Smile, zebra style

Tja… het gaat niet zo goed met mij en dat is een understatement… Mei is meestal een dramamaand qua pijn, om de een of andere reden heb ik veel last van ontstekingen als de temperatuur hard schommelt en dat is vaak zo rond mei en weer in november of oktober. Het is weer raak, mijn onderrug is opgezet en geeft extra druk op de zenuwbanen wat resulteert in zenuwbeknelling en dus zenuwpijn in de benen. Daar heb ik medicijnen voor, maar deze pijn dendert er dwars doorheen. Daarnaast ben ik dus al enige tijd in de overgang en gaat dit gepaard met opvliegers. Vrouwen die hier doorheen gaan of zijn gegaan weten hoe vervelend deze kunnen zijn, stel je nu voor dat deze vermenigvuldigen door je toch al instabiele zenuwstelsel. Resultaat, mijn hartslag vliegt omhoog bij een opvlieger en mijn bloeddruk daalt. Ik ga nog harder zweten en voel me ronduit ziek. Ik heb al geen energie en de weinige energie die ik heb wordt compleet opgevreten door het overgangsmonster.

Serieus ik haat mijn hormonen (of het gebrek eraan). Vanmorgen maar eens een overleg ingepland met dok, ik weet het niet meer. Ik lig weer 23 uur, kan niks, overeind zijn ontregelt mijn zenuwstelsel. Eten lukt niet want dat kost ook energie en mijn lijf houdt het dus niet goed binnen. Van steeds wakker worden doordat je moet gaan verliggen van de pijn wordt je ook al niet energieker trouwens. Dok zit met zijn handen in het haar, want hoe lossen we dit op? Prednison is de standaard optie, maar ik word er ziek van en ik heb nu mijn immuunsysteem hard nodig. Hormonen mag ik niet door mijn verleden met embolieën en de natuurlijke variant gaf me alleen maar meer problemen.

EDS op zich is al lastig, de bijkomende aandoeningen stapelen zich op tot een zeer vervelende combinatie. Mijn lijf is ongrijpbaar, onbegrijpbaar. Voor mij, maar ook voor de mensen om mij heen. Manlief oppert dat de buitenlucht goed voor mij is, ja dat weet ik, maar hoe dan als je niet overeind kunt zonder een badhanddoek paraat te hebben, als je misselijk bent van de pijn maar meer pijnstillers je hoofd in een grote mistbank hullen?

Ik voel me een klagende kneus, voel me vervelend omdat ik afspraken af moet zeggen waar ik zo naar uitkijk, maar hoe dan? Ik voel me een aansteller als ik andere mensen zie worstelen, ik voel me schuldig, ik voel van alles voor anderen, maar voel ook dat het nu de tijd is om eens aan mezelf te gaan denken.

Vanmorgen had ik een passing voor een nieuwe hoofdsteun op Alex. Deze moet bedienbaar zijn met een schakelaar op mijn armsteun, want nu moet ik steeds mijn stoel uit om de steun aan te passen en dan gebruik ik hem gewoon maar niet. Mijn adviseur heeft meerdere EDS’ers en snapt me, ‘ze zijn ook allemaal hetzelfde’ verzuchtte ze toen ik uit mijn gekantelde rolstoel klom om ‘even’ iets te pakken. Dat gaat sneller, weer iets dat voor de gewone mens niet te begrijpen is. Waarom verkies ik snelheid boven gemak? Soms begrijp ik mezelf niet, dus ik weet het niet. Ik ben ongeduldig, maar ik wil er ook gewoon zo snel mogelijk vanaf zijn, ‘does that make any sense?’ Kijk, alles wat ik doe doet pijn, dus verkies ik snelheid, dan doet het korter pijn.

Jee wat een klaagzang zingt dit parkietje vandaag… Met mijn humeur is niets mis, ik ben gewoon vrolijk, ik lach en kan gewoon echt genieten van mooie momenten. Dat is er. Tegelijk is er pijn, vermoeidheid, misselijkheid en een algeheel bleh gevoel. Het bestaat naast elkaar, zoals ook warmte en kou tegelijk naast elkaar kunnen bestaan. Dingen kunnen goed zijn en slecht zijn tegelijk.

Ik behoef geen medelijden, ik sla me er wel doorheen, maar alles gaat even niet ok. Ook dit is EDS.

