Accepteer maar weer (in de herhaling)

‘Je doet ook gewoon teveel’, ‘kwestie van keuzes maken’, ‘je moet aan je lijf denken’, zomaar een paar opmerkingen die de chronisch zieken onder ons vast heel bekend in de oren klinken…

Ik blijf hangen in totale brak modus, en nee, dit wordt geen klaag blog (denk ik). Ik moet weer accepteren dat het gewoon even niet anders is, dat mijn lijf rust nodig heeft. Het is een wederkerend proces, ik heb stapjes vooruit gezet, mogen zetten en dat wordt vaak gevolgd door een (paar) stapjes terug. Je zou denken dat ik daar na zeven jaar wel aan gewend zou zijn, maar niets is minder waar zo blijkt.

Alle dagen plat

Toch heb ik moeite met bovenstaande zinnen. Ik weet echt zelf ook wel dat het niet wil, ik bedoel, ik vóel het, ervaar het, vecht ermee. Maar het is zoveel makkelijker gezegd dan gedaan. Ik weet dat sommige mensen denken dat het heerlijk is, hele dagen in bed, lekker alles bijhouden op tv, boekie lezen, beetje facebooken. Laat ik je uit de droom helpen, er is niks aan. Liggen is de minst pijnlijke houding, maar pijnvrij is het niet en daarbij is zo vaak vechten tegen de slaap ook niet grappig. Tel daar een kop bij op die heel veel ideeën spuit en de onrust is geboren. Kan geen mindfulness tegenop.

‘Neem je rust’

Het is zo makkelijk gezegd, vanuit een wereld waarin alles kan, neem je rust. Ik ben terug op één ding per dag, bakkie thee en klaar, boodschap doen en klaar. Oh ik kook, dat ook, de pizza en patat kwamen me de strot uit (en doen mijn buikvet ook geen goed). Eén ding, je doet teveel… Dus, ik moet mij maar weet letterlijk neerleggen bij niets?

Dit voelt zo dubbel, ik weet namelijk dat ik geluk heb, er zijn lotgenoten die er zoveel beroerder aan toe zijn. Dan voel ik mij schuldig, vind dat ik blij moet zijn met dat ene ding, ik kan tenminste nog iets en weet je, daar ben ik ook dankbaar voor, oprecht! Maar er zijn ook lotgenoten die veel meer kunnen…

Gelukkig heb ik veel dingen gedaan en gezien, daar hou ik mij aan vast. Ik ben echt een dankbaar en gelukkig mens, ik heb alleen weer even last van acceptatie issues…

* blog van exact een haar geleden, geschreven voor Justlive, eigenlijk verandert er weinig…

Pijn is niet fijn

Het lijkt weer een hot item, pijnstilling. De een stopt, de ander vraagt naar de hoogte. Ik krijg altijd het gevoel in een competitie beland te zijn. Het lijkt stoer, door het leven gaan zonder pijnstillers. ‘Goed bezig!’, ja, goed bezig, ik ben plaatsvervangend trots op diegene en tegelijk voel ik mij een ‘loser’, want ik kan niet zonder. Sterker nog, ik heb mijn fentanyl weer opgehoogd. Aan de andere kant de vraag hoeveel je gebruikt, daar lijkt de andere kant weer ‘stoer’. Goh zoveel, dan zul je het wel heel zwaar hebben.

Onderhuids voel ik aan beide kanten de competitiedrang, waarom? Ik kan alleen voor mezelf spreken, maar ik vind mijn fentanyl verslaving (kan niet zonder, dus tja, verslaafd) niet stoer. Ik heb afgebouwd naar de helft, ook dat vind ik niet stoer. Ik probeer de grens te vinden waarop ik nog wel redelijk kan functioneren; de ‘brainfog’ op een minimum te houden en de pijn houdbaar. Soms moet ik iets omhoog qua pijnstilling en soms kan ik omlaag. Als de pijn overheerst ga ik niet ‘stoer’ lijden, niet meer. Ik heb het geluk dat ik het redelijk doe op opiaten, dus gebruik ik ze ook.

