dwaalspoor

Meestal kan ik het best accepteren, me erbij neerleggen, letterlijk. Meestal, maar soms lukt het gewoon even niet…

Je hebt van die dagen dat je het even anders ziet, beter gezegd het even niet ziet. Op die dagen heeft de mist je hoofd overgenomen, zit het in de kleinste gaten en lijkt het nadenken of een beslissing nemen gewoonweg onmogelijk. Het zijn dagen dat je merkt dat je enthousiasme van de dagen ervoor je heeft ingehaald. Je weet dat het gaat komen, je weet dat je niet zoveel dingen kunt doen zonder uiteindelijk de boete te moeten betalen, maar toch blijft er altijd dat stemmetje in je hoofd, misschien gaat het nu wel goed, misschien kan ik wel net dat beetje meer. Helaas had dat stemmetje het weer mis.

Ik weet het, ik heb teveel gedaan. Ik heb mijn camera teruggevonden en wat ben ik daar blij mee! Niet dat ik hem letterlijk kwijt was, het was meer figuurlijk. Mijn handen en de camera (om nog maar te zwijgen over de rest van mijn lijf) voerden een strijd, mijn lijf won, de camera hing al een tijdje aan de wilgen. Maar het begon weer te kriebelen, met statief en zelfontspanner, assistente en een portie goede zin en creativiteit maakte ik wat zelfportretten. Het enthousiasme keerde terug, van het weekend toog ik met een gezin naar het bos voor een paar familiekiekjes, beetje bewerken, beetje te lang en jawel hoor, daar was hij weer, de overbelasting.

Koorts, pijn, vermoeidheid en die verrekte mist zetten me weer op een dwaalspoor, al is zijspoor misschien een beter woord. Daar gaat mijn planning, in de middag doet mijn hoofd niet meer mee. In de avond trouwens ook niet; gister stond ik verdwaasd naar de kookwekker te staren toen die afging, waarvoor had ik dat ding ook al weer gezet? Zoonlief lachte me uit, ik stond naast de pan met lasagne, maar had echt geen idee. Zo gaan er meer dingen mis op zulke momenten. Ik realiseerde me gisteren dat het plannen van dingen toch echt wel lastig is als je naar één of twee uur beschikbare tijd hebt. Één ding per dag, dat is niks, ik heb gewoon nergens tijd voor!

Gelukkig zijn er in deze tijd van dwaling wel lichtpuntjes (de kerstverlichting mag aan): Soulsisters concept store gaat mijn boekjes (alle 3 mijn boekjes, ook mijn eerder verschenen dichtbundels) verkopen, gewoon om mij te helpen, super toch? En volgende week mag ik als gast naar de Tinekeshow (12 december om 13.30 NPO 5), mijn verhaal doen, aandacht voor de kneuzen en voor EDS!

Deze week dus even rustig aan, ik moet proberen de mist te verdrijven voor ik Tineke op een dwaalspoor zet (én de luisteraars)…

horkerige artsen

Ik las een artikel over een test die artsen zouden moeten ondergaan om de ‘horkerige arts’ van de toekomst alvast te kunnen weigeren op de universiteit. Ze vroegen om ervaringen en ik heb gereageerd…

Ik kan jullie vertellen dat ik (en veel van mijn lotgenoten) te vaak in aanraking zijn gekomen met dit soort artsen. Ik heb EDS, een redelijk onbekende bindweefselaandoening. Al vanaf mijn veertiende kamp ik met allerlei klachten, een eerste in de buurt komende diagnose (HMS; HyperMobiliteitsSyndroom) werd gesteld door een arts in opleiding (een oplettende). Blij met eindelijk een diagnose ging ik richting revalidatiearts, nu wisten we wat het was, nu ging er iets gebeuren, eindelijk werd ik serieus genomen. Dacht ik, hoopte ik…

Niets minder was waar, de beste man was zelf hypermobiel en ondervond daarvan geen klachten (1 op de 10 mensen is hypermobiel, naar schatting lijdt 1 op de 5000 mensen aan EDS). Aangezien hij geen klachten had kon ik die volgens hem ook niet hebben. Ik moest maar iets harder trainen (het spiercorset moet de hypermobiele gewrichten opvangen) en me niet zo aanstellen. Na jaren zoeken (én trainen) had ik eindelijk een diagnose en werd ik wederom binnen tien minuten afgeserveerd.

