aantal dappere lotgenoten zijn gespot bij de mis (s) verkiezing van Lucille Werner! Ik wens ze alle succes, EDS moet op de kaart, go for it! Laten wij laten zien dat we de moeite waard zijn en dat wij zeker een plek verdienen in deze maatschappij!

bijna blootfoto’s

In een vlaag van verstandsverbijstering gaf ik mij al een hele tijd geleden op voor de rubriek ‘geef je bloot’ in de ‘Vrouw’. Waarom? Ik zocht naar manieren om EDS te promoten, een klein artikeltje in de Margriet gaf leuke reacties, ook van mensen die nog nooit van EDS gehoord hadden. Ze zochten naar mensen die in lingerie op de foto durfden en ach, ik loop ook in mijn bikini, dus ik dacht dat durf ik best.

Binnen een week had ik een reactie of ik wilde komen voor een fotoshoot, tuurlijk leuk! De visagiste kende ik van de shoot voor Margriet, ontzettend lieve en leuke vrouw, moest goedkomen. Het was bijna een mini reünie, een leuk weerzien. In de studio heerste een ontspannen sfeertje. Ik was best nerveus, maar was eigenlijk nergens voor nodig. De fotograaf bleek een topper (de fotograaf van dé Simon in blote bast!), de shoot ging snel en toen kwam hetgeen waar ik het meest tegenop zag; het filmpje. Gelukkig ging ook dat goed (zeiden de dames 😉) en was de dag voorbij, een super dag.

En nu staat het online, zichtbaar voor iedereen. Ik vind dit spannend, want hoe dan ook, je stelt je heel kwetsbaar op. Sommige mensen zullen hun oordeel weer klaar hebben. Heb je haar weer, moet weer zo nodig de aandacht opzoeken. Zeker als je het in je ondergoed doet. Deze mensen zullen nooit geloven dat de achterliggende gedachte oprecht en eerlijk is. Die zullen weer vinden dat je een aandoening als EDS niet goed op de kaart zet op deze manier.

Ik zie dat anders, ik denk dat alle beetjes helpen en als je de andere filmpjes van deelnemers bekijkt zul je zien dat ook zij een onderliggende boodschap bevatten. Kijk, ik vind het leuk zo’n dag, ik vind de foto prachtig en ja, daar ben ik trots op. Ik wil laten zien dat je geen zielig hoopje mens hoeft te zijn met deze aandoening en diegenen die mij volgen weten dat ik best de nodige fysieke ellende doormaak. Ik geniet hiervan, tuurlijk, maar dat is niet de hoofdreden en geloof je dat niet, helemaal goed, ieder z’n mening. Maar denk niet dat dit geen naweeën heeft gegeven, denk niet dat dit soort dingen makkelijk gaan, een camera voor je neus en gaan, zonder tekst op een briefje. En weet je wat ook, ik praat altijd voor mijzelf en niet voor een ander. Voel je wat dat betreft vooral niet aangesproken, iedere eds-ser is anders.

Ook de kneuzen discussie laait weer op, mensen heb een beetje zelfspot, neem jezelf iets minder serieus, maakt het leven een stuk makkelijker. Dus, ik blijf realistisch, van buiten een kneus, van binnen een powervrouw, een vechter, iemand die best met een beetje humor naar zichzelf durft te kijken.

Ach, wat maak ik me ook druk, zoek het uit, ik ben er trots op, dit ben ik, open en bloot, gewoon ik, zoals ik ben (met een beetje hulp van Astrid, mijn goeroe op dit front).

vrouw

KLM cares

Van de zomer mogen wij dankzij een ontzettend lieve vriendin de reis van onze dromen gaan maken, we gaan naar Amerika, een lang gekoesterde droom waarvan ik eigenlijk nooit had gedacht dat die ooit uit zou komen. Haar eerste vraag aan mij was ‘kun jij dit, fysiek’, mijn antwoord was ‘ik zorg ervoor dat ik dat kan’, zo’n mogelijkheid ga ik echt niet laten schieten!

