EDS
‘papa’razzi
Langzaam krabbel ik weer op, een dag snauwen en mauwen is soms nodig blijkbaar, ook voor mij. Maar ik ben er weer! Ga niet zeggen als herboren, want mijn ruggetje blijft in klier modus, maar goed, maandag mag ik door de scan en dan komt er wat duidelijkheid, hoop ik. Sommige momenten lijkt mijn wervel zo instabiel dat hij scheef schiet of zo met een daarbij horende gekmakende pijn in mijn benen. Andere momenten gaat het wel redelijk. De morfine is in ieder geval weer een stapje omlaag, ik werd gek van de mist in mijn hoofd, dan maar liever iets meer pijn. Het blijft kiezen tussen twee kwaden.
Anyways, de kneus is terug op aarde, dat moet gevierd! Hoe zullen we dat eens gaan doen? Geintje, maar het is wel fijn dat ik niet in de depri-modus blijf hangen, blij dat ik dat gen niet lijk te hebben! Vandaag besloot ik een stap te wagen, ze zochten bij een zeker damesblad naar modellen met iets extra’s. Dat iets extra’s heb ik zeker, ik bezit twee prachtige rolstoelen en een hele zooi accessoires om mij ‘staande’ te houden. De hele ik-speel-model ervaring bij het andere damesblad smaakte naar meer, dus ik besloot de stoute schoentjes (laarzen in mijn geval, hele mooie!) aan te trekken en me in te schrijven. Nee heb ik en wie weet mag ik ‘nog een keer’ (om maar bij mijn Teletubbie ervaringen te blijven), wie niet waagt, etc.
Enige struikelpunt was dat er een foto bij de inschrijving moest, best logisch op zich, want ik mag dan misschien wel mooi lullen op papier, dat zegt natuurlijk niks over mijn fotogeniekerigheid. Ik heb nog geen p.a. ingehuurd voor mijn uiterlijk (kom nèt even wat geld tekort daarvoor), dus moest ik het zelf gaan doen. Ik begon met het inhuren van zoonlief als ‘stylist van de kneuzen’, helaas bleek hij geen Fred in de dop en ook geen Leco. Zijn handvaardigheid met de krultang was even goed als de mijne en dus had ik na een half uur prutsen, twee bijna brandblaren en één halve krul. Moet zeggen het was wel één mooie krul, maar ja, dat was niet helemaal waar we voor gingen.
Ok, dat haar komt later wel, dan maar eerst in de make up. Ik heb vorige week heel goed opgelet, daarbij was mij opgedragen mijn blauwe oogpotlood zo snel mogelijk uit het raam te flikkeren (duur ding, net gekocht, auwie!), dus die ging ik maar niet gebruiken. Ik ben heel erg handig met make up, daarom gebruik ik het ook zo vaak… Ik begon vol goede moed met de blauwe kringen, helaas heeft brakdag wat sporen achter gelaten, dus camoufleren (en nee heren, niet met de groen, zwarte milllitaire variant, alhoewel ook best leuk met van die stokjes in mijn haar, mmm onthouden). Ik doe blijkbaar iets verkeerd want mooi egaal wordt het net niet zeg maar. Poederen dan maar, laatst poeder gekocht, thuis op de bon kijkend schrok ik me wild, eigen schuld moet je je niet alles aan laten praten muts… De ‘gouden’ poeder dan maar eens gebruiken, er komt in ieder geval een zomers tintje tevoorschijn (en nee, niet mijn oren en nek vergeten).
Over naar deel twee, eyeliner, ik vind het prachtig, maar mijn bibberhandjes vinden het knap lastig! Daarbij kan ik me niet opmaken met m’n bril op (geeft zoveel strepen op de glazen) en zie ik als bijziende kip toch beduidend minder zonder. Ik prikte slechts één keer in mijn oog en kreeg een redelijk rechte lijn. Jammer is dan wel dat ik een aantal zwarte vlekken heb gecreëerd op mijn vingers, die ik weer verplaats naar mijn gezicht. Gelukkig hebben we daar doekjes voor! Nog een beetje oogschaduw, lippenstift en klaar is Klara, eh Tien! Ik kan er best mee door zo.