Ik heb me kapot getraind, letterlijk. Nu kamp ik met slijtage in veel onderdelen van mijn hypermobiele lijf en lig ik het grootste deel van de dag plat en zit ik in een elektrische rolstoel. Ik ben niet de enige, wij EDS-sers worden niet (h)erkend door veel artsen en worden daardoor als aanstellers neergezet. Deze revalidatiearts was niet de enige, maar wel de grootste hork die ik tegen ben gekomen. Ik moet regelmatig in conclaaf met beterwetende artsen, discussies over wel/geen koorts (op een denigrerend toontje ‘nee mevrouw, u heeft geen koorts’, mijn lichaamstemperatuur gedraagt zich niet normaal). Ook voor mijn zoon moet ik constant een gevecht voeren met onwetende en beter-denken-te-wetende artsen.

Er valt veel te verbeteren aan het gedrag en de toon van een aantal artsen. Ik ben het vertrouwen in hulpverleners aardig kwijt geraakt. Gelukkig zijn er ook goede, ik ben dus groot voorstander van zo’n test, bescherm ons patiënten tegen de horken!

Ik dacht ik deel het toch ook even hier…

genoten met een grote ‘G’

Dankzij Ziggo kon ik vandaag ook meegenieten van het concert van Guus Meeuwis. Ik hou ervan, vrolijke muziek, lekker sfeertje, Genieten dus…

Tuurlijk ga ik liever ook naar de Ziggodome, ben ik er liever ‘live’ in het ‘echie’ bij. Nu moet ik mij toch iets inhouden als ik meeblèr (mijn toonvastheid is niet om over naar huis te schrijven en mijn kopstem ook niet (eh, niet alleen de kopstem blijft achter)), anders zijn de buurtjes niet zo blij denk ik. Ik doe ze dat al teveel aan tijdens onze zondagochtendmuzieksessies. Ik zou het liefst meespringen, meezingen, meedansen, meedrinken en uit mijn dak gaan, maar de ervaring leert dat dat niet zo eenvoudig meer is.

Allereerst zit ik met mijn ligkwestie, bedden heb ik nog niet gesignaleerd in een concertzaal. Ten tweede de rolstoel, leuk hoor rolstoelplaatsen, maar het is toch wat apart van de rest, een maximum van twee of drie plaatsen (en de rest staat apart). Ik wil ook gewoon bij de rest, al snap ik echt wel dat dat voor de veiligheid is, leuk is anders. Kijk, doe dan maar lekker in een vak vooraan, voelt toch anders nietwaar? Alles is lastig, niet gewoon reserveren, je bent een apart geval. Dan reden nummer drie, de energie, ook die is er nie, niet meer in elk geval. Bij de heenreis is ie al op, dan moet ik nog er zijn én nog terug.

Oh wat zou ik graag een dagje ‘gewoon’ zijn, alles doen wat andere mensen doen. Een avondje uit, dansen, springen, uit mijn dak gaan. Een avond niet ziek zijn, niet liggen, gewoon meedoen. Sinterklaas, Kerstman, één avond?

Ach, dat wordt hem niet, dat weet ik best en weet je, dan ben ik blij met Guus én met Ziggo, zodat ik mijn avondje uit thuis mag en kan beleven. Toch genoten met een grote (en zachte) G, en Guus, als je ooit een mooi plekkie bij het podium hebt voor een liggende kneus en haar entourage, laat het me dan weten. Ik lach met een hoofdletter G van en voor Guus.

tijdgebrek

Het grootste nadeel van mijn ‘bedgebondenheid’ is wel tijdgebrek. Idioot, want je zou zeggen dat ik met de hele dag niks uitvoeren meer dan genoeg tijd zou hebben. Niet dus, ik heb een enorm gebrek aan tijd, aan effectieve tijd.

