moe, moeier, moeist

Ik ging als een malle deze week, dat kon natuurlijk ook niet goed gaan…

Uitleg, na de terug-naar-huis-uit-Frankrijk-dip bloeide ik helemaal op. Ik voelde me on top of the world (voor mijn doen dan he) en dan wil ik nog wel eens een klein beetje doorslaan (ja ja, ik geef het toe, zelfs op ‘papier’), zo ook nu.

Maandag begon met een inhaalslag op knutselgebied, ik had nog wat dingetjes liggen en begon enthousiast die af te maken. In de middag mijn tripje supermarkt (ik vind dat ik het huis uit moet blijven gaan en met dit mooie weer is dat geen straf) en dan starten met mijn ‘zeer langzaam, maar doelgericht weer in shape programma’. Klinkt heel wat, is het ook, voor mij dan. Dit ‘intensieve’ sportprogramma omvat 10x optillen linkerbeen, 10x optillen rechterbeen (waarbij de beentjes trillen als een rietje), hetzelfde voor de armen (die trillen zo mogelijk nog harder en de rechter variant komt niet tot op schouderhoogte (dan schiet hij eruit, niet de bedoeling)), 25 voorzichtige buikspieroefeningen (die doe ik liggend al jaren tussendoor, dat scheelt) en een poging tot het zogenaamde ‘planken’. Oh en hoepelen natuurlijk, vooral niet vergeten dat ik dat ook nog een minuut doe. Deze volledige 15-minuten work-out laat het zweet van mijn trillende lijf gutsen, maar geeft mij een trots gevoel, ik heb het maar mooi geflikt! Nu maar hopen dat de boel zich rustig houdt (ik heb last van het ‘belegging-andersom-syndroom; in het verleden behaalde resultaten geven meestal wél garantie op de toekomst; meestal werkt trainen ontstekingen in de hand).

Dinsdag, wederom staat er knutselen op het ochtendprogramma. Moeders meldt zich op tijd (warmtewaarschuwing op de knutselkamer én in de bovenkamer) en er staan wat shirts op de planning. In de middag weer naar de supermarkt (mét pitsstop bij de ijssalon) en een aangepast kom-in-shape programma, de sit-ups zijn ik-kom-niet-ups (mijn knieën willen niet zakken op m’n matje), dus 10x armen en benen, hoepelen en klaar is Klara vandaag.

Woensdag op bezoek, gezellig, voor herhaling vatbaar, maar ik voel toch de vermoeidheid ietwat toeslaan. Ach, ik ben ook geen twintig meer, maar pfff zóveel was het toch ook weer niet? Het programma gestript tot een minuutje hoepelen en rust.

En dan vandaag, een tripje Action met action (ik zat eerste rang op een voorstelling van een heuse arrestatie, rennende (!) politiemannen (ik zie ze vaker, maar meestal slenterend, nooit rennend en klauterend), pepperspray en handboeien (niet fluweel-gevoerd), een verjaardag, een boodschapje, even eten en hoppa, daar was hij, de man met de grote hamer. En met die hamer komt ie, de moeheid, als een loodzware deken overdekt hij me.

‘Iedereen is weleens moe’, ja daar had ik het woensdag nog over. Klopt hoor, iedereen is vast weleens moe, maar niet zoals dit. Dit is niet moe, het is ook niet moeier, het is moeist, het is niet kunnen denken, je arm niet op kunnen tillen, geen woord kunnen lezen, niet eens kunnen praten. Je worstelt je door een dichte mist in je hoofd, nog geen 50 meter zicht, zonder mistlampen. Watten, je kunt je eigen gedachten niet vormen. Mijn hartslag gedroeg zich alsof ik aan het sprinten was en mijn lijf alsof ik de marathon drie keer had gelopen. Je kunt niets anders dan liggen en hopen dat het wolkendek opentrekt, de mist weer optrekt.

Dit is niet normaal, dit is hij dus, de grens, erop en erover. Dit is een ‘reminder’, zo’n jengelend stemmetje, zie je wel, je bent niet normaal, zelfs niet een beetje…

Sophie is back!

Vorig seizoen zat ik bij ‘Sophie in de kreukels’ aan de buis gekluisterd. Ik vind haar een heerlijk mens, lekker naturel, geen Barbie, mijn type vrouw én ze mag er wezen, vind ik tenminste. Nu is ze terug, met de mannen ‘in of uit de kreukels’, ik zit dus weer met mijn neusje tegen het scherm geplakt.