Zelf foto’s maken van mezelf (selfies dus) , lukt best van mijn snoet, maar niet van mijn geheel, dus ik had de ‘papa’razzi ingeschakeld, oftewel paps gebeld of hij een foto wilde maken. Paps is gespecialiseerd in beestjes en insecten, ach, zie mij maar als een bovenmaatse vlinder dan, bij de struiken in de tuin. Fel zonlicht, zo mooi voor je huid hihi, niet dus. Wachten op een wolk dan maar, heb je een wolk nodig, komt ie niet! Zwetend onder de laag poeder (en nog een glimworm lijken, daarom liepen ze constant met een poederkwast te zwaaien), heen en weer draaiend met de rolstoel (mijn ‘extra’s’ moet natuurlijk wel op de foto) op zoek naar mooi licht. Het leven van de ‘papa’razzi is niet zo makkelijk als het lijkt. Op de een of andere manier gingen de poses vorige week toch net iets beter, kon de goede hoek niet helemaal vinden.
Ach, uiteindelijk hebben we er een aantal gemaakt die best ok zijn denk ik. De inzending is de deur uit, wie weet wordt het wel wat, of niet, dan doen we het gewoon geheel naar mijn aard ‘nog een keer’. We hebben weer een dag gevuld en ik had weer iets te schrijven, weer een dagje uit de wereld van deze kneus!
totale brakdag
Ik hou niet van klagen, sterker nog, ik haat gezeur, maar ik heb van die dagen…
Tuurlijk heb ik het gedeeltelijk aan mezelf te danken, ik heb teveel belast, overbelast heet dat zo mooi. Flink overbelast, ook nog, maar ik kan er toch ook niks aan doen dat de leuke dingen toevallig allemaal plaatsvinden binnen twee weken? En daarbij dat de niet-leuke-maar-niet-te-missen dingen ook nog eens plaatsvonden in de zes weken ervoor?
Soms kan ik daar best wat opstandig van worden. Alsof ik erom gevraagd heb opgezadeld te worden met zo’n pestlijf, waarna ik mezelf weer op mijn flikker geef, want het kan echt veel erger. Maar ja, het kan ook veel beter… En probeer dan de weg maar eens te vinden, een soort van jaloezie naar het alles maar kunnen van mensen, gewoon omdat het kan, nee, omdat het verdorie weer eens níet kan, wéér niet.
Ik probeer wat te knutselen, maar ik kan mijn hoofd gewoon niet op orde houden. Ik heb de morfine weer eens verhoogd en dat gaat niet goed in mijn koppie, de sufheid overheerst alles, het is een soort van dichte mist die niet te verjagen is. Het liefst kruip ik onder een deken met mijn ogen dicht, zonder beeld en geluid. Gewoon even BD (Buiten Dienst), gewoon even niet, niet denken. Maar ik kan niet niet denken, de radartjes draaien door, altijd, eeuwig, vermoeiend. De pieper van de pers dreint keihard door mijn zere hoofd, maar ik ga door.
Of ik nu lig of zit, het maakt zo weinig verschil, de pijn dendert uiteindelijk ook gewoon door. De zenuwen branden, mijn benen zitten in een bankschroef die steeds harder aangedraaid lijkt te worden. Het liefst draai ik ze eraf, ik ben er even klaar mee. Dit is dus zo’n dag, totale brakdag, het weer werkt ook niet mee, de kou zit in mijn botten, onder mijn huid, mijn reptielenlijf heeft kippenvel (een bijzondere combinatie) en mijn botten volgens mij ook. Een bad zou een goed idee zijn zij het niet dat ik dan naar boven moet en ik word al moe bij het idee. Dus lig ik maar, met luciferhoutjes geklemd tussen mijn oogleden, proberend mij ‘staande’ te houden of liggend, ook goed.
Het zou zo fijn zijn als ik mezelf nog ergens ontdekte in deze totale schemering…
* Sorry mensen, ik twijfelde of ik dit moest schrijven, of ik dit moest plaatsen, maar juist déze dagen zijn het zwaarst, die moet je door, hier komt het vechten om de hoek, het vechten tegen jezelf vooral en juíst deze dagen heb je houvast nodig, dus ik plaats hem toch. Niet om te klagen, absoluut niet, want zoals ik schreef daar heb ik een bloedhekel aan, maar om te erkennen dat ik ze heb en te laten zien dat ze weer voorbij gaan…*
‘back on earth’, een filosofische terugblik
over kneuzen en damesbladen
Even een tijdje terug in de tijd, toen mijn boekje uitkwam heb ik mij aangemeld bij de Facebook pagina’s van een hele zooi damesbladen, ik moest reclame maken. Alles en iedereen aangeschreven om ‘in the picture’ te komen. Op mijn tijdlijn verschijnen sindsdien regelmatig oproepen van een of ander.