Mijn dag bestaat dus grotendeels uit liggen. ‘s Morgens ben ik voor tien uur niet in beweging te krijgen (en nee, ik heb geen behoefte aan preken dat ik me daar gewoon overheen moet zetten, dat werkt niet, mijn lijf werkt niet voor die tijd). Dan krijg je wassen en aankleden (met een beetje pech hoort haren wassen daar ook nog bij, dat kost me weer vijf minuten extra én mijn schouders in de stress vanwege het bijbehorende haren afdrogen en borstelen), eten en aangezien ik rond deze tijd op mijn ‘best’ ben een activiteit. Denk hierbij aan een beetje knutselen of even achter de computer. Als ik heel veel geluk heb echt iets doen (ergens thee drinken of een boodschap doen).

Anderhalf uur verder is het klaar, terug naar mijn bed (mijn bed in de woonkamer is dat, ik vertik het boven te gaan liggen) en meestal heb ik mijn grens alweer ver achter me gelaten, want tja ik heb nog steeds grensissues, botsingen tussen mijn wil en mijn kunnen. Het is even afwachten in welke staat ik de middag in ga; met een beetje geluk kan ik nog een uurtje iets, kan ik koken, met een beetje pech is het klaar voor deze dag en blijf ik met mijn vriendje de telefoon in mijn bed. Ben ik echt te ver gegaan moet ik mijn andere vriend, de warmtedeken erbij aanzetten (bij mij gaan overbelasting en bibberen van de kou blijkbaar samen, gevolgd door koorts bij échte pech).

Dit houdt in dat het dus op de meeste dagen eigenlijk ‘s morgens al gebeurd is met mijn beschikbare tijd. Ik heb verschillende therapeuten versleten in mijn strijd tegen deze effectief beschikbare tijd. De stoplichtmethode, tijd schrijven, ik hou braaf bij, zie echt wel waar het mis gaat, wil er aan de ene kant ook best aan werken, maar (grote maar) als ik bezig ben wil (met hoofdletters) ik het afmaken en die wil overstijgt echt alles. Ik kan als ik goed luister een half uurtje wat doen, maar dat werkt dus niet, ben je net opgestart moet je weer ophouden.

En dus heb ik serieus last van tijdgebrek, platliggend kan ik tv kijken (meestal niet zonder bekaf in slaap te vallen), een beetje lezen (zelfde probleem met dat slapen) of een beetje schrijven op mijn telefoon, maar ik kan meestal niet doen wat ik echt wil doen. Ik heb voor mijn doen teveel te doen in te weinig tijd en dat geeft toch ook weer een soort van druk. Dus, wie heeft er een uurtje effectieve tijd over voor mij, krijg je er een uurtje liggen voor terug, best goede deal toch?

zelfportret

Ik ben dol op het nieuwe televisieprogramma ‘Het perfecte plaatje’, vooral Kim vind ik geweldig! Heerlijk mens, humor, zelfspot, eerlijk en een tikkie gek. Ze weet hoe ze zich moet opstellen voor de camera en weet ook best haar weg erachter. Afgelopen week was de opdracht een selfie en dat is ook de thuisopdracht. Nu wil ik ook meedoen, dit is mijn kans een mooie lichtere camera te winnen!