Pijnstillers gebruiken maakt mij geen watje, geen ‘loser’. Het is een keuze, ik ga niet langer misselijk van de pijn liggen zijn. Ik kies voor kwaliteit van leven. Misschien ten koste van de kwantiteit, dat zij dan zo. Pijnstillers gebruiken is geen wedstrijd. Lijden is niet ‘stoer’, veel gebruiken is niet zwak. De overstap naar opiaten is ook niet ‘stoer’, slechts soms nodig.

Het aantal pijnstillers, de hoogte ervan is geen wedstrijd, het zegt ook niets over de mate van pijn. Pijn is een gevoel, het is geen ‘kwaliteit’. Je pijngrens zegt niets over hoe goed je ermee omgaat, slechts over hoe het binnenkomt. Laten we vooral geen wedstrijdje maken van de mate van pijn, slechts hopen dat je het zo min mogelijk ervaart.

Ik wens iedereen een leven zonder pijn, want pijn is gewoon niet fijn.

Lichtpuntjes

Hoe donker de weg, er zijn altijd plekjes vol licht. Ik heb geluk, ik ben geboren met een sprankje hoop in mijn hart. Ik heb geluk, ik denk in mogelijkheden. Ik heb geluk, ik zie lichtpuntjes…

Ik hoor je denken, dat heeft toch iedereen? En tegelijk weet ik dat sommigen van jullie nu denken, wat een geluksvogel, dat wil ik ook. Ik ken een aantal mensen waarvoor het leven altijd een strijd is. Niet de fysieke strijd, die ervaar ik namelijk ook, nee, een strijd in het hoofd. Een eeuwige strijd tegen het duister dat hen dreigt te overweldigen. Ik vond het altijd erg moeilijk deze strijd te begrijpen, omdat ik hem simpelweg niet ervaar, gelukkig! Natuurlijk maak ik me weleens zorgen, maar er is iets in mij dat zo gauw het licht wordt het lichtje in mijzelf ook aansteekt. Ik ga over in oplos-modus.

Laatst had in een gesprek met mijn vriendin, iemand voor wie elke dag een strijd is, waarvoor opstaan een uitdaging is. Een leven in het duister, zorgen die je leven overnemen. Het is alsof de zon voor hen niet schijnt, altijd is daar een schaduw. Er zijn wel lichtpuntjes, maar dat zijn momentopnames. Zo gauw het lichtje vervaagd, vervaagd ook de herinnering eraan. Is er weer slechts dat duister, dat gevoel dat het leven zinloos is, donker.

Ik zie lichtpuntjes, ook als mijn dag donker is. Morgen is er een nieuwe, voor mij is iedere dag een nieuw begin, voor mij biedt iedere dag een kans op iets moois. Vandaag is een ‘bleh’ dag, een dag met zo’n onbestemd gevoel. Ik probeer me eroverheen te zetten, knutsel wat leuke kerstcadeautjes (lichtpuntjes voor anderen naar ik hoop), luister naar kerstmuziek, lees een beetje, zoek de lichtpuntjes. Daarin zie ik de schoonheid van het leven, in de kleine dingen.

Ik heb geluk, ik ben geboren in een licht gesternte. Ik zie lichtpuntjes, ik hoop van harte dat ik ze over mag brengen op iedereen die ze kan gebruiken!

Fake

Scrollend op Instagram moet ik toch de conclusie trekken dat ik schrik van de vele strakgetrokken, ‘fake’ foto’s en verhalen. Tuurlijk maken we allemaal wel dingen net een tikkeltje mooier (of dikken het een beetje aan), maar hier zijn hele volksstammen actief in het oppoetsen. En dan dacht ik dat ik overdreef net Photoshop vroeger…

Eigenlijk is het één groot reclame platform, alleen niet zozeer voor een merk, maar voor een persoonlijkheid. Ik duik hierop maar eens in mijzelf en vraag mij oprecht af of ik dit ook doe, mij perfect voordoen. Ik neig naar niet, ik durf best mijn mindere kanten te laten zien. Ik durf te schrijven dat ik soms een jaloers kreng ben, maar durf ook oprecht heel enthousiast te zijn.