Zo verscheen er een maand of twee terug een oproep voor de gezondheidsrubriek van de Margriet. Ik heb me aangemeld, ik ben dan wel een kneus, maar verder best gezond en ik moet er best wat voor doen (nou, vooral laten eigenlijk) om mijn maatje 38 te behouden. Ook mijn darmpjes vergen enig onderhoud qua gezond eten en ik doe dan misschien niet aan hardcore fitness, maar oefen dagelijks de spieren die ik kan. Ik vond mijzelf dus best een geschikte kandidaat.
Dat vond de Margriet ook, ik kreeg een mailtje dat ik vandaag verwacht werd in de fotostudio in Heemskerk voor een heuse fotoshoot! Cool! Ik ga het van de andere kant van de camera meemaken! Ik heb best wat shoots zelf gedaan, met Mandy (inmiddels bijna zelf een ster met haar geweldige visagie en hairstyling werk!), toen riep ik de ‘orders’, best spannend om me nu over te geven aan een ander. Ik heb manlief opdracht gegeven ‘achter de schermen’ te fotograferen, maar dat moet allemaal nog even geheim blijven.
Vanmiddag togen wij dus naar Zuid Holland (of Noord, kan ook), een hotel geboekt in Noordwijkerhout, kon ik eerst even liggen alvorens op de foto te gaan. Daarna richting studio, een gaaf, oud pand, mijn stijl, ook qua mensen trouwens. Leuk stel, visagiste, styliste, fotografe (met echt prachtig werk!), ik inmiddels ietwat geïntimideerd; zij schiet beroemde mensen en nu mij ook, hoe gaaf is dat? Even wachten en toen was ik aan de beurt, haar in de krul, laag make-up op de smoel, wow, metamorfose, geen idee dat mijn eigen ikke er zo uit kon zien?! Leek wel een filmster! Ik moet me toch een eigen p.a. gaan inhuren, die dit met mijn gezicht en haar kan doen hoor. En een gave laarzen kreeg ik aan, die wil ik ook (mmmm heb net nieuwe, ook heule mooie hoor, maar deze waren echt tof, hou ze in mijn achterhoofd, je weet maar nooit).
En toen de shoot, mooie daglichtstudio, in de rolstoel. Ik vond het leuk, voelde me op mijn gemak bij Iris (de fotografe), voelde me even niet ‘ziek’, voelde me speciaal en mooi! Ze waren zo enthousiast, ze hebben me een super middag gegeven. Wederom ben ik een dankbaar mens, ik ben onwijs benieuwd naar de foto’s, als ze zo mooi zijn als op het schermpje leek moet dat goed komen.
En toen als een filmster terug naar het hotel, zo maar even een hapje eten. Ergens naar de boulevard zit er niet meer in, mijn temperatuur is tot een paar graden teveel gestegen, lekker hier in het hotel dan maar.
Het was een top dag!

alive and… lying down
The day after… De avond is als een waas voorbij gegaan, ik was bloednerveus. Gelukkig konden de dames van de bibliotheek me enigszins met gebaren in toom houden 😉. En had ik ‘Cloud’ aan mijn zijde zitten, de rust zelve, een heerlijke uitstraling heeft die man!
Ik ‘mocht’ starten, met een stukje uit mijn wereld, de wereld van een kneus dus. Speciaal daarvoor schreef ik het volgende, wat eigenlijk goed weergeeft hoe ik tegen die naam aankijk.
wat is een kneus
een loser misschien?
een onbenul, oetlul
iets anders van dien
wat is een kneus
mentaal of fysiek
ben mentaal best in orde
maar mijn lijf is wat ziek
wat is een kneus
ach, het is slechts een leus
neem het met een knipoog
en niet té serieus
De kneus, mijn geuzentitel, verdiend, vind ik zelf. En waarom altijd zo serieus, tuurlijk is mijn fysieke toestand niet ideaal en tuurlijk heb ik daar frustraties over, maar ik probeer dat niet de boventoon te laten voeren. Ik leef mijn leven, mét mijn beperkingen, maar probeer er wel wat van te maken. Ik hou dromen (ooit bij Humberto aan tafel), schrijf lekker door en misschien mag ik nog wel een keertje optreden met deze combinatie (er gaan geruchten in de wandelgangen en ik sta er zeker voor open!).