100 meter platliggen

Van de week hoorde ik het ergens op tv, bij een of andere talkshow. Volgens mij in combinatie met het geen sportevenementen dit jaar, dat we altijd nog deel konden nemen aan de ‘100 meter platliggen’. Ik dacht ‘dat kun je mooi vergeten, die titel is voor mij, als hij georganiseerd wordt’. Ik bedoel ik oefen al jaren, ik verdien die gouden plak. Nou nee, zilveren want er zijn lotgenoten die in dit opzicht nog een treetje hoger op dat podium liggen.

Even zonder gekheid, het gaat even niet goed met mij. Ik zit te hoog in mijn medicatie wat weer geen goed doet aan de mistbanken in mijn hoofd. Het is weer mei, de omslag van het weer, de grote verschillen in temperatuur, het doet mijn lijf geen goed. Overal ontstekingen, maar prednison is nu geen goed idee, dus ik worstel me erdoor. Ik heb geen keuze, er is iets mis in mijn rug wat resulteert in fikse zenuwpijn in mijn benen. Ik heb daar medicijnen voor, maar de pijn dendert er gewoon dwars doorheen. Zo heb ik naast de brandende pijn van de ontstekingen ook de messteken in mijn benen en een doffe pijn in beide kuiten en voeten. Ik kan er lang of kort over lullen, het gewoon ronduit k*t.

Ik heb het natuurlijk ook weer aan mezelf te danken, deels althans. Ik had een geheime missie de afgelopen maand. Mijn schoonzus werd 50 en dat vieren viel een beetje in het water. Toen bedacht ik dat ik dan maar een tijdschrift in elkaar moest knutselen. Zo bedacht zo gedaan, een plan, ik hou van plannen, zeker geheime! Ik zette drie petten op; die van fotografe, die van vormgeefster en die van hoofdredacteur (eh enige redacteur). En journalist en columnist. Ik deed dus wat ik graag doe, de baas spelen. Nee hoor, dat valt wel mee, maar ik deed het wel.

Ik regelde in het striktste geheim fotoshoots met mijn grote neven en interviewde en fotografeerde hen op gepaste afstand. Manlief en zoonlief moesten er ook aan geloven en ook mijn schoonouders werden op de gevoelige plaat vastgelegd. Mijn schoonzus moest op de cover en dat was nog wel het lastigst, want ze mocht geen argwaan krijgen. Met Moederdag als alibi, schoonmoeder in het complot met een smoes van tijd voor een update qua foto’s van zoon en dochter lokte ik haar naar een fotogenieke lokatie, wederom op gepaste afstand. Ik ben een maand lang in mijn element geweest. Alles in kleine stukjes gehakt, want ik werk niet voor niets niet meer. Daar kwam ik ook echt wel achter trouwens. Dit project vergde echt bloed, zweet en virtuele tranen, want de waterlanders en ik zijn nooit echt een goede match geweest.

Ik heb genoten, ik heb even weer alles gedaan wat leuk vind, maar ik heb ook weer ervaren waarom ik dit toch echt niet meer kan. Altijd volgt de boete, altijd haalt mijn lijf me in. Zelfs als ik me braaf hou aan een uurtje per dag (ok soms misschien twee) gaat het mis. Ik weet het al jaren en toch overvalt het me. Ik kan nog zoveel willen, het kunnen haalt me altijd in.

Het is klaar, in meerdere opzichten. Het is mooi geworden, ik ben er met recht trots op, maar wat ben ik blij dat het klaar is. Ik mag me nu overgeven aan de volgende honderd meter, de liggende, al vrees ik dat dit eerder een marathon wordt…

King of the world

Jawel, ik voel me een beetje als Leonardo di Caprio op de boeg van de (toen nog gewoon varende) Titanic met Lewis aan mijn zijde. ‘King of the world’, Queen in mijn geval, al heeft een Koning denk ik toch net ietsje meer aanzien. Lewis is zeker een ‘King of the world’! Zo hoop ik althans dat hij zich voelt, omdat hij dat verdient.

Ik heb iets leuks kunnen regelen voor een van jullie, voor jullie (hulp)hond! Gister kwam ik op de Instagram pagina van ‘My majestic pet’ terecht (www.instagram.com/mymajesticpet). Onwijs leuke portretten van huisdieren in het jasje van een Koning, Hertog en meer van deze hoge dames en heren figuren. Ik dacht direct aan hoe leuk het zou zijn een van onze (hulp)honden eens in het zonnetje zetten en heb dus brutaal als ik ben contact opgenomen. Of ik een blog mocht schrijven en een foto weg mocht geven en dat mocht!