De hoofdvraag is misschien waarom ik schrijf. Schrijf ik voor mijn ziel of voor mijn ego? Ik denk dat het antwoord hierop tweeledig is, ik schrijf natuurlijk omdat ik dat leuk vind, maar het doet mij ook goed dat mensen mijn verhalen lezen. Dat wil je toch als schrijver? Ik wil heel graag mensen inspireren, ik wil graag laten zien dat het leven mooi is, waardevol. Ik wil mensen laten lachen, soms een traan ontlokken. Ik wil iets achterlaten, woorden die blijven voortleven, die mij overleven. Ik schrijf omdat dat goed is voor mij, ik word blij van schrijven en het laat me nadenken over mezelf. Iets wat nooit kwaad kan.

Ik schrijf om te schrijven en om gelezen te worden. Daarmee dik ik ook af en toe best eens iets aan (hallo, ben en blijf een vrouw), maar ik blijf wel trouw aan mijn gevoel, aan mijzelf. Ik heb een hekel aan ‘fake’, aan onoprechtheid. Ik kijk liever naar echte mensen dan naar ‘reclame’, naar ‘kijk eens hoe goed ik ben’.

Ik blijf gewoon lekker dichtbij mezelf. Ik ben écht, mijn verhalen zijn echt en zelfs als ik reclame maak voor mezelf doe ik dat echt, vol overgave, omdat ik geloof in echt. Echt!

Blote billenparade

Gister een dagje relaxen, lekker naar de sauna. Ik hou van sauna, ik hou van warm, maar iets minder van koud. Het afkoelmoment is voor de meesten een opluchting, voor mij is het een vervelende bijkomstigheid. Ik ben van het type ‘met 85 graden nog koude voeten’ zeg maar. Waar de rest stomend buiten loopt na de opgieting, zit ik alweer bibberend in mijn badjas, klaar voor de volgende (of de open haard met een stukje taart).

De sauna heeft trouwens een bijzonder effect op een lijf als het mijne; aan de ene kant is daar de ontspanning; in het hoofd (rust), maar ook in het lijf (spieren), maar doordat mijn spieren ontspannen krijgen mijn gewrichten meer ruimte en moet ik harder werken de hele boel weer aan te spannen. Ik ben dan ook net de gulden krakeling, mijn knieën zweven langzaam het zout waterbad uit, terwijl mijn schouders de maat aangeven in sublux (bij een sublux gaat het gewricht een stukje uit de kom, op het randje zeg maar).

Het is best lastig, leg maar eens uit waarom een dagje ontspanning de volgende dag evenveel boete oplevert als een dagje pretpark. Ontspannen is inspannen, dat is voor ons een rare werkelijkheid. Altijd moeten wij de weg zoeken tussen gezonde inspanning en overspanning. Leen mijn lijf eens voor een dag en je zult merken dat het topsport levert, altijd. Altijd moeten mijn spieren mijn gewrichten bij elkaar houden. Geen moment is er rust, rust betekent het laten gaan, het laten gaan betekent een sub luxatie. Het is volgens mijn artsen wachten op een luxatie, ik word stijver, maar toch blijven de gewrichten ook extreem soepel. En dan heb ik geluk, veel lotgenoten zijn ‘vaste klant’ bij de eerste hulp, even een schoudertje terug zetten.

Zo zijn mijn hard werkende spieren, ondanks het vele liggen, snel overbelast. Kan een keer teveel mijn been optillen grote gevolgen hebben. Kost zelfs liggen teveel energie. Daar word je toch moe van?