Na mijn blok gingen we verder met een blok van Rien, van Humphrey en van Jasper, bijgestaan door Cloud met de djembé. Een blok van 4, gevolgd door nog een blok van 4, waarin ik als derde nog een stukkie mocht doen. Een emotioneel iets lastiger stuk, over tijd, over verlies van tijd (dementie), de onrustige tijden (MH17 en aanslagen), over realiteit. Na mij een aansluitend gastoptreden, gevolgd door de pauze. Daar steeg de hartslag weer, want ik zou ‘live’ op de radio komen bij ‘De Staat van Stasse’ op radio 2, spannend!
Ee volgden nog 2 blokken van 3 (zien jullie de vorm? Het was een Sonnet), waarin ik, inmiddels wiebelend, onrustig van de pijn in mijn benen, mezelf overeind probeerde te houden. Mijn laatste blok vertelde over de zomer, iets lichter qua onderwerp, niet alles zo serieus.
Mijn blokken begon ik met een zogenaamde haiku (Japanse dichtvorm), de laatste eindigde ermee. Iets om over na te denken, althans dat was de bedoeling. Een passende in zowel mijn situatie als die van mijn oud-teamgenoot (en nu dicht-genoot). Dezelfde haiku was ook op de radio.
Het was mooi, het was spannend, het was adrenaline en nu is het klaar. Het is boete dag, het is rust modus. Ik heb twee dagen om me gedeist te houden voor de achtbaan verder dendert. Zaterdag naar Heemstede voor een fotoshoot bij weekblad Magriet. Ook spannend, leuk, compleet met visagie, hairstyling, de andere kant van de camera eens bekijken. Kan m’n zenuwen nu twee dagen opbergen 😉.
Ik eindig dit stukje met de laatste haiku van gisteravond, passend denk ik…
wie ooit was die is
niet langer wie hij ooit was
slechts hoe hij nú is
gewoon omdat het kan
Vanmorgen met manlief in de oh zo geliefde rolstoelbus (ik heb het geluk een bijzonder lieve sponsor gevonden te hebben) gestapt, eventjes met de elro naar de Action, naar de Hema, naar de Ici Paris, gewoon omdat het kon. Wat een heerlijkheid, wat voelde ik me vrij, zelfstandig, ‘cruisend’ door de gangpaden. Niet afhankelijk van degene die achter mij liep, zelf bepalend welke paden ik nu eens rustig wilde bekijken. Het maakt je weer een volledig mens, een onafhankelijke vrouw, mezelf!
De zin ‘gewoon omdat het kan’ kan een aanvulling zijn op wat je wilt zeggen, maar ook een frustratiepuntje… De Toppers, vanavond moest ik afzeggen, gewoon omdat het weer eens niet kon. Met de nadruk op wéér eens. Het zoveelste concert waar we vanwege mijn kneuzerigheid niet heen kunnen (net als zoveel afgezegde vakanties en weekendtripjes), mijn lijf is en blijft ontzettend onvoorspelbaar. Dit keer gooit de rug weer eens roet in mijn gezicht. Er zit een zenuw bekneld die mijn benen (en mijzelf) behoorlijk op de zenuwen werkt. Ik kan niet zitten zonder heen en weer te bewegen, krijg er sterker nog het heen en weer van!
Weer de morfine verhoogd (de medicijnen tegen zenuwpijn zitten al op het maximum), dus afkickplannen maar in de vriezer gemikt, bij de magnums (ik weet wel welke er eerst weer uitkomt). Het blijft heen en weer, hernia heen, hernia weer. Dat vrees ik, ik hoop het niet (en weer leef ik tussen die hoop en die vrees). Ik heb er al vier achter (eh in) de rug. Nu kliert het op een hoger niveau, letterlijk. We schuiven steeds een werveltje hoger op de ladder, jammer dat hier dan geen salaris aan verbonden zit.