We beginnen met Gordon, you love him or you hate him, ik zweef ergens in het midden. Soms gaat hij wat ver, maar volgens mij zit er een menselijk hart onder de poespas. Geen gedoe voor deze vent, in tegenstelling tot zijn collegiale wederhelft. Ach, bij Gerard is het niet te missen, al past het hem dan weer wel. Ik kan me best voorstellen dat als je een mega frons hebt, je daar wat aan laat doen, maar als ik de trentwatcher hoor zeggen dat we nu eenmaal kuddedieren zijn en straks alle mannen eruit moeten zien als Ronaldo en anders tel je niet mee, denk ik alsjeblieft niet zeg!

Gaan we niet echt de verkeerde kant uit met de nadruk op het uiterlijk? Moeten mannen nu door hetzelfde heen als wij vrouwen? Willen we onze mannen en zoons het aandoen dat ze diezelfde druk moeten ervaren als wij? De continue onzekerheid? Tuurlijk mogen mannen ook best aandacht besteden aan hun uiterlijk, er is niks mis met een mooi lijf, maar kom op, blijf een vent. Sportschool prima, letten op je voeding ook, maar innerlijk gaat toch écht boven uiterlijk?! Ik heb als ik voetbal kijk al het idee dat ik naar een mannelijke catwalk kijk in plaats van een sportwedstrijd.

Ik voel mij mooier nu ik in de veertig ben, eindelijk weet ik beetje bij beetje mijn onzekerheden van vroeger van mij af te schudden. Ik snap niet waar het waanidee in mijn koppie vandaan kwam dat ik te dik was, maar het heeft er altijd gezeten. Ook ik was in de ban van het schoonheidsideaal, waar ik mezelf niet aan vond voldoen. Nu weet ik inmiddels natuurlijk heel goed dat dit niet is waar het om draait in het leven, dat gezondheid vele malen belangrijker is, dat het innerlijk telt (wat ik bij anderen heel goed snapte, maar voor mezelf legde ik de lat vrij hoog), maar ik kan nu pas echt oprecht zeggen dat ik van mijn lijf en snuutje hou (meestal dan), mét mijn verdiende rimpels en onregelmatigheden.

Dat ik mezelf nu écht prima vind (eh met toch een kleine aarzeling) ga ik binnenkort trouwens bewijzen. In een heuse weinig kleding (slechts ondergoed) fotoshoot voor wederom een tijdschrift. En nee, het is niet dat ik mezelf zo geweldig vind dat ik als een ware Napoleon overal met mijn kop (en de rest) op en in wil (mmm, dat klinkt toch wat raar). Ik vind het rete spannend (letterlijk), maar ik blijf gaan voor aandacht voor chronisch zieken, voor de ‘kneuzen’, de beperkten. Ik wil laten zien dat je ook mooi bent al heb je geen spierweefsel meer over, dat wij ook meetellen in de wereld van de vrouwenbladen! En daarvoor ga ik (bijna) met ‘de billen bloot’, gelukkig kan ik altijd nog verstoppertje spelen achter mijn rolstoel.

Wordt vervolgd…

life goes on

In sneltreinvaart raast het leven door, de vakantie is al meer dan een week geleden. Zoonlief is weer naar school (als je dat zo kunt zeggen in een eerste week; sportdag, introductie en boeken ophalen, keidruk…) en manlief is weer aan het werk. En ik? Ik begin nu net een klein beetje weer op te krabbelen.

Afgelopen week stond in het teken van brakdag tot de tweede macht of zoiets. Zondag was brak, maandag nog brakker en over dinsdag zullen we het maar niet hebben. Brakdag bracht wel de poëet terug in mij boven (die was in rustmodus of had een writers block ofzo), in mijn ogen één van mijn betere schrijfsels, dus ik neem hem bij uitzondering een keer mee in mijn blog (zal er geen gewoonte van maken, de pagina’s zijn apart).

I’m broken
I’m shattered
the pain crushes me

inside I
am screaming
I long to be free

I’m strong
I’m a fighter
I’m all I can be

there’s more
to my life than
the smile that you see

Ik verberg vaak, meestal eigenlijk, mijn slechtere dagen achter een maskertje. Ik heb er een goed masker voor hoor, een big smile, die niet minder gemeend is op zo’n dag, maar die wel wat scheurtjes vertoont. Ik hou niet van medelijden en ook niet van aandacht op zulke momenten. Laat me maar gewoon met rust (maar vergeet me niet, dat is een ander uiterste). Dit klinkt denk ik heel dubbel voor mensen die niets mankeert, maar ik weet zeker dat mijn mede-kneuzen dit begrijpen. Deze brakdagen moet je door, het zijn dagen dat je moet vechten, in je koppie vooral. Dat koppie moet je hoog houden, niet laten zakken, want dan gaat het mis.