Een paar keer per jaar probeer ik het toch, ontspannen in de warmte, dapper afkoelen in de buitenlucht (voor mij is 23 graden afkoelend genoeg). Een paar keer per jaar dompel ik mij in het zoute water, droom ik weg in de verkwikkende warmte, laat ik mij besprenkelen met berkenthee in de Banja, bewapperen met hete lucht en meng ik mij in de blote billenparade.

Het perfecte plaatje

Geen blog over het televisieprogramma (wat ik echt wel heel erg leuk vind trouwens!), maar deze titel omdat hij voor mij toch wel toepasselijk is. Het is zo dubbel, aan de ene kant durf ik me steeds vaker kwetsbaar op te stellen, ik durf steeds beter de confrontatie met de innerlijke spiegel aan (en heel eerlijk, het bevalt me echt niet altijd wat ik daar zie), maar aan de andere kant is daar de hang naar dat ‘perfecte’ plaatje. Een plaatje dat in geen opzicht eigenlijk perfect is en toch juist voor mij perfect is. Snap je me nog?

Ik ben de belichaming van non-perfectie als er zoiets bestaat. Mijn lijf hangt aan elkaar van beperkingen, eigenlijk is er geen onderdeel dat fatsoenlijk functioneert. Ik heb best een aardig snuutje zegt men, maar mijn gezicht voldoet verre aan de door de maatschappij gestelde perfecte symmetrie. Ik ging ooit met mijn vriendin mee als oefenmodel voor haar opleiding, schoonheidsspecialiste, ik lag op de ‘martelbank’ (oefenen met naalden op van die witte puntjes in je gezicht) en haar lerares kwam kijken. Iedereen werd erbij geroepen, mijn gezicht was opmerkelijk a-symmetrisch; er klopte niets van. Een paar jaar later moest ik door de röntgen vanwege een rare bobbel op mijn borstkas, bleek dat ook mijn ribben aan de linkerkant zich op totaal andere hoogte bevonden als rechts. Kortom, fysieke imperfectie past mij, misschien dat mijn hoofd daarom zoveel denkt te moeten compenseren?

Qua persoonlijkheid ben ik best wel een zemeltje, een miepert, een perfectionistisch stuk vreten. Ik stel hoge eisen aan een ander, maar nog veel hogere eisen aan mezelf. Ik denk dat dit een gevolg is van het fysieke falen, compensatiegedrag. Punt is alleen wel dat ik gewoon niet langer kan voldoen aan de standaard die ik eis, gevolg daarvan, het gevoel te falen. Een neerwaartse spiraal in het opzicht van dat perfecte plaatje. Toch heeft het me er niet onder gekregen, ik heb met zeer veel vallen en nog meer opstaan geleerd dat ik best ok ben, ik doe mijn best een zinvolle bijdrage te leveren aan de maatschappij (wat mij nooit was gelukt als ik fysiek niet beperkt was geweest) en compenseer mijn gebrek aan perfectie in enthousiasme.

Een tweede kant aan het perfecte plaatje is wat in deze samenleving best ingewikkeld is, hoe sta je in het leven tegenover de buitenwereld? Ik lees veel en hoor ook vaak dat mensen de mindere dingen uit hun leven niet durven delen. Ze zijn kwetsbaar, ze willen niet klagen, ze zijn bang voor het commentaar. Ik durf best te delen, ik durf mij prima kwetsbaar op te stellen (vanachter de misschien schijnveiligheid van mijn blog), ik durf best te schrijven over moeilijke momenten en dagen en toch verschuil ook ik mij achter een masker. Mijn maskertje van humor, van zelfspot.

Ik probeer op deze manier om te gaan met de moeilijke momenten, maar verberg mij achter de lach. Als ik mijzelf uitlach hoeft een ander dat niet te doen, dat idee. Zo open als ik lijk, zo gesloten is de werkelijkheid. De wil om te gaan is groot, maar de angst om te falen is er zeker ook.