Bij de huisarts was het net een multiple choice antwoordenlijst, u heeft A) een nieuwe hernia op l3-l4 of B) (dit was mijn inbreng) ontstekingen in de rug door, jawel, daar is ie weer, overbelasting. Belast heb ik, overbelast, eh ja schuldig, koorts – check, warmte – check, dus het is een plausibele verklaring. Eentje die ik hoop dat het is. We hebben het gecheckt; ieder jaar (over de afgelopen 5 jaar) checkte ik rond deze periode in bij de dok vanwege meerdere ontstekingen, blijkbaar kan mijn lijf niet goed overweg met de overgang van de winter naar de warmere temperaturen (ikzelf ben er dol op!). We hebben dus weer een stootkuur Prednison te pakken. En oh wat hoop ik dat dit helpt, want van het alternatief wordt Tien niet blij. Wéér de molen, wéér beslissen hoe nu verder, zeker nu veel bewegen er gezien de rolstoel enzo niet meer inzit (en zo is de circel ooit de verkeerde kant uit gaan rollen, tegendraads, wat verwacht je anders…). Meer liggen is geen optie, meer bewegen ook niet, dus tja, dilemma.
Maar, we blijven optimistisch, het zijn gewoon ontstekingen, de Pre(t)nison gaat zijn werk doen en ik hou me tot woensdag gedeist, want woensdag is mijn grote dag, mijn ‘debuut’ op het podium! Woensdag gaat deze poëet live, het verhaal krijgt vorm, ik heb er best zin in, het wordt gaaf! Een mengeling van blog en gedichten, beeld en geluid (oops ik moet nog met beeld aan de gang!), een tikje wereldwijsheid en een snufje ervaring, een beetje eigenwijs en een groot deel mezelf. Het is spannend, je geeft jezelf bloot (en nee, niet letterlijk), een stukje van mijn ziel, schrijven is anders dan vertellen en in mijn hoofd weet ik hoe het moet gaan klinken, nu nog hardop.
Maar ik ga het doen, weet je waarom?
Omdat het kan :-p.
over bloemen en tranen
Pieken en dalen, geluk en verdriet, ze liggen soms dicht bij elkaar. De afgelopen weken gold dat zeer zeker. Alweer drie weken geleden week gingen manlief en ik kijken voor een rolstoelbus. Ik ben een zeer gelukkig mens, laten we het daar op houden, de bus kwam in zicht en we moesten gaan uitzoeken wat nu wel en niet geschikt was voor deze kneus en aanhang. Op naar Uden, met de kneuzentaxi voor een dagje warenonderzoek. Er stonden een aantal bussen op onze lijst; allereerst de Opel Vivaro, mooie bus, maar een beetje breed voor deze tante (ik heb wat moeite met inschatting hoe breed ik ben soms en deze is echt groot), de Renault Traffic is van dezelfde familie en viel ook af voor ons. Een mooie Transporter, maar met verkeerde rijplaat en toen zag ik hem, het was echt liefde op het eerste gezicht…
In mijn blikveld verscheen een mooie, grijze, stoere Mercedes Vito mét een zogenaamde bull-bar, luxe interieur (alles erop en eraan), stoelverwarming (daar is mijn rug fan van), ik was al verkocht! Maar ik had nog geen geld, we gingen slechts ‘even kijken’. Ik heb zo’n smoelwerk waarbij je echt op een kilometer afstand kunt zien wat ik ergens van vindt, was behoorlijk enthousiast en onze verkoper voelde natuurlijk al aan zijn klompen aan welke kant dit op ging. Ik heb me ingehouden, geen gekke dingen gedaan (zoals contracten tekenen), heb hem wel voorzichtig op het hart gedrukt deze bus vooral niet te veel aan te prijzen bij anderen en ben samen met manlief in de taxi terug naar huis gestapt, alwaar ik voor het gras de kans kreeg hard te groeien een aantal mailtjes heb verstuurd (ik had wat hulp nodig, aangezien ik nog zo’n 475 boekjes heb liggen, you do the math…).