De dagen erna gaat het langzaam maar zeker weer een beetje vooruit, je krabbelt weer op, de koorts zakt gelukkig en je hoofd doet weer mee. En dan komt er een advertentie voorbij, freelancer gezocht en je schrijft een mail en krijgt een reactie, of je wilt solliciteren. Poeh, dat hoofdstuk had ik toch afgesloten? En toch kriebelt het, ik ben toch afgekeurd, niet afgeschreven en zeker niet uitgeschreven. Dan spring je toch in het diepe, je schrijft een proefartikel en maakt een CV, je gaat ervoor, je telt tenslotte echt nog mee!

En dat allemaal tijdens de brakdagen, er gebeuren spannende dingen, er staan spannende dingen op de agenda. In het kader van aandacht voor de chronisch zieken, voor EDS, maar ook voor x-Tien (de bus is er, maar de kosten gaan door). Het klinkt alsof mijn dagen volgeboekt zijn en dat zijn ze ook, maar dan wel op míjn niveau, het niveau waarbij je dag al vol is met een uurtje beppen met je vriendin. Niet te vergelijken dus met een normaal leven, dat vergeten mensen weleens, dan lezen ze op Facebook dat je ergens bent geweest en trekken ze conclusies. Niet doen, gun ons kneuzen ons uitje en hou in je achterhoofd dat het daarna voor ons ophoudt voor die dag.

Maar goed, ‘life goes on’, gelukkig maar!

naweeën

Iedereen die bevallen is herkent dit ‘fijne’ woord, naweeën. Dan heb je de hele ellende gehad (of dat denk je in ieder geval) en dan krijg je dat nog. Van die gevoelsmatig zinloze pijnlijke ellende, die dagen kan duren en niks meer oplevert. Nou ja, het zal allicht ergens goed voor zijn, maar niet dat je ziet. Die naweeën, daar krijgen wij kneuzen ook regelmatig mee te maken en zinloos voelen ze zeker.

Ze komen in dit geval nadat je iets gedaan hebt (ah dat geldt natuurlijk ook bij die bevalling, al is het in dat geval iets langer geleden) dat eigenlijk teveel is voor je fysieke kunnen, in dit geval vooral niet te verwarren met willen. Naweeën dus, ik heb er momenteel last van, de oorzaak is geen verrassing (de vakantie en dan met name de terugreis) en het was te verwachten, maar toch baal ik er stevig van. Je houdt er rekening mee, maar toch valt het tegen. Het is het me echt wel waard hoor en ik wil niet klagen (en mag dat van mezelf ook niet), maar toch…

Ok, de terugreis dus, we gingen in één keer terug, zonder tussenstop. We wisten dat dat voor mij zwaar ging worden (ik bedoel één uur rijden is dat voor mij al, laat staan een reis van 12 uur), maar als we naar huis moeten willen we ook zo snel mogelijk. Dan hebben we geen rust in onze kont om nog een keer te overnachten. In één keer terug dus, tuurlijk stoppen we braaf, lig ik netjes plat op mijn stretchertje op de parkeerplaats tijdens onze knakworstmomenten (wij nemen onderweg een brandertje mee met pannetje en knakworstjes), maar ik weet na een paar uur gewoon niet meer in welke hoek ik mijn benen moet knopen (ik zit met mijn benen in posities waar menig turner jaloers op zou zijn). Je moet ook rekening houden met zoveel dingen, de schouders moeten ondersteund, anders gaan ze aan de wandel terug richting de Provence, de knietjes mogen niet te ver doorbuigen (anders gaan ze zo 45 graden verderop hangen), de onderrug moet zo recht mogelijk, maar niet in een 90 graden hoek met de benen. Daar wordt je toch bij voorbaat al moe van?

Voor dat laatste heb ik dan ook een lading kussens aan boord, oh nee dat was omdat ik de zooi dus moet ondersteunen. Eentje onder de bips en onderrug, eentje voor bovenrug/nek, eentje onder de schouder en eentje op schoot voor de arm en datzelfde aan de andere kant. En dan tussendoor mezelf aan de ‘auto-papegaai’ (die ze gebruiken om uit te stappen) omhoog hijsen om maar proberen een iets comfortabelere houding te vinden. Tijdens het hijsen verschiet er van alles onderin de rug waarbij de bliksemflitsen door je wervels en benen schieten. Nee, reizen is geen pretje, maar een kwestie van doorbijten en mijn tandjes zijn erg sterk kan ik je vertellen.