Heel even schoot door mijn hoofd dat zo’n foto van Koning Lewis de eerste ook echt geweldig zou zijn, maar ik heb laatst al een geweldige tekening gewonnen en ben dus al een heel gelukkige winnaar (resultaat volgt als die klaar is) en heel eerlijk? Zoiets leuks weg kunnen geven is eigenlijk nog veel leuker. Iemand blij maken is toch ontzettend gaaf!

Dus… rappapa wil jij een afdruk van 40×60 cm winnen met jouw grootste steun en toeverlaat in de rol van Koning Leonidas? Een beeld dat laat zien hoe jij jouw viervoeter écht ziet? Reageer dan onder dit bericht met een foto van hem of haar. Liefst eentje van jullie samen, gewoon omdat ik dat leuk vind. Laat me weten waarom jouw hond zo geweldig is en dan trek ik zaterdag rond 12 uur een winnaar of winnares.

Ken je iemand die je dit gunt, tag hem of haar dan even. Ik vind het zo ontzettend leuk om zo’n leuk cadeau weg te mogen geven!

Je moet wel even een leuke foto maken van het eindresultaat met jouw hond als bedankje aan ‘mymajesticpet’ als het klaar is, dan deelnam natuurlijk even het ongetwijfeld mooie resultaat!

Dank ‘mymajesticpet’ en kom maar op met jullie mooie foto’s en verhalen!

Make a wish

Het blijft een gevecht op zich. De zoektocht naar balans, ik blijf mij bevinden op het randje. Het randje van mijn grens, het randje van mijn kunnen. Nu het weer beter wordt (voor mij in ieder geval) moet ik mij weer enorm beheersen, het lijkt wel of mijn wil weer wakker is geschud. Niet dat ik in de winter niets wil, maar kou en regen zijn geen vriendjes van mij, de zon is dat wel.

Lopen tot de zon komt

Ik wil lopen door de weilanden, mijn camera om mijn nek. Ik wil fietsen door de achterlanden. Natuurlijk heb ik Alex, kan ik meerijden en ben ik daar blij mee, maar het liefst wil ik mijn benen gebruiken. Ik heb mijn scoot en kan mee een eindje rond, maar ik wil zelf trappen. Ik wil dat luie lijf van me in beweging schoppen, maar ik weet ook wat de consequenties daarvan zijn. Toch blijf ik proberen, want stel je voor dat het toch door een wonder ineens wél lukt.

Try till you die

Dat proberen wordt met opgetrokken wenkbrauwen gade geslagen door mijn omgeving. Zij zien mij mijn hele leven al worstelen, zien mij vallen en weer opkrabbelen. Vragen zich af wanneer ik me eindelijk neerleg bij mijn beperkingen. Het antwoord daarop is nooit. Nooit zal ik stoppen met proberen. Ben ik zo eigenwijs? Ja, volmondig ja. Maar toch is het geen eigenwijzigheid die mij voortdrijft. Het is ook niet dat ik niet wil accepteren, want ik heb er best vrede mee, tot op zekere hoogte. Als ik niet probeer geef ik het op en dat zit niet in mijn systeem. Ik accepteer, maar probeer toch.

‘Giro’

En in deze gemoedstoestand bevond ik mij van de week zomaar op de fiets van zoonlief (hij heeft een elektrische fiets, niet omdat hij lui is, maar omdat ook hij nu al moet vechten tegen zijn lijf en zijn grenzen). Ik vond dat ik toch moest proberen of ik dit nog kon en het lukte! Ik heb geen ‘Giro’ gefietst, het was een rondje om het huis van nog geen 200 meter, maar ik heb het gedaan! Ik was zo trots als een aap met zeven lullen, ik stond stralend in de achtertuin. Een klein geluksmomentje, letterlijk even weer op eigen benen staan.

Vlinderlijke vrijheid

Helaas liet ik het vermoedelijke oordeel door mijn hoofd schieten. Het oordeel van de ‘oh dat kan ze wel’ mensen. Maar mijn reaktie luidt, zolang ik vleugels heb zal ik proberen te vliegen. Zolang ik de mogelijkheid heb een klein beetje op eigen benen te staan zal ik dat proberen. Ik zal de boete accepteren, ik zal vechten, ik geef niet op, nooit. Laat mij, het is mijn leven, een leven met grenzen. Een begrensd lijf met een hoofd dat onbegrensd zal blijven denken…

PS deze foto slaat totaal niet op de tekst (behalve qua titel), maar ik heb ‘m van de week gemaakt en wilde hem even showen, weer die trots en de aap 😉.