Het is best lastig een goed zelfportret te maken, vooral ook nog een creatieve en zeker als je zo beperkt bent in je fysieke doen en laten. Als ik iets gedaan heb moet ik daarna vooral veel laten. Maar je moet er iets voor over hebben, dus ik laat me niet kennen en begon gister vol goede moed. Camera, check, statief, check, model, eh half check. Dit model is moe en dat kun je zien helaas. Mijn oog gaat namelijk automatisch op standje half open (en half dicht), dat is jammer, maar het is niet anders. We hadden mooi licht in de kamer, daar moest ik gebruik van maken. Rolstoel klaargezet (ik wil mijn inzending dat stukje beperking meegeven), leuk idee in mijn hoofd en statief klaar. Dit vergt mijn groothoeklens, maar het is vrij lastig die in een hoek boven mijn hoofd te zetten en ook nog scherp te stellen.

Ik heb geen afstandsbediening en moet dus echt rolstoel in en weer uit. Dat vindt mijn lijf niet leuk, het gaat dan ook hard in protest. Het resultaat was enigszins teleurstellend, het licht was prachtig, de setting was goed (het haar absoluut niet) en de foto’s waren onscherp. Helaas pindakaas, nieuwe poging, nieuwe kansen, nieuw geluk.

Vanmorgen toog ik met mijn kersverse assistente (mijn vriendin wilde gelukkig met me mee) naar een oude spoorlijn voor poging twee. Nee, geen treinen, ik blijf graag nog een tijdje hier op aarde. De rolstoel op de spoorlijn (het spoor geeft de beperking weer), ik in alle richtingen (met ontsporende knieschijf) gebogen voor de juiste hoek, vriendin in de stoel als test en dan ikzelf. We hebben verschillende poses geprobeerd, achter het hek, de wal en bijna in het schip. Ik begaf mij op een glibberig steigertje, moest langs mijn op statief staande camera naar de rolstoel en toen erin. Bijna in de plomp, gelukkig niet helemaal. Letterlijk op glad ijs (een plas bevroren water), schaatsen met stoel gaat prima.

Best leuke foto’s, een hele leuke ochtend, maar het is het nog niet. Dus morgen nog een poging, het heeft wat voeten in aarde deze opdracht, maar het zal me lukken!

Emma

Net als veel mensen om mij heen heb ik de heftige documentaire ‘het leven van Emma’ gekeken. Een aaneenschakeling van verschillende emoties; medeleven (niet te verwarren met medelijden), ontzag , verbazing, verdriet, maar ook ontreddering en trots. Trots dat zo’n meisje haar leven dat zo zwaar is omzet in hulp aan anderen. Een laatste manier om je leven soort van zin te geven.

Jaren geleden schreef ik op school een scriptie over eetstoornissen. Er was nog weinig over bekend, eigenlijk niet veel meer dan dat je jezelf uithongerde. Mijn verhaal ging vooral over de invloed van de bladen. Hoe zonde is het dat jongeren moeten opgroeien met zoveel druk van de buitenwereld. We leven in een wereld waar je buitenkant zwaarder lijkt te wegen dan je innerlijk, hoe krom is dat? Waarom mag iemand niet zijn wie hij is?

Ook ik was als jongeling erg bezig met wat de buitenwereld van mij vond. Ik kwam er in mijn eigen ogen niet zo best vanaf; buiten mijn kneuzerige lijf vond ik dat lijf ook nog eens onder de maat qua looks. Ik vond mijzelf te zwaar (tja, ik was echt niet dik hoor maar een maatje 34 heb ik nooit gehad). Altijd bekeek ik mezelf met een bril die er standaard toch een kilo of 6 bij op telde, het was nooit goed genoeg. Het is lastig veel te sporten als je uit elkaar valt, maar ik deed wat ik kon. Compenseerde de rest met minder eten, iets wat ik nog steeds doe.