Dat zijn dan dus de weeën, de beloning daarvan is weer thuiskomen. Dat moet althans de beloning zijn. Nog nooit heb ik zoveel moeite gehad met acclimatiseren als dit jaar. In Frankrijk voelde ik mij redelijk goed, de pijn was te verdragen, ik kon stukjes lopen (heus niet zo ver, maar het voelde zo goed), kon een paar uurtjes erop uit, het ging gewoon naar omstandigheden erg goed. Het klimaat was prettig (niet te vochtig), het zwembad ook (om aan te liggen dan), de dorpjes zijn zo heerlijk kneuterig, het uitzicht is om van te dromen, ik was in mijn elementje. Ok, ik wil best naar huis voor mijn mensen en beestjes, maar verders was ik erg blij. En dan rij je naar huis, loopt de pijn op, regent het zo gauw je de grens over rijdt, kom je in zo’n file die er niet zou staan als dat klootjesvolk niet met hun nieuwsgierige harses naar de wegwerkzaamheden loerde (serieus, nog nooit een wals gezien?!) en dan is dat geen goede binnenkomer. Dan volgt er een weekend in herfstsferen (lees lange broek en lange mouwen op mijn eindelijk beetje gebruinde lijffie) gecombineerd met serieuze opvliegers (koorts is bij mij overbelastingsverschijnsel nummero uno) en vlagen van misselijkheid van de pijn en dan heb je de naweeën.

Zoals eerder geschreven, ik wil niet klagen, ik wist dat het kwam en ik weet ook dat dit niet met een dag of twee over is, maar laten we eerlijk wezen, op het moment dat je er middenin zit heb je er toch best even de pest over in. Anderhalve week heb ik genoten, ik had het niet willen missen, ik had het zó nodig na twee jaar in huis zitten. Anderhalve week heb ik waarschijnlijk ook weer nodig om bij te komen. Ik hoop dat de koorts snel zakt, dat de pijn weer stabiliseert en dat ik acclimatiseer, want voor nu verlang ik vooral terug naar mijn geliefde Frankrijk…

Op de foto trouwens een idee van het concept ‘hoe vervoer je een kneus’, dit gaat (voor een uurtje ofzo), een tip van de kneus.

vakantie_5

filosofisch momentje…

Facebook herinnerde me vanmorgen aan een bericht dat ik twee jaar geleden deelde. Het ging over spiegelen; de dingen waar je je bij anderen aan ergert, die dingen triggeren iets bij je. Het was niet zozeer dat je die eigenschap bij jezelf zou herkennen, maar het ging om de lading achter die eigenschap. Iemand die op een feestje altijd zeer nadrukkelijk aanwezig is kan dat doen om juist onzekerheid te verbloemen, dit kan een pijnpunt zijn dat je herkent in jezelf, om maar een voorbeeld te noemen.

Ikzelf ben erg bezig met dit soort dingen. Ik probeer aan mezelf te werken. Dat is ook zo’n punt van overweging trouwens, volgens sommige stromingen ben je perfect zoals je bent en hoef je dus niet te veranderen, maar ik denk dat je juist groeit door te leren van de dingen die je meemaakt. Als je al perfect en prima bent zou je dus niets meer te leren hebben? Dat lijkt me én erg saai én niet kloppend. Nee, je hoeft niet perfect te zijn (en te worden), maar iedereen heeft toch leermomentjes?

Ik herken bij mezelf een aantal terugkerende ergernisjes, eentje daarvan kwam ik vanmorgen weer tegen bij een berichtje van de bladen, de deelname van een actrice (en model) aan dance, dance, dance. Ze had graag danseres willen worden, maar kon dat niet door een blessure. Mijn eerste reactie is dan iets in de trant van ‘jammer joh, je hebt zoveel wat wel is gelukt, deal with it’. Dit is dus zo’n puntje, ik kan me enorm ergeren als mensen zoiets uiten zeker met tranen, maar waarom? Ik snap heel goed dat zoiets pijn doet, ik denk dat dat het is, ik snap uit ervaring té goed hoe dat voelt; ik heb zoveel dromen in rook op zien gaan, ik heb zoveel dingen moeten opgeven in mijn leven en ik sta mezelf niet toe daarover te mogen rouwen. Ik heb een niet mauwen maar doorgaan mentaliteit, dat is denk ik mijn manier om ermee om te gaan. Maar het maakt me wel hard naar anderen, ik vind dat dus ook al snel ‘gemauw’.

Dat is lastig, hier zit dus een leermomentje, twee kanten op; ik moet proberen iets milder te zijn naar anderen, maar (misschien nog wel belangrijker) ik moet ook proberen iets milder te zijn naar mezelf. Ik heb wel zo mooi ‘geaccepteerd’ dat ik niet meer kan (en heb daarvoor nieuwe doelen en dromen bedacht), maar door dit spiegelen blijkt dat het pijnpuntje niet weggewerkt is, anders zou het me niets doen. Dat is dus iets waar ik echt nog aan moet werken, ik moet (eh mag) mezelf toestaan verdriet of boosheid te hebben over de verliezen die ik heb geleden. Misschien dat ik het dan kan loslaten en daarmee ook de irritatie naar anderen?