* in de herhaling

Resturp

Wat is er mis met deze maatschappij? Een vraag die ik mezelf al jaren met enige regelmaat stel, maar vandaag bekruipt hij mij eigenlijk constant bij het openen van Facebook. Bij het lezen van opiniestukken van bekende columnisten, bij bekende Nederlanders en bij bekende dorpsgenoten. Bij mensen die vinden dat het hoog tijd is dat ze in opstand komen tegen de Corona maatregelen. Ik word serieus al ziek bij het woord Corona, ik vind de maatregelen niet leuk, maar krijg het heen en weer bij de ideeën van sommige medelanders.

Waar maakt ze zich nu weer druk om. Ik hoor het manlief bijna denken als hij kijkt naar mijn gefrustreerde gezicht en mijn hoorbaar geïrriteerd zuchten. Ja, ik maak me inderdaad soms best snel druk, maar vandaag ben ik helemaal licht ontvlambaar en niet alleen door de opvliegers die mijn door dysautonomie ontregelde thermostaat teisteren. Nee, ik lees het teveel, er is geen ontkomen meer aan, de medelanders komen in opstand tegen de ophokplicht. Je zag de voortekens al in de ellenlange rijen bij de plaatselijke Ikea, in de toenemende drukte op de weg. In de praatprogramma’s waar een kanteling plaatsvindt in de mening van de journalisten. Het is tijd, de mensen zijn er klaar mee, de economie moet weer open!

Grappig is niet het juiste woord, frappant misschien wel. Frappant dat diezelfde mensen zes weken geleden om het hardst schreeuwden dat ‘we’ laks waren. Dat ‘we’ te laat waren met alle maatregelen. Zes weken, hoe lang is het op een mensenleven? Bij de meesten gelukkig een schijntje, maar deze zes weken voelen als de langste zes weken van hun leven. Ruil eens met het mijne zou ik zeggen, maar dat is een ander verhaal. Zes weken later neemt door de genomen maatregelen het aantal besmettingen met het Corona virus af. Wordt de druk op de zorg een klein beetje verlaagd, krijgen ze een klein beetje meer lucht. Zes weken later kan de gemiddelde Nederlander het woord Corona niet meer horen. We zijn murw geworden door de nietszeggende cijfertjes en zijn het zat. De kroeg moet weer open, ‘we’ willen er weer uit. Ik zeg we, maar hier vindt toch echt een kanteling plaats naar ‘ze’.

We moeten de kwetsbaren, de zwakkeren, de ouderen beschermen zo lees ik. Hoe we dat moeten doen? Makkie, gooi ze gewoon achter slot en grendel. Deur dicht, dicht houden, kieren dichtstoppen komt er geen virus binnen, simpel toch? Waarom bedachten we dat zes weken geleden niet? De economie moet open, de oudjes maken hun keuze maar, naar buiten met risico of opgehokt. Zelfde voor de kwetsbaren, simpel als wat. Toch?

Ik mis iets, ik mis mezelf in dit plaatje. Achtenveertig jaar oude ‘zwakkeling’, undercover kneus, opgehokt in een gewone eengezinswoning met man en kind. Man gaat naar zijn werk, ook hier moet gewerkt worden om inkomen te vergaren. Thuiswerken is geen optie, mensen staan rijen dik te wachten tot ze naar binnen kunnen. Mensen die graag naar buiten willen, die het zat zijn opgehokt te zitten. En zo kan een virus zijn toegang vinden tot dit huishouden. Ik hoop het niet hoor! Maar ik ben realistisch, het kan. Als alles open gegooid wordt wordt die kans groter. En dus moet ik opgehokt worden in een instelling? Muurtje eromheen? Is dat dan het nieuwe idee? De mensen gaan compleet voorbij aan het feit dat niet alle zwakkeren, kwetsbaren en ouderen in een verpleeghuis zitten of liggen. ‘Ze’ zijn onder ons, ‘beware’…

Oh en benieuwd naar die titel? Ik zou zeggen, draai hem eens om 😉

Gewoningsdag

In een filmpje vroeg Q-koorts, soort van lotgenoot, Deverra vanmorgen aandacht voor ons chronisch zieken. Voor het feit dat wij al jaren, maanden, dagen opgehokt zitten. Voor hoe wrang het eigenlijk is dat mensen nu massaal klagen dat ze niks kunnen, terwijl wij al jaren soort van gevangen zitten en we met enige regelmaat te horen krijgen dat het allemaal zo erg niet is. Dat we moeten kijken naar wat we nog wel kunnen en ons niet moeten focussen op wat we niet kunnen. Alsof dat niet is wat we al doen. Ze pleitte voor zichtbaarheid en daar ben ik het wel mee eens.