Ik maak me niet zoveel zorgen over hoe het daar gaat, ik pak mijn rust tussendoor op een stretcher, zo doe ik dat in Frankrijk ook. De reis is wel een dingetje, elf uur vliegen is best lang voor mijn lijf, daar moet ik een oplossing voor zoeken. Ik denk in oplossingen, niet in problemen en benader KLM cares, de naam zegt het (denk ik), zij denken mee met mij. Ik stuur een vriendelijke mail met de vraag of er in het vliegtuig ergens een mogelijkheid tot liggen is en of er ergens een plaatsje op Schiphol is voor mij om te kunnen liggen. Daar moet iets voor te regelen zijn zo zou je denken. Oh en hoe werkt het met een rolstoel in het vliegtuig?

Nou denk nog maar eens, ik kreeg een reactie dat ik dan per stretcher vervoerd moest worden (deze oplossing kost je slechts 6x een stoel) en dat was het. Op mijn reactie dat ik vond dat ik dit een behoorlijk teleurstellende reactie van hen was wilden zij mij dit telefonisch uitleggen. Prima, dacht ik, think again, aan de telefoon werd mij duidelijk gemaakt dat ik naar aanleiding van mijn vraag gemeld werd bij de arts en dat hij ging bepalen of ik überhaupt mocht gaan vliegen zonder de stretcher.

Ik dacht in mijn naïviteit oplossingsgericht bezig te zijn en nu heb ik een serieus probleem aan mijn broek hangen. Er werd mij verteld dat ze mij hierom mochten weigeren op de vlucht. Ik vraag om assistentie en KLM cares denkt alleen voor zichzelf. Over oplossingen op Schiphol geen antwoord, op mijn vraag met de rolstoel geen reactie, slechts dit en of ik maar even een medische verklaring in wilde laten vullen.

Geen vriendelijke poging tot meewerken, meedenken, meeleven, maar eigenlijk een wij willen geen kneuzen in ons vliegtuig, stel je toch eens voor. En weet je, ik kan zitten, het is alleen verrekte pijnlijk en tja dan is het toch niet raar dat je vraagt of er meegedacht kan worden? Maar blijkbaar heerst hier een alles wat je zegt kan tegen je gebruikt worden mentaliteit. Een behoorlijke domper op de voorpret.

En wat ik nog wel het ergste vind is dat ze deze naam durven te gebruiken. KLM cares, nobody at KLM cares zou beter zijn, realistischer in elk geval…

bekendheid

Bekendheid voor EDS, mijn grootste doel dus ik deel zeker mee!

Van de gevolgen die hieronder beschreven staan heb ik er en aantal aan den lijve ondervonden. Ik word al sinds mijn 23ste geplaagd door terugkerende hernia’s (de grootste problemen met mijn lijf zijn ontstaan door een verkeerde revalidatie na een hernia operatie).

De kwetsbare huid was altijd een puntje van discussie voor wat betreft de diagnose. Mijn eerste reumatoloog vond dat ik hier niet aan voldeed, ik had niet direct bij aanraking een blauwe plek (maar heb ze wel veel sneller dan ‘normaal’), mijn huid was niet ver uitrekbaar (sterker nog hij zit eerder vastgeplakt aan de rest) en ik had wel veel en snel littekens maar niet ‘raar’ genoeg. Dit veranderde later, na het weghalen van een fout plekje op mijn huid kreeg ik een uitgerekt litteken en ook op mijn knie verscheen een ‘sigarettenpapier’ litteken. Op puberleeftijd scheurde mijn huid bij het afhalen van het gips, ook niet echt normaal, na deze tekenen werd eindelijk EDS gesteld.

Ook schade aan het zenuwstelsel is een feit, bij overbelasting valt de linkerzijde van mijn gezichtszenuwen uit, ik zweet eenzijdig en mijn temperatuur vliegt uit de bocht.

Gelukkig heb ik geen ernstige problemen met mijn organen, mijn darmen zijn lui en traag, maar ik geloof dat alles verder nog op z’n plek zit. Of mijn longproblemen erbij horen blijft een vraag en mijn hartkloppingen evenzo.