Goh, lekker filosofisch zo op deze eerste zaterdag thuis. Vind ik gewoon een leermomentje en niet omdat ik perfect moet zijn, maar omdat ik wel graag een fijne versie van mezelf wil zijn.

je pense…

Aan het eind van de vakantie krijg ik last van dubbele gevoelens. Aan de ene kant wil ik wel graag weer naar huis, naar de beestjes, mijn eigen bed, maar aan de andere kant is het hier zo mooi, is het weer zo heerlijk, is mijn lijf zoveel beter hier en tja weer een vakantie voorbij…

Gisteren zijn we naar een dierentuin geweest. De weg erheen was zoals steeds een grote verrassing. Ze sluiten hier namelijk steeds wegen af. Een paar jaar geleden maakten we op een vakantie in de Dordogne voor het eerst kennis met ‘route barrée’ en ‘déviation’. Toen hadden we geen idee, dus wat deden we, gewoon doorrijden. Door landweggetjes, er stonden wat pilonnen op de weg, maar daar konden we best langs. We werden gesteund door het feit dat een fransoos er zo achteraan ging, die wist de weg (dacht ik), moest goedkomen,. Nog een paar pilonnen, asfalt van de weg en toen speelden we plots ‘chicken’ met een monstertruck die het asfalt aandrukte. Gevalletje oops… Terug, draaien op het smalle landweggetje met slootjes (onze vrienden mét vouwwagen waren me erg dankbaar…), op zoek naar de omleiding (we begrepen ineens wat dat woord ‘déviation’ betekende). Ik ben een praktijkmens, dat is al vaker gebleken, maar ik vergeet het nooit meer!

Ook nu komen we ze regelmatig tegen, de ‘déviation’ borden. De ene dag moet je links het dorp in, de volgende rechts, er is geen peil op te trekken. Overal staan stoplichten die dan oranje knipperen en een dag later ook op rood blijken te kunnen staan. De logica is ver te zoeken. Maar, zo komen we nog eens ergens, deze omleiding leidde ons door een leuk bergdorpje waar we normaal nooit zouden komen. En uiteindelijk ook naar de plaats van bestemming, het dierenpark. Alex moest mee, de Quicky is handzaam , maar ik merk echt wel dat ik Alex nodig heb. Rechtop zitten is niet mijn ding en zeker niet op langere afstanden én de vering van Alex is hemels, zeker vergeleken met de andere. Alex ging zonder moeite het heuvelachtige terrein op, crosste als een echte terreinwagen door het gras en bracht me overal waar ik zijn moest, ongeacht kiezels en kuilen. Even achterover in ruststand tussendoor, man, ik ben zo blij met hem!

Ook ‘s avonds is hij er voor me, tijdens het dagelijkse potje Catan lig ik bijna achterover, omringd door kussens en kan ik gewoon meedoen, zonder mezelf in de kreukels de helpen (eh nou dat is misschien toch wat overdreven, maar het is te doen). Ik heb gemerkt dat ik prima slaap op mijn pillen én een wijntje (die hou ik er geloof ik maar in). Ik ga het hier missen, het gewoon opstaan en in mijn zomerjurkje schieten, zonder je af te vragen of dat niet te koud is, het dagelijkse rondje zwembad (het is voor mij net lopend te doen, dat ga ik erin proberen te houden), de uitstapjes met geen idee waar we terecht komen, de rust…

Vanavond nog even gezellig uit eten, de keet opruimen, een potje Catannen en dan morgen weer terug naar ons kikkerlandje. De lange reis naar huis (waar ik wel ietwat tegenop zie). Gelukkig hoef ik niet meer te rijden, manlief heeft het stuur strak in eigen hand (vroeger reed ik altijd). Ik lig dus volledig ingeklemd tussen kussens, voetjes op het dashboard een beetje te suffen. De knakworstjes voor onderweg liggen klaar, dat was weer onze zomer in Frankrijk. Volgend jaar gaan we weer!

vakantie_4

le soleil, c’est fantastique!

Waarom zo’n eind rijden, voor de zon dus! Ja, ik weet het, in Nederland is het ook bloedheet, maar 35 graden hier of daar is een wereld van verschil. Wat mijn lijf nodig heeft is stabiel weer, niet te koud en zeker niet te vochtig. Wat dat betreft zit ik hier echt goed, stabiel, droog (kurkdroog) en een graad of dertig gemiddeld, heerlijk!

Dit is mijn land, de huisjes, de taal (ik versta er geen moer van als ze in rap frans tegen me aan lullen, maar het klinkt toch mooi) , het weer… Jammer dat de rest van mijn bestaan niet mee hiernaartoe kan of wil (iets met werk en huizen en vrienden enzo), ach misschien is de charme ook wel weg als je er woont. We dromen al jaren van een bed & breakfast in zo’n prachtig oud huis in een wei vol bloemen, oude muurtjes (ik wilde de stenen ervoor al in de bus mikken), begroeid met klimop en leuke gasten (anders pleur ik ze eruit). Ik zie ons al zitten ooit, manlief en ik, samen stokoud op een bankje onder zo’n olijfboom. Altijd blijven dromen toch?