Met het oog daarop probeerde ik zelf een filmpje op te nemen waarin ik mijn standpunt in deze verwoorde, maar veel verder dan veel ‘eh’’s en dom geleuter kwam ik niet, dus doe ik het gewoon zo. Schriftelijk, zodat ik eerst kan nadenken en dan kan typen, of zoiets.

Koningsdag. Manlief en ik kregen verkering op Koninginnedag, ik had mijn blik met carnaval al op hem laten vallen, hij had wat meer tijd nodig. De drank gaf de doorslag, denk ik. Vroeger deden we dus wel aan het vieren, uitbundig feesten, samen naar de kroeg, gezelligheid ten top. Nu kan dat niet meer. Nu is een drankje op een terrasje al een uitdaging waar je U tegen zegt. Waar ik een paar jaar geleden nog wel een avondje kon Catannen is ook dat nu een te hoge drempel. Wil wel, kan niet. In de ochtend wil ik nog wel iets afspreken, de middag wordt al lastiger, de avond is een zeldzaamheid. Stappen is er niet meer bij, mijn uitgaansleven beperkt zich tot korfbal kijken bij zoonlief en een rondje park met Lewis.

Vanmorgen had ik geluk, vanmorgen mocht ik VIP winkelen met een vriendin. De hele winkel voor ons alleen, heerlijk! Rustig kijken, rustig passen, zitten tussendoor, dan kan het. Dat was het dan ook meteen, dag vol, gedaan met de Koningsdagpret. Ik klaag niet, het is niet anders, het was leuk. Maar het steekt wel als ik mensen hoor miepen over het feit dat Woningsdag toch minder leuk is. Wees blij dat je het gezond kunt vieren. Tel je zegeningen, dit gaat weer voorbij en dan kun je gewoon weer naar buiten. Gewoon maar de winkel, naar de woonboulevard, naar waar je maar naartoe wilt.

Voor mij verandert er weinig, Koningsdag of woningsdag, voor mij is het ‘gewoningsdag’.

Sesam open u

In de maatschappij klinkt het steeds vaker, de roep de deuren van de maatschappij weer open te gooien. De mensen willen naar buiten, zijn het thuis zitten zat, meer dan zat. ‘Laat de 60 plussers maar binnen, laat de kwetsbaren achter hun geraniums, laat mij eruit’. En dan? Dan laten we hen (ons?) volledig uit contact met de rest? Mag mijn 60-plus mantelzorger niet langer naar binnen? En mijn gezin? Mijn zoon die bij opa en oma de hond uitlaat? Mijn man die gewoon naar zijn werk moet? Moet ik dan maar uit ons huis? Of moeten zij binnen blijven?

Het klinkt zo simpel, hok de ouderen en kwetsbaren op. Soms bevinden de kwetsbaren zich echter gewoon onder de mensen. Zijn ze ‘undercover’, zitten of liggen ze gewoon kwetsbaar te zijn in onze samenleving. Hoe moet het dan met ons? Dit is het eerste wat door mijn hoofd schoot toen ik de opmerkingen las op Facebook, binnen een groep die het liefst de economie zo snel mogelijk weer open wil gooien. Ook in talkshows kwam deze gedachte voorbij. Het duurt te lang.

De economie lijdt, dat is duidelijk. Het laat pijnlijk goed zien waar onze eerste levensbehoeften liggen. Waar we zonder kunnen en waar niet. Waar de luxe onze behoeften heeft overgenomen zelfs misschien. We gaan soort van terug in de tijd. Terug naar een tijd toen we niet op vakantie gingen naar het verre buitenland. Toen we helemaal niet op vakantie gingen. Voor velen omdat ze dat nu financieel niet meer kunnen bolwerken, voor anderen omdat de grenzen voor hen gesloten zijn. Het buitenland is een utopie geworden, zelfs een dagje naar het strand is niet mogelijk. Het laat ons zien wie we het hardst nodig hebben, wie we missen als ze thuisblijven van hun werk en wie niet. Hoe belangrijk de ondergewaardeerde supermarktmedewerker is, hoe weinig marketing en reclame eigenlijk voorstellen. Hoe we luchtkastelen gebouwd hebben, volledig gebaseerd op ons voorkomen, op uiterlijke schijn en luxe.