Het perfecte plaatje is een masker, perfectie bestaat niet, het zijn juist de imperfecties die ons onderscheiden. Het zijn de imperfecties die maken dat we mooi zijn, anders zijn, dat we vechten, doorgaan, leven. Onze imperfecties maken de optelsom voor het perfecte plaatje.

PS, deze foto heb ik ingezonden voor het gelijknamige tv programma, een van de zeven zonden. Luiheid kwam als eerste in mij op, maar die past te perfect 😉

Afgedankt

‘Holle voetstappen klinken in de gang als hij voor de laatste keer richting de deur in de fabriek loopt. De weg lijkt eindeloos, donker, koud. De broodtrommel in de tas, een laatste keer. Een opgeruimd bureau laat hij achter, een laatste teken van zijn aanwezigheid. Een leven inzet laat hij achter, hart voor een zaak dat niet langer een hart heeft voor werknemers. Geld heeft de mens eindelijk verslagen.’

Klinkt als vaag en onbegrijpelijk misschien voor sommige mensen, maar het is voor veel (oudere) werknemers de harde waarheid. Bijna opgegroeid bij een bedrijf, groot geworden, meegegroeid tot het moment daar was dat jouw inzet niet meer loonde. Letterlijk, aan de kant geschoven, waar geen manager nog een gedachte aan je verspilt. Daar zit je dan, aan het eind van een carrière die toch anders liep dan gedacht. Geen afscheid met een gouden horloge, maar een afscheid met een ‘gouden’ handdruk. Een schop onder je kont richting achterdeur erachteraan. Op weg naar huis word je gegrepen door de onmacht. Wat nu?

Een zwart gat in het vooruitzicht. Thuis zitten, het lijkt de werkenden de hemel en is voor de uitkeringsgerechtigde veelal de hel. Niemand denkt na over het gevoel van nutteloosheid dat je overvalt als je overtallig bent geworden, of afvallig, zoals ik mij zo vaak gevoeld heb. Vanmorgen werd ik wakker met dit in mijn koppie. Ik heb het in mijn omgeving zo vaak gezien, werkloosheid, afkeuringen. Het doet iets met iemand. Het maakt onzeker, het slaat de vaste grond onder je voeten weg. We houden te weinig rekening met de mentale gevolgen van het thuis zitten.

De werkenden gaan in de ochtend richting ‘de zaak’, denkend aan wat zij zouden kunnen doen als ze vrij waren. Ik bedacht mij vanmorgen dat ik niet zou weten waar ik de energie vandaan zou moeten halen om de deur uit te gaan. Ik voel me niet eens in staat naar de supermarkt te gaan. Ik word al moe van het bedenken hoe ik dat zou doen. Ik wil best hoor, ik zou echt willen dat ik de energie had, maar de deken van vermoeidheid heeft mij volledig bedekt. Mijn lijf is zelfs onder twee dekens in onze warme woonkamer koud. Mijn hoofd wil best, maar mijn benen weigeren dienst. Een lastige combinatie kan ik je vertellen, al is de kans groot dat je dat heel goed weet als je mijn pagina volgt.

Het kan je maar bezighouden zo’n idee in de ochtend. Mijn hoofd laat deze gedachten niet los voor ik ze daadwerkelijk weggezet heb. Een poging om op papier te krijgen hoe het voelt, afgedankt te zijn…

Facing EDS

Ook ik mag een gezicht zijn in onze campagne. Facing EDS, we geven EDS een gezicht, maar we strijden ook allemaal, dagelijks.

Voor de buitenwereld is deze strijd niet altijd even zichtbaar. Ja, je ziet de rolstoel, de braces, de scootmobiel. Je ziet me soms lopen (of hobbelen), maar meestal met het maskertje van de lach. Je ziet me zelden zonder. Dat is deels omdat ik altijd zoveel mogelijk uit het leven probeer te halen, het leven heeft namelijk zoveel moois te bieden. Maar ook omdat ik het ontzettend moeilijk vind mijn masker te laten vallen.