Doe ik dat voor mezelf of doe ik dat voor het oordeel van de buitenwereld is een vraag die ik mijzelf nu regelmatig stel. Deels voor mezelf, grotendeels nu, maar vroeger was dat anders, vroeger wilde ik vooral niet anders zijn dan de rest. Ik heb weleens gedacht ‘het is maar goed dat ik niet kan overgeven’, fout, fout, fout, maar toch. Een paar weken geleden had ik een fotoshoot voor een tijdschrift waar ik in kom. Ik riep tijdens dat gesprek ‘ik zou een goede annorexia patiënt zijn’, waarmee ik doelde op de enorm sterke wil van deze patiënten. Een domme uitspraak van me, zeker in het licht van deze documentaire, alhoewel hetgeen wat mij vooral opviel haar enorm sterke wil was.

Ik hoop van harte dat deze documentaire veel aandacht voor deze aandoening oplevert; een vreselijk gevecht tussen willen leven en jezelf kapot maken. Ik hoop ook dat de maatschappij verandert, dat iedereen zichzelf mag zijn, dat de standaard niet zo vreselijk hoog en zo vreselijk vast ligt. Dat we ophouden elkaar te veroordelen, dat we iets verder kijken dan onze neus lang is, dat we meer naar de binnenkant kijken in plaats van de kortzichtige buitenkant. Dat we mensen bijstaan en steunen, dat je niet perfect hoeft te zijn, dat we leren dat imperfectie mooi is op zijn eigen manier. Ik hoop vooral dat Emma’s documentaire haar doel bereikt, ik begrijp het gevoel van ‘nut’ en ik ben plaatsvervangend trots op haar…

helende stroming

Klinkt vaag he? Is het niet hoor, ik verwijs simpelweg naar mijn badkuip en het warme water erin. Een ontspannend bad is soms de beste optie voor mijn pijnlijke ledematen.

Ik heb een pittig weekje achter de rug, fysiek dan. Er blijken zich weer een aantal ontstekingen ontwikkeld te hebben en die gedragen zich als heuse herfststormen. Ik heb dus last van storm in mijn lijf; compleet met wateroverlast (dit in de vorm van nachtelijke zweetaanvallen, waarbij ik al klappertandend eigenwijs in mijn bed blijf drijven want erbuiten is het nog kouder) en een groot temperatuurverschil.

De ontstekingen zijn niet beperkt gebleven tot mijn gewrichten, maar hebben ook luchtwegen en holtes overgenomen. Waar de meeste mensen gaan hoesten en snotteren geeft mijn lijf echter geen kik, slechts het suizen van mijn oren en het slecht horen (huh, wat zeg je, ben net B2 van Bassie en Adriaan) was een aanwijzing. Ik was niet van plan met een ‘verkoudheidje’ naar dok te rennen, maar mijn dok nummer 2 (ik heb inmiddels een alternatief arts erbij ingeschakeld) vond het wel nodig en uiteindelijk zijn beide dok’s het erover eens dat ik mij toch echt eerder moet melden. Deze herfststorm moeten we oplossen en het is dus weer Prednison tijd, een stootkuur en een neusspray.

Prednison helpt mij echt wel, maar ik word er ook ziek van. Het begint een uur na inname van de pil; mijn huid staat in brand, de temperatuur gaat naar standje zeer onaangenaam, ik word misselijk en ben echt kei kapot. Deken op, deken af en weer op, er vormt zich een laagje zweet alsof ik in de sauna zit en dat verkilt, wat het deken op, deken af dan weer verklaart. Dit herhaalt zich iedere avond (en nacht). Mijn fentanyl pleisters (de morfinepleisters) zijn van de leg door het verschil in temperatuur, wat weer resulteert in afkickverschijnselen als ze iets te lang zitten naar hun mening. Pittig dus, maar nodig, de bult op mijn rug slinkt langzaam maar zeker en dat was de bedoeling.

Even terug naar mijn intro, het warme bad. Dat is eigenlijk de beste methode om mijn lijf enigszins ontspannen te krijgen. Dat heb ik vanmiddag dus maar even ingezet, heerlijk! Jammer is het dat toch echt de meeste voordelen ook nadelen hebben. In mijn geval is ontspannen oh zo fijn, maar ook oh zo lastig, alles is nu namelijk wiebelig; het bad heeft geholpen, nu is het oppassen. En na mijn pilletje staat mijn huid weer in de fik, het lijkt echt het meest op een flinke zonnebrand qua gevoel, ook daar doet een bad geen goed aan.