Hoe moet het dan wel? Ik heb het antwoord niet. Denk er al dagen over na, ga ik naar buiten, is het het waard? Ik zat al opgehokt, mijn mogelijkheden ontnomen door het kunnen. Het niet mogen maakt mij net zo opstandig als de rest van het volk. En toen las ik vanmorgen het artikel in ‘de Volkskrant’, over de anesthesist in opleiding. Een 28-jarige die op zijn eigen IC terecht kwam, geïntubeerd werd en zelf ervaarde hoe serieus dit virus is. Hoezeer je niet veilig bent als je onder de 60 bent. Hoe ernstig het verloop kán zijn. Ik werd, terwijl de tranen over mijn wangen liepen, weer gewezen op de ernst van de situatie.

We moeten allemaal onze eigen keuzes maken. Er zullen nog veel meer slachtoffers vallen, van het virus, van de economie, van de mensen die nu geweerd worden in het ziekenhuis. Wat is wijsheid? Ik ben blij dat ik niet in de schoenen sta van de leiders van ons land, want ik vind voor mezelf de keuze al zo ingewikkeld. Het is willen versus kunnen op hoog niveau, terwijl het op micro niveau al zo verrekte lastig is. Ik hoop dat de mensen blijven nadenken, dat ze verder kijken dan hun eigen situatie. Dit virus treft iedereen op de een of andere manier. Niet alleen de ouderen of kwetsbaren, geen discriminatie, geen recht van de sterkste. Iedereen is op de een of andere manier een slachtoffer van de situatie. Iedereen is op de een of andere manier één, we zijn musketiers. Nu nog hun motto overnemen, één voor allen, maar dan ook allen voor één…

Stil

welkomindewereldvaneenkneus.files.wordpress.com/2020/04/blog-stil-1.m4a

Het is een beetje stil op mijn blog, net zoals het stiller is in de wereld. Het blijft raar, er verandert hier voor mij zo weinig en toch verlang ik meer dan anders naar de grote buitenwereld. Misschien komt het doordat deze periode net aan het eind van een lange winter valt, voor mijn gevoel dan, want echt winter hebben we niet eens gehad.

Ik doe niet zoveel. Vorige week was manlief ziek thuis; hoesten, koorts, hoofdpijn. Ik maakte me zorgen, zorgen om hem, om zoonlief, om hoe mijn moeder (zij het op afstand) hier in huis is geweest. De boel ging op slot, manlief er niet uit en niemand erin. Op deze momenten komt de zuster Clivia boven in mij. Laten we wel zijn, ik ben geen goede zuster Clivia. Het botste dan ook vrij snel hier in huis. Ik heb momenteel mijn handen vol aan mezelf. Mijn lijf heeft weer een zooitje ontstekingen, de overgang maakt ruzie met mijn dysautonomie en ik heb behoorlijk last van mijn gewrichten.

Op dit moment ‘ziek’ zijn doet iets met je hoofd. Waarom zet ik ziek tussen aanhalingstekens? Was manlief niet echt ziek? Jawel, hij had meetbaar koorts, hoestte de longen uit zijn lijf en had hoofdpijn. Hij heeft dit al gehad in december en in januari weer. Kennelijk blijft het terugkomen, maar nu kreeg ik er Corona koorts van. Ineens voel je van alles, vraag je je bij alles af of je ‘het’ hebt. En ik maak me dan nog niet eens zo druk om mezelf, ik maak me vooral druk om anderen. Feit is dat je nu anders reageert dan anders.

Ik ben niet bang, als het mijn tijd is is het mijn tijd, denk ik. Ik heb nog niet het gevoel dat ik klaar ben hier. Toch is er een onrust die rare fratsen uithaalt in mijn onderbuik. Een onrust die klooit met mijn hoofd en met het hoofd van de mensen om me heen. Het is nogal sfeerbepalend ik jullie vertellen. Gelukkig knapte manlief snel weer op, verdween de koorts en mocht ik mijn zuster Clivia mutsje weer aan de wilgen hangen. Ik ben er niet geknipt voor.