Ik wil sterk zijn, ik wil positief zijn, ik wil stralen, maar er zijn ook momenten dat ik het liefst mijn hoofd verberg onder de dekens. Het najaar is vechten, tegen mijn lijf en tegen mijn hoofd. Ik wil wel, maar kan niet. Mijn lijf is koud, mijn lijf doet pijn, mijn lijf is vervelend en verre van fijn. Ontstekingen hebben bezit genomen van mijn gewrichten en mijn hoofd loopt mijn lijf voorbij.

Deze foto is genomen op de dag na de fotoshoot in Rotterdam, een dag die voor ons alledrie in het teken stond van overbelasting. Een overbelasting die wij het liefst verbloemen met een lach, maar Boy (onze fotograaf van deze dag) wilde het masker eraf. Het voelt kaal, ongemakkelijk voor mij. Een zeer persoonlijk kijkje in mijn eigen ik. Kwetsbaar, maar sterk in onze kwetsbaarheid.

Facing EDS, we doen het maar mooi, samen!

Onzekerheid

Een puntje dat me mijn hele leven al nekt, een zeer kwetsbaar puntje, maar als we dan toch eerlijk zijn hier, hoort dit er ook bij.

Heeft het te maken met mijn aandoening? Aan de ene kant niet, het is een karaktertrekje waar ik altijd al tegen gevochten heb. Altijd te streng voor mezelf, te hard, te hoge verwachtingen. Zonder reden overigens, ik bedoel, mijn ouders hebben me altijd gestimuleerd zonder te pushen, ik heb echt wel complimenten gehad als opgroeiend kind en hoe vaak ik het ook verkloot heb, ik heb altijd een liefdevol vangnet om mij heen gehad. Ik heb kunnen vallen en leren opstaan. Ik ben een doorzetter die draait op wilskracht, daarover ben ik ook niet onzeker. Het zit meer in de ‘doe ik wel genoeg’ en ‘ had het niet beter gekund’?

In dat opzicht heeft mijn aandoening niet bijgedragen; aan de ene kant weet ik dat ik doe wat ik kan, roei ik met de riemen die ik heb, maar aan de andere kant rijst altijd die vraag of ik wel de juiste keuzes maak. Dat zijn het keuzes, als ik A kies, dan is B van de baan, beide gaat gewoon niet. Ik heb te weinig fysieke mogelijkheden en te weinig energie en hoewel dat maakt dat ik best bewust kies en geniet van de kleine dingen, maakt dat ook dat ik twijfel aan deze keuzes. Omdat ik het eigenlijk gewoon allemaal wil doen, ik wil niemand teleurstellen. Ik wil dingen doen met mijn gezin, ik wil op stap met vriendinnen, ik wil mij optimaal inzetten voor mijn aandoening en ik moet hiertussen mijn weg zien te vinden met een lijf dat eigenlijk niets van dit alles ziet zitten.

Het maakt mij nog onzekerder dan ik al was, het maakt dat ik twijfel aan alles. Het zal de tijd van het jaar wel weer zijn, waar ik in de zomer uitkijk naar toertochten per scootmobiel leg ik mij nu piekerend en peinzend neer bij Netflix. Het helpt helemaal niemand hoor, deze onrust, allerminst mijzelf. Ik moet het loslaten, ik moet leren kiezen zonder schuldgevoel. Ik moet leren inzien dat ook ik niet meer kan doen dan mijn best. Leren dat ik goed genoeg ben, dat ik echt de volle honderd procent geef (hoor je me mezelf proberen te overtuigen?) en misschien wel het belangrijkst, dat ik er ook liggend in de puinhopen van een EDS lijf gewoon mag zijn.