Het blijft keuzes maken, concessies doen, het helende water, kiezen voor ontspanning of steeds maar doorbikkelen zonder, wat is wijsheid?

ergo enzo

Vanmorgen kwam mijn lieve ergotherapeute (ik heb geluk, de mijne is echt een kanjer!) langs. De aanvraag voor een ligorthese is goedgekeurd door de revalidatie arts! Dat betekent dat ik met een beetje geluk hem nog voor de kerst in huis heb en dat is super!

Een ligorthese, wat is dat? Eigenlijk zijn het een aantal traagschuimkussens die om, langs en onder je lijf gepositioneerd worden om je lijf optimaal rust én stabiliteit te geven. De kussens worden ondersteund door een soort kunststof steunen die alles op z’n plaats houden (qua kussens en wellicht ook qua lijf, dat hoop ik althans). Die hoop ik dus te krijgen, mijn knieën gaan namelijk al liggend aan de wandel (richting zijkanten, jawel meervoud) en mijn zwanenek (of is het zwanennek, nee toch geen meervoud in die ene zwaan die ik bedoel, stomme groene boekje…) is erg sterk, maar de knik erin is niet zo goed voor mijn houding. Daar gaat dus aan gewerkt worden!

Tevens hebben we eens goed gekeken naar mijn houding in de elro. Ik heb zo’n pijn in mijn knikkende knietjes als ik erin gezeten heb, dat moet toch niet? Wat blijkt nu, er zijn twee oorzaken voor mijn pijnlijke tussenschijven; de eerste is een welbekende voor ons EDS-sertjes, ik blijk onbewust mijn knieën enorm vast te klemmen, klemvast, de lijmklemmen van de Gamma zijn er niets bij. Ik doe dat overigens vol overgave met mijn hele lijf, mijn schouders hebben datzelfde wankele enthousiasme. Het is echt een wonder dat ik niet meer last van mijn nek heb. De tweede oorzaak is (en dat heb ik pas een keer of drie aangegeven) dat mijn rolstoel te breed is voor mij (kijk, dat hoor ik als vrouw natuurlijk graag!). Ook hier gaan we aan werken, ik hou van mensen die meedenken, meekijken én actie ondernemen.

Verder moest ik met zoonlief naar de doc, weer wordt duidelijk dat ook hij meedraait in de EDS carrousel. Helaas valt hij af en toe uit de molen, komt hij hardhandig in aanraking met de deur en de vloer. Dat is een groot nadeel van een erfelijke aandoening, daar baal ik van en tegelijk denk ik, hij heeft mij, iemand die gelooft, iemand die vecht, iemand die weet. Weet hoe het voelt, de frustratie zo goed kent. Scheelt dat? Ik denk het wel, je bent namelijk niet alleen. Niet dat mensen die het niet hebben daar iets aan kunnen doen hoor, maar het scheelt wel.

Je hebt ook het soort moeder die de aandoening zelf heeft, maar als een struisvogeltje het koppie in het zand steekt en het kind daarmee het signaal geeft; ach, het valt allemaal wel mee. Dat is nog erger, ik bedoel, weet je het niet, weet je niet hoe het voelt, tja daar kun je niets aan doen. Inleven is nu eenmaal lastig, maar zelf je kop diep in het zand steken en dan ontkennen dat je kind ergens last van heeft?! Waar ben je dan bang voor? Dat mensen jou een aansteller vinden en je kind ook? Dát lijkt me erg, je wilt tenslotte toch het beste voor je kind, toch? We zijn allemaal wel ergens over of mee in ontkenning, maar niet hierover. Cristal Clear is het, mijn kind heeft ergens last van en moeder leeuw komt daarvoor op, altijd. Dat dat maar even duidelijk is.