Over dat laatste gesproken, ik ben ook niet geknipt voor het beroep van kapster. Zoonlief begon; zijn haar was te lang, het moest eraf. Ik kocht een tondeuse en een kappersschaar. Ging als een ware Leco zijn haar te lijf, het werd korter en korter. Op een gegeven moment gaf ik hem het ultieme ‘Dumb & Dumber’ gevoel. De pony van Jim Carrey, zo gratis en voor niets. Manlief zeek bijna in zijn broek van het lachen (ik ook trouwens). De tondeuse is je vriend in zo’n geval, niet mijn vriend trouwens. Ik kan het niet, echt niet.

Manlief heeft het karwei een paar dagen later afgemaakt. Zoonlief ziet er in trainingspak uit als een ‘hakker en zager’ uit de jaren negentig, maar hij kan het hebben. Daarna stortte ik mij op het kapsel van manlief. Een paar jaar geleden was dit geen succes, dit jaar ook niet. Steeds een tikkie korter, steeds een tikkie ongelijker… Met de zon op zijn bolletje (in tegenlicht) zag ik in volle glorie het resultaat van mijn actie en kon ik mijn lachen gewoon echt niet inhouden. Sorry lief, het is beter de schaar én de tondeuse ver van mij vandaan te houden. Gelukkig groeit het weer aan, helaas is het op het werk lastig te verbloemen. Ik neem de schuld volledig op mij, het spijt me, vergeef me. Gelukkig weet ik als geen ander hoe het voelt met een mislukt kapsel over straat te gaan. Ik heb enige ervaring met mislukte kleurexperimenten.

De wereld draait door, ook nu. Het virus ging onze deur voorbij, of toch niet? Zonder test zullen we het niet weten. Ik ben blij dat de storm weer is gaan liggen. We gaan zien hoe het zich verder ontwikkelt. Ik hoop dat we nu een beter inzicht hebben in wat wij mensen elkaar en de natuur aandoen. Dat we iets leren van deze periode. Ik ben sceptisch, maar heb toch ook een sprankje hoop. Er gloort licht ergens aan de horizon…

Opgehokte kwetsbaarheid

Hele epistels schreef ik, over hoe de buitenwereld nu eindelijk eens een beetje kon ervaren hoe ik mij voelde. Hoe het isolement voelde, hoe er voor mij weinig veranderde. ‘Boy, was I wrong!’

Het is een nuanceverschil, of zo lijkt het althans. Ik was al redelijk bekend met het verschil tussen willen en kunnen, maar nu komt er nog eentje bij. Het verschil tussen kunnen en mogen en dat is hier bij mij wel een dingetje gebleken. Gister kreeg ik op mijn kop van manlief. Mijn moeder (mantelzorger) kwam even wat boodschappen brengen (zeer gewaardeerd!) en had een nieuw labeldoekje gemaakt als toevoeging op onze collectie kraamcadeautjes. Echt een superleuk ding geworden en in mijn enthousiasme deze eens goed te bekijken trad ik binnen de anderhalve meter afstand. Nee, er staan geen lijnen uitgetekend op de grond hier, maar dat ik te dichtbij kwam was een feit. Manlief stond op het punt naar zijn werk te gaan en wees mij er even op dat ik niet voor niets thuis ‘opgehokt’ zit. Dat ik toch echt wel rekening moest houden met die afstand.

Ik weet dat echt wel, ik doe het normaal ook, maar zoveel mensen zie ik niet op een dag. Voor mij is het geen aanwendsel geworden en dat kwam op dat moment echt keihard binnen. Ineens wist ik waar dat verrekte gevoel van onrust dat me al weken treitert vandaan kwam. Het is niet dat ik normaal zo vaak boodschappen doe, of vriendinnen op de koffie heb. Het is dat het nu gewoon niet mág en wat niet mag wil ik, een overblijfsel uit de peuterpubertijd ofzo. Ineens voelde ik mij intens alleen. Ik ben niet alleen; zoonlief drentelt soms om me heen en manlief is niet vaker weg dan anders. Feitelijk is het dus niet anders, maar zo voelt het wel.