Inmiddels wordt het hier op de camping leger en leger; de grote trek is begonnen, de scholen in veel delen van ons land ook. Opa en Oma van hiertegenover (echt de opa en oma van de camping, praatje met iedereen) zijn ook vanmorgen weggegaan. Het is nu echt rustig, plaats zat. Het zwembad was vanmorgen bijna leeg. Manlief en zoonlief hebben maar een rondje meegedaan met het aquajoggen. Ik moet zeggen chapeau voor het evenemententeam hier, ook al loopt het seizoen echt ten einde, ze blijven enthousiast.

Gisteren hielden we rustdag (lees zwembadhangen en verder eh niks dus), alleen gisteravond even naar de zonsondergang kijken op de brug (en fotograferen natuurlijk!). vandaag naar Cavaillon, niks oud, mooi, pittoresk, de Decathlon (toch ander assortiment he) en de Mac Donalds (ook ander assortiment). Het was een ‘kleintje’ (we zijn inmiddels verwend met die in Arnhem), maar ze hadden alles én meer (petjes). Ik heb me een mega comfortabele (zeer oncharmante) trainingsbroek aangeschaft (zo lekker zacht, net als de shirts, alleen daarom al zou ik ze kopen!), deze koukleum heeft het ‘s avonds niet warm (verassing) en ik was al maanden op zoek. Bezoekje aan de hyper intermaché (je hebt altijd baas boven baas), dit is echt zeg maar alles wat je kunt verzinnen in één. We koken braaf zelf, nadeel met mij op vakantie is dat Tinus Kneus de pap op heeft tegen etenstijd en dus niet meer gezellig in een restaurant kan zitten. Nu zijn we gelukkig nooit grote ‘uit eters’ geweest, dus het wordt me niet kwalijk genomen.

De avond is plat in Alex en een potje Catannen, een wijntje (zo daar slaap je goed op als je het combineert met morfine), stokbroodje, het goede Franse leven zeg maar. We houden de excursies maar in de buurt, het rijden toch beperken, er is zat te zien hier. De heren houden zich lekker bezig, ze badmintonnen (met de boom, shuttle eruit gooien), spelen petanque (het spel met de ballen) en voetballen (ruimte genoeg nu, al staat de tent van de buren soms nog iets te dichtbij voor de bal) en de kneus gooit ook een balletje op zo nu en dan.

La vie est belle!

vakantie_3

levende winkelwagen

C’est moi, de levende winkelwagen vol vers vlees, aldus manlief. Ik word gebruikt voor vervoer van allerlei waren. Tja, hij heeft zijn handen vol aan mij, dus ben ik de aangewezen pakezel.

Vandaag had ik geluk, slechts de cameratas had ik op schoot, geen boodschappen vandaag, vandaag gingen we cultureel doen. Aix-de-Provence is het doel. Een kilometer of 30 vanaf de camping, dat is te doen. Eerst even zwemmen (we zijn nog niet bruin genoeg en de kneus heeft zich zowaar in het koude water gewaagd!), even eten en met z’n allen in de bus.

Weer de grote vraag, elro of haro, Alex had pech, hij moest thuis blijven. Dat was een goede keus; de straatjes zijn zo onwijs smal, de kuilen zijn diep, de stoepranden hoog en het is onvoorspelbaar. Nadeel is dat manlief zich een breuk sjouwt en duwt, bult op, bult af (en straatje links, straatje rechts, het was weer zover, we konden de parkeergarage niet meer terug vinden). Het is een drukke stad (geloof tenminste dat het een stad is), midden tussen de huizen loop je ineens een basiliek tegen het lijf (of een kathedraal). De straatjes zijn om van te houden, met gekleurde luiken en klimop, lieve balkonnetjes, smal, gezellig. En er zijn de grote winkelstraten, de bekende ketens hebben ze hier ook. Zoonlief stond bijna kwijlend voor de apple store (snel doorlopen!) en ikke voor meerdere boetiekjes (gauw doorlopen dacht manlief, mijn duwer).

In de parkeergarage een close encounter met een dure Porsche (ging goed, maar ik was voor de zekerheid vast de camera die er hing aan het afleiden), verder geen problemen. We cruisden door het drukke verkeer terug naar het pittoreske Charleval (onze uitvalsbasis deze week). Onderweg nog even een Fransman met een fruitstandje met een charmante glimlach afgezet (de man stond me ietwat meewarig na te kijken na mijn gestuntel in het frans en ik ging er vandoor met meer dan ik betalen kon geloof ik…), ach shit happens, c’est la vie.