En daarbovenop ben ik hard aan het werk met mijn boekje, want jawel, hij komt er! Deze week nog gaat hij naar de drukker: ‘Welkom in de wereld van een ‘kneus”, de lotgevallen van een EDS-ser. Ik hoop de boekjes met een week of drie in huis te hebben, een mooi pocketformaatje, zodat je hem in je tas kunt stoppen. Als de UWV-arts je weer eens glazig aankijkt, of de specialist, kun je hem uit je tas halen. Laten lezen dat je je echt niks verbeeld, dat je er wel toe doet! Als een vriendin je niet snapt (of je moeder), wapper met het boekje (of geef hem cadeau, een dikke, vette hint).

Ik hoop echt dat ik een klein beetje kan inspireren, kan laten zien dat wij beperkten ook een plek verdienen in deze wereld en dat ‘ziek’ zijn en positief zijn echt wel samen kunnen gaan. Idealistisch, misschien, maar ach, that’s me.

confused

Eens in de zoveel tijd word ik overspoeld door twijfels en jawel, het is weer eens zover.

Even bij bet begin beginnen; zoals ik in een eerder blog schreef is manlief niet zachtaardig terecht gekomen in een omhelzing met een boom en speelde ik voor zuster Clivia. Ik speelde mijn rol met verve, rende op mijn manier de benen onder mijn instabiele lijf vandaan, maar eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat deze rol mij echt niet op het krakkemikkige lijf is geschreven. Het (mijn lijf dus) ging al vrij snel in protest en op een gegeven moment voelde ik iets verschuiven in mijn onderrug. Gelukkig had mijn vriendin een oplossing in de vorm van het aanbieden van een hoog/laag bed. Het bed werd vakkundig gesloopt en bij ons boven weer in elkaar gezet door snel opgetrommelde vrienden en broer, top! Dit scheelde, ik hoefde manlief niet langer uit bed te sjorren, hij kon het nu zelf.

Helaas bleek dat ik ook zonder zijn hulp mezelf in de kreukels kan helpen. Even een wasje ophangen, een buiging richting de wasmachine (heeft die ook verdiend na jaren trouwe dienst) en het leed was weer geschiedt. Bliksem in de onderrug én in de benen; ik weet uit ruime ervaring, foute boel. Damn, shit, hell, vloek, scheld, tier! Bezoekje huisarts, rust en volgende week naar de eigen dok, het vermoeden is dat de hernia weer aan het klooien is.

En daar gaan we weer, meer liggen, verhoging morfine en pijn. En dan komt het, de twijfels, kan ik toch niet beter gewoon wat doen? Manlief kan met vier gebroken ribben meer als ik?! Maar als ik meer doe (ja, deze idioot blijft gewoon proberen) heb ik nóg meer pijn en het is al echt wel genoeg. Wat moet je dan, als liggen niet helpt, lopen je letterlijk op je knietjes dwingt en alles altijd pijn doet. Als je de morfine al te hoog hebt. Wat moet je dan? Als je arts het ook niet meer weet, als je dan weer gaat twijfelen aan je gezonde verstand?

Ik kruip achter de computer, klooi wat aan om dan maar in ieder geval iets nuttigs te doen. Help zoonlief een beetje, de boete volgt uiteraard. De temperatuur in mijn lijf is weer standje vrieskist (al is het nergens koud), ik voel mijn systeem uitschakelen, voel de linkerkant van mijn gezicht doof worden en leg me er dan toch weer letterlijk bij neer.