Ik mis mijn vriendinnen, gelukkig komt er eentje regelmatig even gedag zeggen op afstand (zit met dezelfde ophokplicht en gevoelens), maar dan nog mis ik de rest. Ik ben geen knuffelbeer, integendeel, ik ben diegene die je ietwat onhandig op je arm klopt als je in tranen uitbarst, maar nu mis ik de voorzichtige knuffelaar in wording. Ik leerde het, langzaam vorderde de cursus ‘knuffelen voor beginners’. Ik mis de goede gesprekken, ik mis de high tea (al heb ik genoeg chocola verorberd voor een compleet gezin de afgelopen week), ik mis gewoon de mogelijkheid tot zo’n beetje alles en dat heb ik ietwat onderschat.

Nu begrijp ik wat een gevangenis toevoegt aan de straf. Het ontbreken van mogelijkheden, het niet kunnen omdat het niet mag. Ik ben braaf, ik heb geen tralies nodig, ik ontsnap niet op straffe van mijn gezondheid. Maar ik voel me kwetsbaar, ik ben één groot stuk opgehokte kwetsbaarheid…

Benen te leen?

Het zou de kop kunnen zijn van een advertentie, zo’n eentje in het plaatselijke suffertje. Of op de weggeefhoek. Ik overweeg serieus hem te plaatsen, maar ik weet heel goed dat, hoewel veel mensen mij graag zouden helpen aan een goed werkend onderstel, dit geen realistische optie is. Helaas…

Het is niet eens dat het een werkend onderstel moet zijn, momenteel zou ik al ontzettend blij zijn met een onderstel dat geen pijn doet. Is het zo erg? Ja. Mijn heupen en knieën vallen me dagelijks lastig. In grote mate lastig. Mijn heupen branden en mijn knieën doen mee. Het gaat de hele dag door en het houdt me ‘s nachts wakker. Ik kan niet lopen, niet zitten en ook niet liggen. Niet op mijn zij en ook niet op mijn rug. Meer pleisters en pillen wil ik niet, dan raak ik mijn hoofd ook nog kwijt, dus zit er niets anders op dan te proberen dit te negeren. Probleem met deze techniek is dat ik dan dwars door de pijn heen moet. Dat is op zich nog niet zo erg, dat heb ik jaren gedaan. Niet denken maar doen, blik op oneindig en gaan met die banaan. Grenzen zijn er om overschreden te worden, dat werk. Nee het probleem is dat dit eventjes werkt om me vervolgens keihard terug te pakken. Hoe ik dat weet? Laten we zeggen dat ik dat al jaren heb mogen ervaren en ik het nu behoorlijk ondervind.

Waar het vandaan komt, geen idee. Er zit een bult op mijn onderrug die wijst op een ontsteking. Ik word al jaren geplaagd door littekenweefsel dat een paar keer per jaar ontsteekt, dat zal niet helpen nu. Daarnaast bevinden zich daar ergens nog een hernia of twee die af en toe de kop opsteken en er is sprake van slijtage, zal het er ook niet beter op maken. Mijn knieën zijn in protest, ik gebruik ze teveel. Ik ben het daar niet mee eens, wijs ze zo’n beetje dagelijks op hun contract. Ze hebben hun contracturen nog lang niet bereikt. Zij wijzen mij vervolgens op het feit dat de rek eruit is, dat ik eerder had moeten luisteren naar hun protesten. Ik ben blijkbaar geen goede ‘baas’, ik eis teveel en betaal te weinig. Kan zo in het management bij een multinational.

Het verandert weinig aan de situatie, mijn onderstel oogt in prima staat maar wie verder kijkt ziet toch wat afwijkingen. Ik heb WD40 nodig, veel WD40.

Dus… wie helpt mij aan een pijnloos onderstel? Het zou fijn zijn als het nog een beetje zou functioneren, als een soort van bonus. Marathons hoef ik niet meer te lopen, een kilometer of twee zou leuk zijn. Beetje fietsen, mag elektrisch, zou ook fijn zijn. En als we dan toch bezig zijn, ook in het bovenlijf kan ik wel wat vervangende onderdelen gebruiken.

Weersverandering, vaak de boosdoener. Ieder jaar gaat het mis in april/mei en oktober/november. Ik heb al heel wat jaartjes ervaring, maar wennen doet het nooit. Normaal gesproken doen we een kuurtje Prednison, maar in deze tijden laat ik dat maar even achterwege, mijn immuunsysteem moet op orde blijven.

Het is even afzien, het is even af te zien… dus vraag ik het toch maar: iemand benen te leen?