Dat was maandag… Dinsdag gebeurde er niets en woensdag kwam het bericht dat mijn lieve Oma (exact op de dag af even oud als die van haar) niet meer onder ons was. Van extase over een mogelijke blik op vrijheid naar verdriet en misschien ook wel een klein beetje blijheid over een nieuwe vrijheid voor Oma (niets meer kunnen was niet haar stijl en wel haar werkelijkheid helaas). Dit was de tweede Oma waarvan we afscheid moesten nemen in zes weken tijd, best heftig. De emoties schommelden deze weken enorm; op de ene dag probeer je iets op papier te krijgen wat Oma-waardig is, probeer je dat net zo vaak te lezen tot je het zonder al teveel stotteren en tranen je strot uit kunt krijgen (en ja, van en bij anderen mogen die emoties, maar voor mijzelf leg ik die lat vrij hoog, dus geen gejank als ik praat) en aan de andere kant de onderhandelingen naar een stukje vrijheid en zelfstandigheid. Een ontzettend dubbel gevoel, een overvloed aan verschillende emoties (en daar kan ik zó goed mee omgaan, eh niet dus).
Overleg met neefje en nichtje en overleg met mijn, laten we het even ‘weldoeners’ noemen voor het gemak (een aantal bijzondere mensen heeft besloten mij te willen helpen met mijn vrijheid). Overleg met de garage én de crematie. We hadden vooraf enige ‘discussie’ over de keuze van ons lied (wij kleinkinderen mochten een lied uitkiezen voor na wat wij gingen vertellen). Onze keuze viel op ‘treur niet’; een toch wel hedendaags nummer met een pittige rap qua tekst op een uitvaart van een 89-jarige. We waren aan het dimdammen of dit nu wel of niet kon, zagen de opgetrokken wenkbrauwen al voor ons, waarom we dan eigenlijk wel weer moesten lachen. Onze Oma ging met de tijd mee en wij vonden dit toch mooi, achteraf paste het zo goed na onze teksten, het was zo’n mooi geheel, we hebben de juiste keus gemaakt. Weer een fase afgesloten, we hebben het stokje nu echt overgenomen, maar zoals in de hele uitvaart naar voren kwam én zoals mijn Oma het altijd zei (je mag me best missen, maar hoeft niet te grienen), de familieboom groeit door en treur niet, het leven gaat door en dat is maar goed ook.
Drie dagen later was ik jarig en juist op deze dag kwam het verlossende bericht, de bus is voor mij! Ik heb een voorzichtig rondedansje gedaan door de woonkamer en realiseer mij hoe onwijs gelukkig ik mag zijn met zoveel lieve mensen om mij heen! Mensen die mij gesteund hebben, gesponsord hebben, mijn boekje hebben gekocht of mijn kaarten, alle beetjes helpen en daardoor is een van mijn dromen binnenkort werkelijkheid, nog een paar dagen en dan kan ik er weer op uit, een stukje vrijheid terug, zelfstandigheid in zicht, ik ben best goed met woorden, maar dit gevoel is werkelijk te groot om te beschrijven. Hou het er maar op dat ik meer dan blij ben en dat de grijns even moeilijk van mijn smoeltje te krijgen is.
Iedereen die op welke manier dan ook bijgedragen heeft, dank je wel, uit de grond van mijn hart, ik zal een passend eerbetoon aan jullie op mijn bus maken 😉. De verkoop van boekjes en kaarten en alles van x-Tien gaat door, de bus is nog een stukje van de ‘bank’ en er blijven natuurlijk onkosten, dus daar blijf ik mij voor inzetten, maar mán, wat ben ik dankbaar!
PS
Alsof dit alles nog niet genoeg is ‘werk’ ik ook nog mee aan een heuse poëzie avond. Volgende week is het zover, samen met Jasper en twee ‘rotsen in de poëzie branding’ Rien van den Heuvel en Humphrey Ottenhof ‘sta’ ik in Filmhuis ‘Bij Bert’ en ga ik trachten een enigszins begrijpelijk verhaal verbonden met gedichten (of andersom) te vertolken. Dus wil je mij zien én horen stotteren (😉) kom gezellig aan op 18 mei in ‘De Ogtent’ in Duiven, we starten om 20.00 uur, een heuse real life show!