Ik doe mijn best mijn onzekerheid te overwinnen, alleen dat is soms al een dagtaak…

Kneus-proof keuken

Een jaar geleden begon onze zoektocht naar een kneus-proof keuken. Een kneus-proof benedenverdieping om precies te zijn. Ons huis was niet erg optimaal ingedeeld; de keuken en de kamer werden gescheiden door een muur en een vrij brede gang. Zo stond het op de oorspronkelijke bouwtekening en ik wist dus niet beter. We hadden een woonkeuken, maar erg handig was deze inmiddels niet meer.

Er was geen ruimte voor de rolstoel in huis en zelfs met een trippelstoel kon ik niet tussen de muur en de tafel door. Koken werd een steeds groter probleem, ik kon niet goed staan, maar ook zittend koken was geen optie doordat ik niet scheef kan zitten. Er werd dus eigenlijk gewoon niet gekookt, of niet veel. Vooral makkelijke hap, snel klaar, het koken kostte me te veel energie en te veel pijn. November vorig jaar kwam manlief met het idee de muren uit onze benedenverdieping te slopen. Ik zag het niet zo voor me (en daarmee ook niet zo zitten). Ik voorzag vooral chaos en zooi en geldproblemen, want chronisch ziek zijn is al duur genoeg zonder verbouwing.

Manlief zag echter grote mogelijkheden, een ruim, rolstoel/trippelstoel toegankelijk huis en een onderrijdbaar aanrecht, ik zou weer zelf kunnen koken. Het werd het begin van een zoektocht naar mogelijkheden. In eerste instantie ging ons plan uit van een kookeiland, zonder kastjes onder het kook/spoelgedeelte. Met een hoog/laag trippelstoel moest dit te doen zijn. Ik schakelde de WMO in, want misschien konden zij ons helpen? Een gesprek volgde, een doorverwijzing naar de MO-zaak om te kijken wat ik nodig had en of ik nog wel goed genoeg was om zelf te kunnen koken. Spannend, maar gelukkig kregen we een positief advies.

We moesten rekening houden met een aantal dingen; een koelkast en vaatwasser op hoogte, korfladen in plaats van kasten en een onderrijdbaar spoel/kookdeel. Een werkblad dat hittebestendig is, zodat pannen niet opgetild hoeven worden, maar kunnen schuiven. Omdat zoonlief ook problemen heeft met zijn lijf kregen we het advies voor een elektrisch hoog/laag deel. Er werden offertes aangevraagd en daarna was het bedrag bekend waarvoor we aan de gang konden. Het oorspronkelijke plan was in de zomervakantie te starten, maar dit liep ietwat uit door levertijden en zo konden wij uiteindelijk in september aan de gang.

In drie weken tijd moest het grootste deel klaar, manlief heeft op de vloer na, alles zelf gedaan. Het moest een mooie, strakke keuken worden. Voldoend aan de gestelde eisen, voor een zo laag mogelijk budget. En het moest er niet te kneuzerig uitzien. We vonden een mooi compromis door het gespecialiseerde hoog/laag deel te combineren met een Ikea keuken. Hierin werden we goed bijgestaan door MCS Keuken & Comfort, die ons hoog/laag deel heeft geleverd. Ik denk dat hierbij het bewijs geleverd is dat je voor een mooie, handige, kneus-proof keuken prima kunt werken met Ikea!

Inmiddels is alles af, hebben we licht in huis, kan ik overal met mijn trippelstoel bij en kook ik gewoon weer zelf. Ik ben echt dolblij met ons ‘nieuwe’ huis, mijn bed staat minder in de weg en ik heb eindelijk het gevoel dat ik er gewoon weer bij hoor, een onbeschrijfelijk gevoel! Ik ben zo dankbaar, naar manlief, mijn ouders, de WMO, MCS keukens voor het meedenken (zo fijn!), onze hulpploeg, de vloerleggers en frezers, en wie ik verder nog vergeet. Dankbaar met een hoofdletter D!