Ik heb type 3, het hypermobiele type, ik heb ‘geluk’ in mijn ogen. Bij het vaattype is het veel meer oppassen nog. Mijn lijf is brak en zeer lastig, maar ik kan dat gelukkig goed relativeren. Ik denk dat het het belangrijkst is dat de diagnose op tijd gesteld wordt, zodat je op tijd je grenzen kunt leren kennen, die zijn zo belangrijk. Overbelasting kan grote gevolgen hebben, als je leert leven binnen die grenzen hoeft het niet zo beroerd te lopen. De een is er erger aan toe als de ander, geen eds-ser is hetzelfde, oordeel niet over de ander, maar toon begrip voor hun grenzen en de jouwe.

eds

We blijven vechten voor meer aandacht, meer begrip en hopelijk meer onderzoek!

warrior

Teksten die iets betekenen, daar wil ik iets mee gaan doen. Ik begin bij deze, eentje van mezelf. Ik schrijf in mijn gedichten alles van mij af, gedichten zijn gedachten, zeer persoonlijk, maar vaak ook herkenbaar.

Ik denk dat niet alleen mijn lotgenoten zich hierin herkennen, iedereen ervaart de ‘donkerdere’ kant van het leven. Momenteel bevind ik mij weer eens in de zogenaamde ‘boetedagen’, de opnames voor Hart van Nederland hebben veel van mijn lijf gevraagd. Er wordt mij gezegd mijn grens aan te geven, maar steeds opnieuw blijkt hoe moeilijk dat is. Als ik de schakelaar omzet, zet ik het voelen uit om te kunnen functioneren.

Vroeger deed ik dat standaard, werken was schakekaar om en gaan. Dat ging goed tot het niet meer goed ging en toen ging het mis, flink mis. Toen kostte het me 3 jaar liggen. Nu krabbel ik op en moet ik alles opnieuw uitvinden. Ik moet leren dat ik af en toe best de schakelaar om mag zetten, maar dat ik ook terugschakel en de rust neem die mijn lijf aangeeft nodig te hebben. In dit geval betekent dat dat ik de hele week al op maximale rust zit (lig dus). Liggen met een lijf dat in de duistere modus zit, pijn is de consequentie van mijn actie, eh meer pijn dan ‘normaal’ is dat.

Of je het nu wilt of niet, op een gegeven moment gaat de pijn invloed hebben op je denken, vooral ‘s nachts. Ik baal van mijn lijf, ik wil weer zoveel en kan weer te weinig. Gisteravond bedacht ik me hoeveel kansen ik gemist heb. Hoe graag ik wil dansen, wil hardlopen, schaatsen, korfballen, training wil geven en coachen zonder de beperking van die verrekte rolstoel. Dit is het gevolg van een gesprek met de revalidatie arts van mijn zoon, hij krijgt steeds meer last van sub luxaties en dat beperkt hem. Toch moet hij sporten, dat is goed voor hem. We kregen een uitleg over hoe je met sporten endorfinen opwekt, dat je dat nodig hebt omdat je anders altijd in je hoofd zit. Van dat laatste heb ik ook last, ik kan niet sporten en zit teveel in mijn hoofd. Er zit ook teveel in mijn hoofd. Dat frustreert, dit zijn de dagen dat je het hardst moet vechten tegen jezelf.

De volgende morgen lijkt het gelukkig anders, beter, optimistischer. Dan kan ik weer denken in kansen in plaats van in gemiste kansen. Want hoezeer ik ook baal van deze pijn, van de beperkingen, het heeft mij ook kansen gegeven die ik anders niet gezien zou hebben. Jullie zouden mijn kant van het verhaal nooit gehoord hebben zonder dit. En weet je, dat maakt het toch de moeite waard. Er kunnen nog zoveel mensen roepen dat je de aandacht zoekt voor jezelf, maar die hebben niet mogen ervaren hoe het voelt om je nuttig te voelen door dit te mogen schrijven. Dan zouden ze weten dat dankbaarheid gaat voor ego en dat kansen er niet voor niets zijn.