voorjaarsschoonmaak
Zo gauw de zomer in aantocht is schijnen vrouwen de voorjaarsschoonmaak in de kop te krijgen. Ik zeg schijnen, want ik mis die genen, tenminste tot van de week miste ik ze (eh ook weer niet, want in mijn ogen wint buiten in de zon vertoeven het toch echt van binnen poetsen, normaal tenminste). Ik had een soort van kortsluiting in mijn hoofd of zo, ik kreeg namelijk poetswoede. Het begon zo, ik mocht een aantal eendjes uitzoeken uit de verzameling van Oma (mijn Oma kreeg van iedereen in de familie als ze op vakantie geweest waren een eendje (geen echte uiteraard)), ze had er een hele zooi. Ik koos een aantal eendjes uit (voelde mij even weer een klein meisje op zoek naar schatten bij Oma in de kelder) en nam ze mee naar huis.
Eenmaal thuis ging ik op zoek naar een passend plekje in de kast; daarvoor moest ik ruimte maken. Daar begon de ‘ellende’, om ruimte te maken in de kast moest ik dingen eerst stallen op tafel, waar mijn blik viel op de puinhoop op het dressoir en voor ik het goed en wel in de gaten had was ik dus beland in een vlaag van ongecontroleerde poetswoede. Alles moest eraan geloven. Zoonlief kwam bezorgd kijken wat er met me aan de hand was en ook manlief wist niet wat hem overkwam toen hij thuiskwam. Het grote voordeel van dit gebeuren was dat er ruimte ontstond, het nadeel is dat mijn lijf dit dus echt niet meer aankan.
De dag erna voelde het alsof ik een ‘close encounter’ had gehad met een bus; vooral mijn heupen en bekken bleken niet bestand tegen het ongeremde poetsgeweld. Nu 3 dagen later is het nog steeds ‘after poets hel’; mijn tenen doen het redelijk, maar de rest is nog erger van het padje dan normaal. Weg vorderingen met het afkicken, hier is echt maar één remedie tegen, meer morfine en op de plaats af. Gelukkig is het prachtig weer en hebben we een fijne loungebank. En een zonnebril om de wallen onder mijn ogen te verbergen, pijn en slapen zijn aartsvijanden geloof ik. Ik trek me terug, doe maar even niets en laat het allemaal over me heen komen. En prent me in mijn hoofd dat schoonmaken en mijn lijf echt niet samengaan, de poetshulp moet er komen. En al wist ik dat best, en deed ik het weinig, het is weer een feit met m’n neus, eh m’n neus op een feit en ik heb al genoeg klappen op mijn neus gehad van die feiten.
Chronisch kneuzerig zijn in de zomer kan bij tijden best aangenaam zijn, maar verbrand je neus maar niet te vaak, geen goede boost voor je ego en de pijn is het niet waard. Ik pak nog maar een pilletje, afkicken komt later wel, als mijn neus en ego weer geheeld zijn. Kneus zijn sucks!
de kneuzenkaart
Het is een hot item, in meerdere opzichten: de GPK, Gehandicapten Parkeer Kaart. Hij lijkt zo vreselijk handig (en is het ook), maar er zitten ook wat lastige pijnpuntjes aan.
Allereerst, de aanvraag, het lijkt zo simpel, een berichtje aan de gemeente en klaar is Kees, of Tien. Maar zo werkt dat niet helemaal, ten eerste moet je over een enorme mentale drempel heen (ik in ieder geval wel). Het woord ‘gehandicapten’ doet dat; wanneer ben je gehandicapt? In mijn kop ben ik dat als serieuze ‘kneus’ nog steeds niet. Ik ben beperkt, zeker, flink ook, maar gehandicapt? Nee hoor, dat komt niet in mijn vocabulaire voor. In de regels voor de bewuste kaart staat dat je niet meer dan 100 meter mag kunnen lopen. Ik zie zat mensen met zo’n kaart die de hele Makro door kunnen sjouwen (zonder hulpmiddel) of rustig kunnen shoppen in de stad op hun kittige hakjes.