Wat moet ik aan met dit lijf, ik kan accepteren wat ik wil, ik weet gewoon niet wat ik ermee aan moet. Het is weer twijfeltijd, het is weer chaos in mijn hoofd. Zoveel ideeën, zoveel willen, zoveel niet kunnen en zoveel frustratie. Het houdt gewoon nooit op. Net als de seizoenen, de vicieuze cirkel van het leven geldt ook in mijn leven. Herfst is van loslaten, ook ik moet dat doen, ieder jaar opnieuw…

Eerste Dans Samen

Een jaar of dertig geleden danste ik mijn eerste dans met wat mijn syndroom zou worden. Misschien was het niet echt een eerste dans, maar wel mijn eerste bewuste.

Ik bedoel natuurlijk mijn eerste pijnlijke kennismaking met de werkelijkheid die EDS heet, al wist ik dat toen nog niet. Ik vraag me vaak af of ik beter af zou zijn geweest als ik op jongere leeftijd al had geweten wat ik had. Ik weet het niet, aan de ene kant zou ik minder last hebben van de gevolgen van de overbelasting, aan de andere kant zou ik mijn hele leven voorzichtig hebben moeten zijn met mijn lijf. Ik heb altijd gedaan wat ik wilde, maar heb ook altijd te maken gehad met de gevolgen van die acties. Ik heb een soort onbezonnenheid gekend, maar moet wel leven met de consequenties daarvan.

Andere vraagstelling dan; had ik mijn leven anders willen doen? Ik denk van niet, ik ben wie ik ben door de dingen die ik heb meegemaakt. Ik heb gedaan wat ik wilde doen en wie zegt mij dat me de blessures bespaard waren gebleven als ik het anders had gedaan? Ik ben ik, ik ben beperkt, maar ik ben ook sterk. Sterk geworden door mijn ervaringen. Wie weet was ik anders wel een kneuzerig watje geworden, bang voor de pijn en bang voor wat zou kunnen komen. Nu weet ik in ieder geval waardoor het is gekomen en dat had ik niet willen missen. Ik heb een uniek inzicht gekregen in dingen, hoe pijnlijk ook, het hoort bij mij.

Ik vraag mij dit vaak af omdat ik mijn aandoening heb doorgegeven, in hoeverre moet ik zoonlief beperken in de dingen die hij graag wil? Neem het sporten, net als ik vroeger, korfbalt hij met veel plezier. Zijn knieën missen steun, de banden doen hun werk niet. Zijn braces houden het ook niet meer goed, eigenlijk moet hij aan de stellages, maar daar wil het revalidatie team nog niet aan. Gelukkig zijn we het over één ding eens, sporten is goed voor hem. Een voorzichtige ouder zou zeggen stop met korfballen, maar dan vraag ik mezelf af of ik dat als kind zou hebben gewild. Zelfs met de kennis van nu zou ik zeggen van niet, ik ben deels gevormd daar bij de club. Als onderdeel van een team, een belangrijk deel van mijn jeugd.

Wat dan te doen met dat verleden van mij, hoe zorg je dat je je zoon de ellende van de aandoening zoveel mogelijk bespaard en laat je hem toch genieten van zijn jeugd nu? Door op te letten, door hem te leren de signalen van zijn lijf te herkennen. Door te leren aangeven waar zijn grens ligt. Niet door angstig en voorzichtig te gaan leven; dat levert, denk ik, juist ellende op, maar door wel te leren durven aangeven dat het niet meer gaat. Door voor hem te vechten bij de artsen die nog nooit gehoord hebben van onze aandoening en door in hem te geloven.

Daarom is het zo belangrijk dat we aandacht genereren voor EDS, zodat onze kinderen niet ons gevecht met artsen en onwetende mensen hoeven voeren. Het gevecht met blessures, met pijn kunnen we niet geheel voorkomen, dát hoort erbij, maar daar worden ze ook sterk van. We kunnen ze wel helpen gehoord en geloofd te worden.

Dus, help ons EDS op de kaart te zetten, leer de symptomen herkennen en neem ons serieus. We vechten al genoeg in ons leven, dat brengt onze aandoening met zich mee, het gevecht met artsen en ongeloof kunnen we missen als kiespijn.