Er staat hier vlakbij overigens een serieus Efteling-waardig spookhuis. Het is onbewoond en de droom van de Urban fotografe in mij! Het liefst klom ik nu nog over het hek, maar mijn klimkwaliteiten laten ietwat te wensen over en ik kan Alex niet blijven teleurstellen (ben bang dat hij gaat mokken).

C’est tout, â demain!

vakantie_2

wielen als staal, horizontaal

Het was een warme dag in de Provence (gelukkig is de luchtvochtigheid hier niet zo hoog), er geldt dan ook een hittewaarschuwing hier. De thermometer gaf in de schaduw 32,9 graden aan, in de zon dus wel een graad of 35 en wat doen de domme Hollanders? Met z’n allen in de zon, iedereen hier houdt siësta en wij ‘genieten’ als kreeften in een pan.

Onze dag begon met even ‘bijkleuren’ aan het zwembad (oh wacht, dat is mijn dag, ik heb namelijk een bloedhekel aan zwemmen, zeker met dat koude water hier), mijn dag begon daar dus mee, mijn mannen liggen in dat koude water met hun balletje (in meervoud dus hihi). Ontbijten, smeren en gaan, nu de zon nog niet op zijn felst is. Zoonlief vraagt dagelijks aan ons badmeesters of hij al bruin is (hij begon echt als een Engelsman en wordt nu langzaam maar zeker een beetje melkchocolade bruin, manlief bereikt status pure chocola), dat is een doelstelling, maar het blijft smeren en meer smeren. Ikzelf sla blijkbaar steevast ieder jaar weer dezelfde plekken over, de randjes van de bikini zijn weer rood (maar mijn hoofd vertoont gelukkig geen vergelijk met een brandweerauto deze keer).

Tegen half twee is het tijd voor een broodje, even liggen (ik loop naar het zwembad (wel 50 meter van hier) en dat ben ik niet gewend) en dan op verkenning. Vandaag richting Mallemort (daar is een gek vermoord). Ons doel: de grote supermarkt én de ruïne op de top van de berg. Dit keer zijn we slim, eerst beide zoeken, dán parkeren. Zo gezegd zo gedaan, de bus staat veilig bij de intermaché (geen gezeul met boodschappen) en wij hobbelen te voet (en met mijn Quicky, de elro blijkt hier niet tegen bestand) naar de berg.

Een mooie wandeling (mam, ik heb zere tenen, wandelen met slippers doet dat als je het niet gewend bent), ik ben Holly Hobbel in de haro, maar leuk dorpje. Veel zebrapaden hier (en ze stoppen ook nog), veel kneuzenplekken, maar ik blijf een bezienswaardigheid. Manlief krijgt een opgestoken duim van een Fransman (of was ie voor mij bedoeld?) en wij ploeteren voort. Er wacht ons een uitdaging, een mega bult, de weg is bezaaid met kiezels, geen asfalt te zien. Manlief slipt omhoog met mij voorop, op een gegeven moment staat hij horizontaal achter mij (en ik hoop maar dat hij niet uitglijdt en ik achterover naar beneden raas), de heren hebben hierbij overigens beeld en de grootste lol. De ruïne blijkt een stapje te hoog voor mijn Quicky, hij heeft zich dapper door alle hobbels geweerd (wielen van staal), maar een trap, daar doet hij niet aan. Ik natuurlijk wel, ik laat me verrek toch zeker niet door vijf treden van mijn beloofde uitzicht beroven? Ik klom als een ware bergbeklimster (aan de hand van zoonlief trekkend) omhoog en daar was het, een prachtig uitzicht over de streek. We zagen de intermaché (en de bus) van grote afstand (shit, dat moeten we dus ook weer terug).

Ik was vandaag wakker en had de ‘grote’ camera mee, maak een foto, nog eentje, kaart vol. Serieus? Goede voorbereiding… Kaart gewist, foto opnieuw (reconstructie) en terug op weg naar de bus. Straatje links, straatje rechts, weer eentje links (komt het bekend voor?), uiteindelijk een bord, jawel, hier is het! Grote supermarkt (zo eentje met wasmachines te koop), vreselijk koud (mevrouw koukleum heeft echt minimaal 25 graden nodig), snel boodschappen doen (en het belangrijkste vergeten) en terug naar ons huisje. Overigens hebben ze hier een speciale kassa voor kneuzen (en zwangere vrouwen (vallen in dezelfde categorie blijkbaar), je mag dan dus gewoon eerst!) Koken? Eventjes niet, halen dan maar.

En nu? Nu is de pijp leeg, de pap is op, drie man (eh twee en een vrouw) voor pampus. Straks even musical kijken en dan klaar, morgen is er weer een dag vol avontuur!