Dat brengt ons op drempel nummer twee; onbegrip en ongeloof, de ‘oordelende menigte’. Toen ik uiteindelijk mijn kaart had (ik zat inmiddels in de rolstoel, dus ik had automatisch recht op de kaart), haalde ik nog wel eens zelf mijn medicijnen op bij de apotheek. Dat is ongeveer een meter of, nou maximaal twintig, lopen en dat red ik nog wel. Ik legde mijn GPK voor de autoruit en voelde de blikken in mijn rug prikken. Hoezo heeft die een kaart? Die kan toch best zelf lopen? Of het nu echt zo is of dat ik het me met dat eigen eeuwige schuldgevoel aanpraatte weet ik niet, maar ik voel ze nog steeds als ik ergens zonder mijn rolstoel parkeer en uitstap. Sterker nog, de mensen draaien zich pas om als mijn rolstoel uit ons 107-tje tevoorschijn komt.
En ik ben zeker niet Roomser dan de Paus, ik denk het ook wel eens. Als ik iemand op hakken de hele stad door zie sjouwen, dan kun je toch best verder lopen? Terwijl ik me ook realiseer dat je zo’n kaart krijgt om energie te sparen, dat je juist door de kaart te gebruiken nog wel je boodschappen zelf kunt doen. Een conflictsituatie, ik wil niet oordelen, maar ook mijn koppie werkt soms onafhankelijk van wat ik zou willen denken. Gelukkig denk ik tegenwoordig erachteraan, Reesink, je weet niet hoe het zit, dus even dimmen.
Dan nog het verkrijgen van de kaart; wie bepaalt of en hoever jij kunt lopen? Ik had dus ‘geluk’, ik kreeg een rolstoel en de kaart erbij cadeau. Sommige lotgenoten van me moeten door een keuring, moeten bewijzen dat ze echt niet kunnen lopen. Wat ik dus ergens wel begrijp, maar wat voor ons ook weer een drempel opwerpt. Het ‘geloof je me niet, het is psychisch’ effect ligt op de loer. Maar goed, ik heb hem en ben er nu blij mee. Extra ruimte om de stoel in- en uit te laden en dichterbij het doel.
Er is nog een twijfelachtig, enigszins vervelend puntje; jaloezie. Niet van de mede kneuzen, maar van de ‘normaal lopende’ variant. Zij lijken soms te vinden dat wij kneuzen bevoordeeld worden (klinkt als bevooroordeeld, maar dat zijn zij dan weer). *Ja, ik kan niet anders zeggen dan dat dat natuurlijk zo is. Het voordeel van niet kunnen lopen is echt enorm! In ruil daarvoor mag je namelijk dichtbij parkeren, ik bedoel, dat wil je toch direct! En je mag in de aparte rij bij de achtbaan (die voor mij met mijn instabielige werveltjes een no-go is), weg van de rest van de groep (want die mag gewoon wachten), maar ach, wat zou ons dat boeien, wij willen toch gewoon snel aan de beurt zijn? Oh nee, dat waren jullie, de angsthazen die denken dat wij jullie rechtmatig verkregen plekje inpikken (sarcasme uit).*
Serieus? Hoe sneu kan een mens zijn toch? Helaas is het de werkelijkheid, sommige mensen lijken soort van jaloers op de ‘voordelen’ van een rolstoel, van het ‘gehandicapt’ zijn. Oh, geen ellenlange rij bij het toilet, krijg je er ook gratis bij! Wel eerst even op zoek naar de sleutel vaak of wachten op zo’n persoon die de andere rij te lang vindt. Wat ook weer lastig zichtbaar is, want ook een darmpatiënt mag op een invalidentoilet en die hebben het, ondanks dat ze gewoon kunnen lopen, nodig.
Het is dus niet zo simpel als het lijkt, de ergernis als er iemand parkeert met een GPK die hem niet direct nodig lijkt te hebben, versus het ongemak dat iemand die op een goede dag redelijk kan lopen voelt als ze parkeert met de eindelijk verkregen en verdiende GPK. Ik probeer niet te oordelen, maar toch als ik een oud klasgenoot, die echt niets aan zijn pootjes mankeert even snel zie parkeren op de ‘rolstoelplek’ erger ik me groen en geel.
Ik ben een kameleon, ik pas me aan aan mijn omgeving en probeer mijn (ver)oordelen te beteugelen. Langzaam verander ik van roze, rood tot weer mijn normale kleur en ik geniet zoveel mogelijk van mijn verdiende voordeel, dat betekent namelijk dat ik buiten ben en voor mij is iedere dag buiten de deur een teken van mijn terug verworven vrijheid en zelfstandigheid en dat is winst!