Deze tekst toont mijn duistere kant, die de zon die eronder ligt bij tijd en wijle overschaduwt. De woorden zijn een deel van mij, maar ook van jullie. Ik schrijf ze, ik deel ze en ik accepteer ze, maar ik weet ook dat de mooie dingen op de loer liggen, net buiten de schaduwzijde. Het zijn écht de kleine dingen die ertoe doen…

eds warrior

diagnose aanstelleritus

Mijn eerste échte diagnose van een specialist was HMS, wat was ik blij! Dat vinden mensen lastig te begrijpen, dat je blij kunt zijn met een diagnose. Het is niet zo dat je graag ‘ziek’ bent, maar de kneuzerigheid is er, dan is het slechts fijn als de heren en dames doktoren ook weten waar het door komt, dat je daadwerkelijk iets mankeert en dat dat ook erkent wordt.

Ik was dus blij, ik struinde het internet af naar informatie over dit syndroom. Tot die dag had niemand mij ooit verteld dat ik hypermobiel was. Hypermobiliteit wil zeggen dat je te ruim in je banden zit, je pezen (die de boel bij elkaar houden) zijn als uitgerekte eleastiekjes. Dat verklaarde ook waarom ik van die rare duimen had. Ooit op een ehbo opleiding zeiden ze: ‘vingers zijn gewrichten die maar een kant op kunnen’. Ikke de mijne laten zien, nee hoor, kunnen echt twee kanten op 😉. Het verklaarde waarom ik zo snel kneuzingen had, waarom ik altijd pijn had. Ik voelde mij niet langer alleen staan, diagnose aanstelleritus was aangepast naar HMS.

Ik werd doorgestuurd naar de revalidatie arts, vol hoop, nu werd het beter. Maar zoals ik al in eerder blog schreef, deze was geen fan van de diagnose HMS. Ik was gewoon een beetje hypermobiel, niets meer en niets minder. Ik moest trainen dan kwam het wel weer goed. Vol overgave stortte ik mij op de therapie, dit was tenslotte mijn uitweg, ik werd weer beter, toch? Wat heb ik mezelf op mijn kop gezeten, ik werd niet beter, ik werd slechter, trainde ik dan niet hard genoeg? Mijn spierspanning werd gemeten, in rust was die veel te hoog. Ik moest leren ontspannen.

Dat bleek lastiger dan gedacht, ik had geen idee hoe dat moest. Achteraf ook logisch, als je banden te ruim zijn moeten je spieren het opvangen. Mijn spierspanning was zo hoog omdat ik dat nodig had om de boel bij elkaar te houden. Bij onze aandoening zijn je spieren altijd aan het werk, enig idee hoeveel energie dat kost? Dat verklaarde dan ook meteen weer waarom ik altijd moe was, altijd het gevoel had al een marathon achter de rug te hebben.

Ontspannen kan ik nog steeds niet, ik krijg het niet voor elkaar, daar wordt nog steeds aan gewerkt. Ondertussen liep ik ondanks mijn verkregen diagnose nog steeds tegen muren op. HMS werd (en wordt) niet serieus genomen. Zelfs mét diagnose voelde ik mij een aansteller, ik heb mij vaak afgevraagd of het niet toch tussen mijn oren zat. Gelukkig had ik daarin mijn huisarts, die geduld heeft en mij meerdere malen wees op het feit dat mijn ‘blessures’ echt zijn. Gevechten met instanties, met mezelf bleven een feit. Diagnose aanstelleritus bleef mij achtervolgen.

Tot ik een verdachte plek weg moest laten halen en mijn huid niet herstelde zoals bij een ‘normaal’ mens, mijn huid liet tekenen zien van een bindweefselprobleem. Eindelijk werd ik serieus genomen, werd de diagnose ‘meest overeenkomend met EDS type 3’ gesteld. Het verschil tussen die drie letters is enorm, maar ook enorm oneerlijk. Ook HMS is een bindweefselprobleem, er is grote onenigheid onder artsen over deze diagnose. De één zegt HMS is EDS, de ander zegt van niet. Beide geven dezelfde problemen, beide verdienen onderzoek en aandacht.

Ik heb niet langer diagnose aanstelleritus, ik heb EDS. Dat gun ik mijn lotgenoten ook, bij hypermobiliteit en pijn, laat je onderzoeken. Geef niet op, pas op jezelf, leer je grenzen kennen en zoek hulp. Je bent niet gek, het zit niet tussen je oren, geloof in jezelf!