Bonsoir mes amies!

vakantie

la vacance, trois

Een lange reis naar het warme zuiden van Frankrijk. Waar ik vroeger altijd chauffeurde, is manlief nu de klos. Mijn aandeel bestond uit ons Duitsland in sturen en daar hield het op. Verder zat/lag ik te suffen en naar buiten te staren (meerijden is nog vermoeiender!). Ingepakt met kussens (ze lagen echt overal), voetjes in de knoop (om mezelf tegen te houden klem ik alles in de knoop) op het dashboard, ach het was zo te doen. Stoppen en plat (we hebben een bedje mee in de bus, dus op de parkeerplaats lig ik plat (wat me jaloerse blikken oplevert van de ‘liggers op de bankjes’ én veelzeggende blikken van de rest (kijk daar dan lui wezen)). Boeien, mijn rug heeft het nu eenmaal nodig!

– ‘de kneus was here’ –

Onze eerste stop was net buiten Dijon, een prachtig hotelletje, knus, typisch frans en oh zo rustig. Een mooi begin van ons Franse avontuur! Ik besloot de rolstoel maar in de bus te laten (maar goed ook, we zaten op verdieping 1, zonder lift, ik vergeet nogal eens te melden dat ik kneus ben), het was niet zo groot, dat lukte me wel. Allemaal moe van een lange rit gingen we op tijd naar bed. De volgende ochtend bleek er een Pokémon aan het ontbijt te zitten, die moest natuurlijk even gevangen worden door zoonlief. Lekker ontbijtje (ik ben dol op croissants!) en weer op weg. Nog 400 kilometer te gaan.

– nous sont arriver! –

Op de camping! We werden allervriendelijkst welkom geheten en naar onze caravan gebracht. Voor het eerst hebben we een mindervalide stacaravan gehuurd en ik moet zeggen het is goed geregeld. De elro past erin, er is een douchestoel, overal stangen en een grote slaapkamer. Overal schuifdeuren en een oprijplank naar de veranda, echt top! De mensen hier kijken hun ogen uit, de kneus loopt het ene moment, waggelt het volgende en dan ineens zit ze in een elro. Ik ben een bezienswaardigheid (weet niet of het door de elro komt of door het decolleté in mijn zomerjurk 😉)!

– ‘de kneus on avonture’ –

Vandaag op zoek naar de supermarkt, uit vorige expedities weten we dat dat de ‘intermarché’ is en dat die zich meestal net buiten het dorp bevindt. Geen tom -tom, gewoon hoppa, gaan! Eerst naar het dichtstbijzijnde dorpje. Een serieuze hobbelweg alwaar we net doen of we Engelsen zijn (de rechterkant was onbegaanbaar). We hebben het dorp van alle kanten bekeken en doorkruist, maar geen ‘intermaché’, wél veel steile weggetjes en dubieuze huisjes.

Op naar dorp nummer twee. Deze staat vaak op de borden en in mijn beleving moet dat dan betekenen dat het groter is, kneuzenlogica. We volgen de borden (weigeren nog steeds hulp van Tom) en komen op een bijzondere weg, eh weggetje is het eigenlijk. Zeer smal, diepe geulen langs de zijkant en zeer steil! Een waarschuwingsbord helling 21% houdt onze diesel niet tegen, omhoog, met het zweet in de bilnaad en klotsende oksels, dat wel. Prachtig uitzicht bovenop de berg is onze beloning, bij tegenliggers is het zeer spannend, een ‘raken we de rotsen al’ (gelukkig de rots en niet de afgrond, zonder vangrail), als je erop bent, moet je er ook weer af, dat is een zekerheid, dus met haarspeldbochten terug omlaag alwaar we daar uitkomen waar we heen wilden, mooi toeval!

Het centrum gevonden (invalide parkeerplaatsen zat hier, maar de kuilen, stoepranden en straten zijn iets minder kneus-proof), nu de supermarkt nog. Smalle straatjes, fotogenieke huisjes (volgende keer grote camera mee!), veel zebrapaden én een bord ‘intermarché’, gevonden! Boodschappen gedaan (altijd meer dan je denkt) en de hele zooi terug naar de auto en die stond eh tja, waar ook alweer? Niet hier en niet daar en die straat was het ook niet. Heuvel op en weer af, straatje links en eentje rechts, de kneus is weer eens de weg kwijt, dit keer gelukkig mét aanhang (zuchtende puber met zware boodschappentas en manlief met zeer donkerblauwe teen dankzij een close encounter met een putje in het zwembad), het komt goed, we komen er wel (ooit). Blijk ik gewoon een keer gelijk te hebben qua richting, dat mag in de krant!

Terug maar instructies gevraagd aan Tom, die ons wederom over de berg stuurde (al was deze weg iets breder en mét vangrail), weer een prachtig uitzicht. Het was een interessante dag, wat is vakantie toch heerlijk en mijn lijf is niet zonder pijn, maar toch een pilletje minder als thuis en dat is fijn